Review

Curieus dat de eigengereide Fries tot 2014 op biografie moest wachten

Koningin Wilhelmina noemde hem ''t zeeleeuwtje' dat 'soms eens met zijn pootjes flink op tafel moest slaan'. Churchill verbasterde zijn naam tot 'Cherry Brandy', latere buurtgenoten noemden hem 'opa Piet Snor'. Voor luisteraars naar Radio Oranje was hij vooral de stem die elke toespraak begon met 'landgenoten' en eindigde met een beroep op de Almachtige, en tussendoor flink van leer trok tegen de Duitse bezetter.

Beeld Jasmijn Jongejan

Pieter Sjoerds Gerbrandy was de oorlogspremier van Nederland. Een man die alleen al door zijn voorkomen warme gevoelens opriep: klein (1,61 meter), kaal, pretogen, martiale snor en schelle, hoge stem. Tijdens bombardementen, als de Londenaren de schuilkelders opzochten, ging hij in kamerjas de straat op 'om het eens van dichtbij te zien.' Een 'rode advocaat' die later de stem werd van conservatief Nederland. Totdat hij, 'blind en doof voor de tekenen des tijds', zich uit alle macht bleef verzetten tegen een onafhankelijk Indonesië.

Na lezing van Eigen meester, niemands knecht mag het een wonder heten dat deze eigengereide Fries tot 2014 moest wachten op een biografie. Al komt dat ook door de wijze waarop Cees Fasseur hem leven inblaast. Gerbrandy wordt in 1885 in het Friese Goënga geboren in een gezin van welvarende boeren; zijn vader is rijk genoeg om te mogen stemmen voor de Eerste Kamer. Een jaar na zijn geboorte is de kerkscheuring een feit. Dat de Gerbrandy's de kant van de gereformeerden kiezen, zal voor zijn verdere leven bepalend zijn. In zijn jonge jaren is Gerbrandy een sociaal voelend mens. 'De rode advocaat' wordt hij genoemd, omdat hij opkomt voor Leidse textielarbeiders, medezeggenschap voor werknemers bepleit en voorstander is van vrouwenkiesrecht.

Geen partijman

Zijn entree in de politiek is onverhoeds. Als De Geer in 1939 een 'extraparlementair noodkabinet' formeert, staat daar ineens hoogleraar Gerbrandy als minister van Justitie op de rol. Dat de ARP daar niet blij mee is, deert hem niet; Gerbrandy zal nooit een echte partijman worden. Geschiedschrijver Lou de Jong zal hij in 1959 toevertrouwen dat hij in zijn ministerschap de hand van God zag.

De jaren in ballingschap, die aanbreken als de regering de wijk neemt naar Londen, vormen het hart van het boek. Al snel volgt Gerbrandy de 'ruggegraatloze slaapwandelaar' De Geer op als premier. Aan die wonderlijke periode als leider van een regering zonder parlement moet zijn kwaliteit worden afgemeten. Fasseur zet hem neer als een snel aangebrande Einzelgänger. Maar ook als een loyaal, moedig man met een onwankelbaar geloof in de eindoverwinning, die bij de andere geallieerde leiders respect afdwingt.

Uiteindelijk zal de rol van Gerbrandy na de Bevrijding snel uitgespeeld zijn. In de elf jaar die zijn Kamerlidmaatschap duurt, zal hij weinig opmerkelijks teweegbrengen. Later duiken wel getuigenverslagen en door hemzelf geschreven teksten op die suggereren dat Gerbrandy de mogelijkheid van een staatsgreep overwoog. Fasseur noemt het dagdromerij: 'Zijn noodlot was dat hij soms over te weinig zelfbeheersing beschikte.' Als hij in 1961 sterft, komt Kamervoorzitter Kortenhorst met een kernachtige typering: 'Een knoestige dwergeik in het schoon aangeharkte plantsoen van de vaderlandse politiek.'

Beeld Jasmijn Jongejan

Via de figuur Gerbrandy presenteert Fasseur fascinerende episoden uit de vaderlandse geschiedenis. De doleantie komt langs, het Christelijk gymnasium met internaat van Zetten, de opkomst van de radio, de bizarre schermutselingen binnen de Londense regering, door Wilhelmina graag als 'oudemannenhuis' aangeduid. Je voelt aan alles dat Fasseur de bijvangst graag zou vergroten door de netten verder uit te zetten. Het is zijn grote verdienste dat hij de grote lijnen met veelzeggende details inkleurt, zonder aan vaart en souplesse in te leveren.

De Jong was niet mild over Gerbrandy: 'Nederland heeft begaafder minister-presidenten gekend.' Het oordeel van Fasseur pakt positiever uit: 'Geen Nederlander in Londen was op dat ogenblik beter voor die taak berekend dan hij.' Al moet ook hij vaststellen dat zijn eigenwijsheid effectief leiderschap in de weg stond. Of zoals zijn grote tegenstrever Wilhelmina het samenvatte: 'Ik denk dat we allebei een harde kop hadden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden