Curator van de natuur

Op zijn 83ste staat kunstenaar Herman de Vries op de Biënnale van Venetië. Verwacht veel planten en algen.

Kunstenaar Herman de Vries: onstuimige baard, vrije geest. Beeld Robin de Puy

Het gebeurde ergens begin jaren vijftig. Herman de Vries (83), toen nog plantkundige bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen, en in die functie onder andere onledig met het determineren van de braakballen van uilen, zat gebogen over een uitgave van het zoölogisch instituut. Een werk van eigen hand met een titel te lang en dor om hier uit te schrijven; nu kreeg het een nieuw schutblad en een nieuwe titel: Manifest van de gecastreerde werkelijkheid. Dat is hoe de jonge plantkundige ook kunstenaar werd. In de pindakaasreclameversie van het leven zou er boven zijn hoofd op dat moment een tekst zijn verschenen: 'En zestig jaar later vertegenwoordigde Hendrik de Vries Nederland op de Biënnale van Venetië.'

Ter toelichting van die presentatie - to be all ways to be - ontvangt hij in de bibliotheek van zijn huis in Eschenau, een gehucht aan de rand van het Beierse Steigerwald, waar hij sinds de jaren zeventig woont. Binnen staan zo'n vijfduizend boeken in het gelid - biologische en plantkundige studies vooral, waaronder een van de grootste particuliere verzamelingen over drugs ter wereld.

Onstuimige baard, vrije geest

Herman de Vries dus. Onstuimige baard, vrije geest. Ooit was hij een viriele verschijning, een kerel die naakt door bossen wandelde en in bergbeekjes zwom. Vandaag oogt hij kwetsbaar, teer haast. De staalblauwe ogen staan helder. De stem klinkt een tikje amechtig. Hij beaamt het: sinds hij afgelopen winter een prostaat-operatie onderging, is het energiepeil niet wat het geweest is. Komt ook door de voorbereidingen voor de Biënnale. Die waren hectisch en slopend. Naar eigen zeggen 'de drukste periode' van zijn leven.

Dat wil je geloven. De Vries is een kunstenaar die zijn ruwe materiaal in de natuur bijeen scharrelt, en voor zijn presentatie in het Nederlandse paviljoen, een samenwerking met Stedelijk Museum Schiedam-conservator Collin Huizin en kunsthistoricus Cees de Boer, ging hij op onderzoek in de directe omgeving van de Biënnale: de lagune van Venetië, een kluster van moerassige eilandjes, sommige in verregaande staat van entropie.

From the laguna of venice, a journal, 2014 (detail). Beeld Herman de Vries

Vastomlijnde werkmethode

Dat was afgelopen winter. Het duurde een paar weken. De Vries en zijn vrouw Susanne (Göpfert, dochter van wijlen Zero-kunstenaar en collega Hermann Göpfert), die hem meestal bij zijn projecten assisteert, trokken met een gids langs twaalf verlaten eilandjes. Venetianen hadden het tweetal aan het werk kunnen zien. Plastic opslagzakjes bij de hand. Kranten om planten op te drogen. Stapten ze van de boot, dan kraakten de aangespoelde plastic frisdrankflesjes onder hun wandelschoenen. Een vastomlijnde werkmethode had De Vries niet. Hij deed wat hij altijd deed: hij liet zich leiden door zijn scherpe blik en botanische kennis. Zag hij iets interessants, dan pakte hij het op.

Er was veel interessants, daar in de lagune: planten, slik van de eilandjes, 35 verschillende soorten algen, 12de-eeuwse Byzantijnse scherven (waar hij zich voor de gelegenheid eens goed in verdiepte), Murano glaswerk - visueel zeer sterk, aldus de kunstenaar. De vondsten worden aangevuld met objecten voor de randpresentaties: bladeren uit het Giardini-park, waarvan de samenstelling hem een beetje tegenviel, veel bomen die je daar overal tegenkomt, weinig specifieks. Wat er ook wordt getoond: drie boomstammen, overgevlogen uit zijn Steigerwald. En dan zijn er nog de site specific-werken op de eilanden, waaronder eentje op een sanctuarium. Op de website van het Mondriaanfonds wordt het geheel getypeerd als een 'krachtige, geloofwaardige, actuele en intieme presentatie', een rustplek in het Biënnale-geweld. Waarvan ze sowieso zal getuigen: De Vries' liefde voor de natuur, voor de uitzonderlijkheid van het vanzelfsprekende.

