‘Cultureel burgerschap stimuleren’

Raad voor Cultuur: veel meer investeren in cultuureducatie...

den haag Kennis van kunst en cultuur, en de deelname daaraan, zijn geen luxe meer of vrijetijdsbesteding, maar ‘een maatschappelijke noodzaak’ voor het goed functioneren van de multiculturele samenleving. Het hoofddoel van het cultuurbeleid van de overheid moet daarom worden de vorming van ‘culturele burgers’ die soepel om gaan met de veelheid aan talen en culturen om hen heen.

Dat stelt de Raad voor Cultuur (RvC) in Innoveren, participeren!, een dubbeladvies over een toekomstig cultuurbeleid en over een nieuwe opzet voor het vierjaarlijkse verdeelsysteem voor de kunstsubsidies. De Raad adviseert de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) over kunst, cultuur en media. Ronald Plasterk, de eerste minister van OCW in dertien jaar die cultuur en media zelf gaat doen, kreeg het advies dinsdag overhandigd door RvC-voorzitter Els Swaab.

De vorming van ‘culturele burgers’ laat nog veel te wensen over, vindt de Raad. Zo moet de overheid veel meer investeren in cultuureducatie, binnen en buiten de schoolmuren. Omdat amateurkunst een belangrijke rol speelt in de ‘participatie’ aan de kunsten, moet hiervoor een apart subsidiefonds worden opgericht. Een ‘renovatieplan’ moet het Nederlandse literatuuronderwijs behoeden voor verder verval. Behalve op kennis moet de overheid ook inzetten op essentiële vaardigheden voor het ‘cultureel burgerschap’, zoals ‘mediawijsheid’, het vermogen zelf te kiezen en te wegen uit de dagelijkse stortvloed aan informatie en opinies.

De overheid moet kunst en cultuur betrekken bij haar innovatiebeleid. Door hun open en internationale karakter zijn de kunsten een bron van ‘niet-technologische innovaties’, zoals nieuwe netwerk- en alliantievormen. Mede daarom moet de overheid de kunsten meer op hun eigen waarde schatten, en ‘niet alleen maar afrekenen op bezoekersaantallen en kijkcijfers’.

Gezien deze beleidsagenda drong de Raad er bij informateur Wijffels op aan het kunstenbudget te verhogen naar 1 procent van de netto rijksuitgaven ofwel 1,2 miljard per jaar, een verhoging met vierhonderd miljoen. Ook bepleitte de raad de vorming van een nieuw, apart ministerie van Cultuur, Media en Communicatie. Balkenende IV nam geen van beide adviezen over.

Wel belooft het regeerakkoord honderd miljoen extra, voornamelijk voor monumenten. Maar daar tegenover staan een ‘profijtbeginselkorting’ van vijftig miljoen en een generieke korting van 250 miljoen op alle overheidssubsidies, waarvan ook het cultuurbudget een deel te verwerken zal krijgen.

Tijdens een debat eerder deze week schatte Jan Riezenkamp, voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad en oud-directeur-generaal Cultuur op OCW, de totale schade op honderd miljoen euro – een kwart van het totale budget, bibliotheken en monumenten niet meegerekend. Ook de Raad voor Cultuur spreekt in een brief aan Plasterk zijn ‘verbazing’ en ‘zorgen’ uit over de kabinetsplannen.

In het tweede deel van zijn advies valt de Raad voor Cultuur de gesubsidieerde toneelsector bij, die onlangs pleitte voor nauwere samenwerking tussen grote stadsgezelschappen en de schouwburgen. Net als de sector vindt de raad dat er twee stadsgezelschappen bij moeten komen: een in Utrecht en een in Limburg.

Ook onderschrijft de raad in grote lijnen de herziening van het vierjaarlijkse verdeelsysteem voor de kunstsubsidies. Grote kunstinstellingen krijgen een eigen beoordelingstraject, veel kleinere gaan van de Cultuurnota over naar een nieuw op te richten Fonds voor Muziek, Theater en Dans. Het nieuwe systeem moet dit najaar klaar zijn. ‘Dat wordt heel hard werken’, waarschuwde voorzitter Swaab.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden