Nieuws Curaçao

Curaçao North Sea Jazz Festival trekt grote namen, maar nauwelijks artiesten van het eiland zelf

Lokale musici zouden graag zien dat de overheid meer investeert in de eigen muziek.

BEM Brassband in Pietermaai, Willemstad, Curaçao. Beeld Berber van Beek

‘Natuurlijk’, zegt Hugo Clarinda. Hij legt beide handen op tafel, de vingers iets gespreid. ‘Ik speelde vroeger piano en drums. Als kind al. Dat was hier ook heel normaal, dat je als kind een instrument leerde bespelen.’ Nu, als interim-directeur van de Curaçao Tourist Board, beperkt hij zich tot luisteren. En dansen.

Wie Curaçao zegt, zegt muziek. Het kleine Caribische eiland heeft in de afgelopen vijf eeuwen zowat elke muziekstijl zien arriveren, omarmd en soms bijna onherkenbaar eigen gemaakt. De unieke tambu van de slaafgemaakte Afro-Curaçoënaars was lange tijd verboden. Walsen en mazurka’s klinken er nog altijd. House en hiphop zijn er thuis.

Het is een van de redenen waarom het Curacao North Sea Jazz Festival voor de eilanders bijna een vanzelfsprekendheid is. ‘Als hier geen muziek zou klinken, zou hier niemand zijn en ook niemand op bezoek komen’, meent Clarinda. De andere reden waarom dit grootste muziekfestival in de Cariben zijn vaste plaats heeft veroverd, heet ‘Fundashon Bon Intenshon’, oftewel: de stichting van Gregory Elias.

U zag opnamen van de Rolling Stones op Cuba? Het gratis concert voor zeker een half miljoen mensen in de hoofdstad Havana kwam letterlijk voor rekening van Elias en kostte hem naar schatting zo’n 5 miljoen euro. Gewoon, omdat hij het zich kan veroorloven. De geboren en getogen Curaçaoënaar Elias (65) verdient zijn vele geld onder meer door vermogenden de slimste wettige belastingconstructies aan te bieden. Daarnaast is hij ‘every inch a gentleman’, een sfinx, een filantroop, een mecenas – en een groot muziekliefhebber.

Niet winstgevend

Zijn stichting is op Curaçao de organisator van meer festivals, zoals het BlueSeas en een groot filmfestival. Samen met Mojo Concerts uit Nederland verzorgt Fundashon Bon Intenshon dus het komende jazzfestival. ‘Het is voor Gregory Elias geen winstgevende activiteit’, vertelt Sigmund Jansen, die onder meer voor de kaartverkoop verantwoordelijk is. ‘Maar daarom gaat het hem ook helemaal niet. Hij doet het voor het eiland, zijn eiland. Voor mensen die net als hij dol zijn op muziek, uit welke laag van de maatschappij ze ook komen. Mensen hier sparen voor een kaartje. En op het festival kan iedereen terecht. Of je nu van een pastechi of meer van champagne houdt.’

Het jazzfestival is ook internationaal een behoorlijke publiekstrekker, met bezoekers uit de regio, uit Noord-Amerika en uit Nederland. En omdat het toerisme voor de economie van Curaçao van steeds grotere betekenis is, speelt de overheid hierop in. Andere Caribische eilanden vinden hun populariteit vooral dankzij de tropische stranden. ‘Die hebben wij natuurlijk ook’, zegt Hugo Clarinda van de Curacao Tourist Board. ‘Maar dit eiland biedt ook een enorm divers cultuuraanbod. We willen van Curaçao graag The Stage of the Caribbean maken, het podium van de Cariben.’

En dat vooral met muziek. Lokale musici komen op het festival ook dit jaar nauwelijks aan bod, tot verdriet van de Curaçaose kenners. Zoals Randal Corsen, de 46-jarige pianist, componist, arrangeur en dit jaar winnaar van de Cola Debrotprijs, de belangrijkste culturele onderscheiding. ‘Maar enige zelfkritiek is wel op zijn plaats’, zegt de man die zelf op de eerste editie optrad. ‘De Curaçaose muziek mag wel wat avontuurlijker worden. We zijn trots op al die verschillende genres die hier wortel hebben geschoten. Maar hapklaar en makkelijk dreigen te gaan overheersen. Het lijkt soms wel alsof we onszelf in slaap hebben gesust.’

Groots sociaal gebeuren

Voor de eilandbewoners is het Curaçao North Sea Jazz Festival ook meer dan alleen een muziekfestijn. ‘We zijn een feestpubliek’, vindt Corsen. ‘Met carnaval is het al net zo. Er is muziek en dans, maar het is ook een groots sociaal gebeuren. Je wilt zien en gezien worden. Dus je trekt je mooiste pak of je hoogste hakken aan, en je gaat. En Curaçao trekt graag internationaal de aandacht. Prima natuurlijk, maar breng dan ook de eigen muziek op een wat hoger niveau.’

De ‘godfather’ van de muziek op Curaçao, oud-muziekleraar en dirigent Harry Moen, heeft met zijn zanggroep Serenada aan generaties Curaçaoënaars de talrijke muziekstijlen leren kennen. ‘Het is heel goed dat een groot festival als het Curaçao North Sea hier plaatsvindt’, zegt hij. Maar liever nog zag hij de overheid investeren in de eigen muziek. ‘Ik wil er niet veel over kwijt, maar in het onderwijs is een zootje gemaakt van het muziekonderricht, dat mag u wel in de krant zetten.’

Andere musici, zoals bassist en componist Eric Calmes (62) vallen Moen bij. ‘We kennen hier op Curaçao heel veel muzikaal talent. Maar er wordt te weinig in geïnvesteerd, waardoor het vaak te oppervlakkig blijft. Natuurlijk is de markt hier klein. Maar wat we nu zien, is dat jongeren de aansluiting bij onze enorm rijke muziektraditie verliezen. En dat is jammer. Daarmee lijkt dit komende jazzfestival voor Curaçao inmiddels ook meer economische dan culturele betekenis te hebben. Breng meer Caribische muzikanten deze kant op, ook de kleinere namen, zodat we muzikaal allemaal weer wat te ontdekken hebben.’

Curaçao North Sea Jazz Festival 2018

Grote namen betreden dit jaar de drie podia in Willemstad.

Van rumba tot reggae, van latin jazz tot dancehall. Het diverse aanbod van het achtste Curaçao North Sea Jazz Festival heeft de liefhebbers, in elk geval in de aanloop ervan, niet teleurgesteld. En al is een enkele muzikant stokoud (hoi, Burt Bacharach), daar staat een slotact van de dertiger Christina Aguilera tegenover.

Op de drie podia van het World Trade Center in Willemstad zijn in totaal zestien optredens bij te wonen. Een dagpas is, zeker voor Curaçaose inkomensbegrippen, met 195 Amerikaanse dollars bepaald niet goedkoop. Maar Sigmund Jansen, een van de organisatoren van het CNSJF, pakt er een rekenmachientje bij: ‘Gedeeld door zeven acts op een avond is dat 27,85 dollar per act. Voor dat bedrag kun je nergens in de Cariben, of waar dan ook, zulke wereldartiesten zien optreden.’

Ruim baan dus voor Farruko en Silvestre Dangond op donderdagavond 30 augustus, wanneer er behalve betalende gasten vijfduizend eilanders zullen zijn die een gratis kaartje hebben gekregen. De dag erna treden onder anderen Patti LaBelle, Kamasi Washington, Spyro Gyra en Sean Paul op. Zaterdag zijn de podia onder meer voor Grace Jones, Carlos Vives, Ceelo Green en Michel Camilo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.