Die liefde was er altijd al. Vraag De Vries naar zijn jeugdherinneringen en er volgen lyrische beschrijvingen van hoe hij als peutertje in Petten op zijn rug in het vochtige veenmos tussen de kruidwilgjes naar de meeuwen lag te kijken. De ontvankelijkheid voor wat groeide en bloeide verdween met de jaren niet. Ze werd sterker. Als kind - dromerig, geplaagd door astma-aanvallen, het jongetje dat meer aan de rand van het speelveld dan erin staat ('kinderen zijn niet kinderachtig wanneer ze je zwakke plekken doorhebben') - leerde hij alle planten uit zijn hoofd. Terugkijkend noemt hij zichzelf een underdog, die door zijn astma - die door een lsd-trip weer zou verdwijnen, zie inzet - een vechtersmentaliteit ontwikkelde. Van kunst had hij nog geen weet.

Ontmoeting met astma

Tot zijn 40ste werd kunstenaar Herman de Vries ernstig geplaagd door astma. Zijn levensverwachting lag rond de vijftig. In 1969 veranderde alles. Toen slikte hij lsd, kwam in een trip en in die trip ontmoette hij zijn astma ('Het was op een grasveld'). Na er een tijdje naar te hebben gekeken, heeft hij er afscheid van genomen. Vanaf die dag heeft hij nooit meer een astma-aanval gehad.

Onderzoek

Dat kwam later. De Vries had de tuinbouwschool gevolgd en was inmiddels beland bij de Wageningse Plantenziektenkundige Dienst, waar hij onder meer onderzoek deed naar de maaginhoud van kleine roofdieren zoals hermelijnen. De methodiek van monsters verzamelen was nuttig, het bepaalt zijn kunst tot op de dag van vandaag, maar het werken binnen een streng wetenschappelijk kader voelde als spijkers op laag water zoeken: 'Het was onwezenlijk. Het liet slechts een klein stukje van de werkelijkheid zien.' Wezenlijker vond hij de kunst uit het Stedelijk: Miró en Kurt Schwitters, werk dat de behoefte versterkte zelf ook eens iets te maken. De wezenloosheid van zijn wetenschappelijke werk nam hij als onderwerp. Hij nam een manuscript, veranderde de titel... enfin, dat werd dus dat Manifest van de gecastreerde werkelijkheid.

Er volgden meer kunstwerken. Collages trouvés noemde hij ze, ensembles van gevonden objecten: boombladeren, filterpapiertjes, een stukje verweerd affiche, gevonden op een muur op de hoek van een plein ergens in Parijs. Daaronder, in pen, de tekst: what is rubbish?

Die zin, zegt hij, was natuurlijk retorisch. De transformatie van dingen heeft hem altijd geboeid. 'In de kunst is dat heel wonderlijk: een ding wordt waardeloos bevonden, men gooit het weg, het raakt in verval, verandert visueel en plotseling heeft het nieuwe waarde.' Eén ding valt aan die werken op: het egalitaire karakter.

From the laguna of venice, a journal, 2014 (detail). Beeld Herman de Vries

Geen hiërarchie

In navolging van toenmalig Stedelijk-directeur Willem Sandberg begon De Vries zijn naam in kleine letters te spellen. Zijn kunst - die onder meer bestond uit smetteloos uitgevoerde tekeningen van willekeurig geplaatste lijnen en stippen, en al even smetteloze reliëfs van geometrische patronen - was verstoken van normatieve verschillen. De Vries: 'In de natuur is ook geen hiërarchie. Hier in het bos staan bomen die honderd jaar oud zijn, maar graaf je in de grond dan vind je bacteriën die nog maar een dag bestaan. Is die boom daardoor belangrijker dan die bacteriën? Geenszins. Die boom heeft de bacteriën nodig en de bacteriën de boom. Er is wederzijdse afhankelijkheid. Ik wilde kunst maken zonder hiërarchie.'

Er waren gelijkgestemden. Kunstenaars als Jan Schoonhoven en Henk Peeters en Armando waren met soortgelijke dingen bezig, een contrast met de expressieve en persoonlijke kunst van de schilders van een generatie daarvoor. In 1961 bundelden ze hun krachten. Zij noemden zichzelf de Nulgroep: 'In Berlijn zag ik onlangs mijn werk uit die tijd tussen de andere Nul-kunstenaars, een zaal met uitsluitend witte schilderijen. Ik was verrast door de inwisselbaarheid. Ze hadden van dezelfde kunstenaar kunnen zijn. Het was echt een parallelle ontwikkeling.'

Zakenman uithangen

Verder kijkt hij met geamuseerde distantie terug op de Nul-tijd. 'Het is een grappig verhaal. Eerst mocht ik mee doen en toen opeens niet meer. Dat kwam door Peeters. Die vond dat ik niet binnen het imago paste. Ik had een baard en droeg sandalen en een pullover, dezelfde kleding als die ik tijdens mijn veldwerk op de Hoge Veluwe had gedragen, terwijl Peeters wilde dat we allemaal een pak droegen en het zakenmannetje uithingen. Op een dag werd ik opgebeld door een Zero-kunstenaar uit Frankfurt: 'Herman, waarom sta je niet op de lijst, wat is dat voor onzin!' Hij zorgde dat ik buiten Peeters om toch mee kon exposeren.' De groep was geen lang leven beschoren. Na vijf jaar viel ze uiteen. De Vries bleef werk over toeval maken, maar ondertussen begon zijn interesse zich steeds meer te verschuiven naar zijn oude liefde: de natuur.

Hij toonde er brokjes van; bladeren, graspollen, veertjes, vlindervleugels. Later ook aardemonsters, meegenomen van zijn reizen naar onder andere India en Nepal: grijs, geel, beige, omber, aangebracht op papier ¿ aardwrijvingen noemt-ie ze. Zevenduizend van zulke werken worden permanent getoond in Musée Gassendi in de Franse plaats Digne-les-Bains. De Vries: 'De natuur is onze primaire werkelijkheid. De cultuur komt daarna. Internet is tertiair, dat komt weer voort uit de cultuur. Maar alles voert uiteindelijk terug op de natuur; zij is het begin en het eind. Daaruit verklaar ik de aantrekkingskracht van ruïnes; de natuur neemt de cultuur terug. In Venetië toon ik dat ook: een vervallen kerk waar de bomen het gebouw overwoekeren en de vlier door de tralievensters groeit. Op een wand heb ik een plakkaat laten aanbrengen: natura mater. Moeder natuur.'

Een veronachtzaamde moeder, dat wel. Eentje van wie de kennis flink is afgenomen. Hij knikt. 'Toen er een tijdje geleden een stuk over de problematiek rond de boeren in Der Spiegel stond, was er een inzonden brievenschrijver die terugschreef: wat kan mij die boeren schelen, ik koop mijn steak in de supermarkt. (Lacht.) De onwetendheid is wijdverbreid. De gemiddelde Duitser kent maar een stuk of zeven, acht planten. Zelf ken ik er duizend, misschien wel tweeduizend, en een Kalahari-bosjevrouw weet nog beter waarvoor je die planten kan gebruiken, maar daar maak ik me niet te druk over. Kennis wordt verdrongen door andere kennis. Dat is hoe de dingen gaan.'

From the laguna of venice, a journal, 2014 (detail). Beeld Herman de Vries

Atoomcentrale

Wat niet betekent dat het hem niet kan raken: 'Toen ik mijn vrouw voor het eerst meenam naar Nederland, wilde ik haar het landschap van mijn jeugd bij Petten laten zien. Dat kon niet meer. De plek was geheel verdwenen omdat er een atoomcentrale was gebouwd. Het doet nog steeds een beetje pijn als ik daaraan denk.' Bovendien: in onwetendheid schuilt een gevaar; ze kan wel degelijk voor verwoestingen zorgen die onherstelbaar zijn: 'Soms denk ik dat we in een beschavingsproces zijn terechtgekomen dat zich niet meer laten tegenhouden, enkel bijsturen.'

Evengoed is zijn werk niet bedoeld als waarschuwing. En zeker niet als vermaning. Eerder als handreiking. Een exposé van het eeuwige en onveranderlijke. Toegegeven: soms klinkt dat haast té makkelijk. Kan niet iedereen een 'herman de vries' maken? Hij kijkt sceptisch. 'Een herman de vries maken, dat moet Herman de Vries doen. Maar als anderen zich door mijn zienswijze geïnspireerd voelen, dan juich ik dat natuurlijk ten zeerste toe.'

Audiotour

De vraagt dringt zich op waarom hij de objecten überhaupt als kunst toont. Kan hij niet beter wandelroutes uitzetten? Of, in het geval van de Biënnale, rondleidingen met kaarten en audiotours uitdelen waarmee mensen die algen en scherven in hun natuurlijke habitat kunnen gaan bekijken? Is een expositieruimte hier niet overbodig? Hij meent van niet. 'Het museum is een interessante plek om dingen te tonen. Je kunt aandacht voor dingen opeisen die in een andere omgeving niet vanzelfsprekend is. Als ik hier in het Steigerwald drie boomstammen toon, dan verdrinken ze in een zee van indrukken. Toon ik ze in een paviljoen in Venetië, dan ga je er veel geconcentreerder naar kijken.' Een curator van de natuur dus? 'Een curator van de natuur, waarom niet.'

From the laguna of venice, a journal, 2014 (detail). Beeld Herman de Vries
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.