Cultklassiekers voor de zoekende zielen

Weldaad in het selfietijdperk: Hermann Hesses Siddharta en De steppewolf zijn vrijwel ironievrij.

null Beeld Typex
Beeld Typex

Dit voorjaar kwamen er twee nieuwe vertalingen van Hermann Hesse uit: De Steppewolf en Siddharta. De boeken verschillen van toon en vertelvorm maar zijn beide een spirituele zoektocht. De eerste eindigt in vertwijfeling, de tweede in verlichting.

De Steppewolf beschrijft het sombere leven van de 50-jarige intellectueel Harry Haller, die ervan overtuigd is dat hij niet alleen mens maar ook wolf is. Op een zolderkamer slijt hij zijn dagen met lezen, denken en walgen van de wereld, totdat een jonge vrouw hem dwingt om van het leven te genieten. Dit brengt hem in een absurdistisch 'magisch theater' waar hij uiteenvalt 'in vele ikken', leert liefhebben, zijn geliefde doodt en terechtgesteld wordt. Zijn straf? Het eeuwige leven, een twaalf uur durende ontzegging van de entree tot het theater en éénmalig uitgelachen worden.

Siddharta, minder absurdistisch en makkelijker, verhaalt over een brahmanenzoon die in de tijd van de boeddha op zoek gaat naar zijn ware zelf. Na een lange reis vol liefde, lust, rijkdom, armoede, geluk, walging en verlies vindt hij als eenvoudige veerman zijn bestemming in de gedachte dat alles één en verbonden is.

null Beeld
Beeld

Meer dan over twee mannen en hun crisis gaan de boeken over de vraag hoe een mens geluk en schoonheid vindt en hoe te leven met tegenstellingen. Verstand en taal zijn voor Hesse niet afdoende, er is ervaring nodig om tot het inzicht te komen dat een mens bestaat 'uit een massa zielen'.


De boeken van Hesse waren cultklassiekers voor de zoekende zielen van de generatie van mijn ouders, die tot diep in de jaren zeventig met de schrijver wegliepen. Toen ik vorige week las hoe Harry Haller ronddoolde in het magisch theater en zichzelf weerspiegeld zag in honderden gedaanten, zat ik op een Portugees terras waar het wemelde van toeristen en selfiesticks. Ik vroeg me af of het werk van Hesse ooit nog een hele generatie zou kunnen begeesteren in een tijd waarin 'zelfbeeld' meer over 'beeld' dan over 'zelf' gaat.

undefined

null Beeld
Beeld

Dit proza is doordrenkt van een vervlogen tijdgeest. Ongegeneerd schrijft Hesse over 'waarachtigheid', 'hoogste wijsheid' of een 'goudglanzende' glimlach. Wie durft zoiets in deze tijd nog op te schrijven zonder ironie?

Misschien juist dankzij dat gebrek aan ironie zijn Siddharta en vooral De Steppewolf nog altijd mooie boeken. Ik was ontroerd door de ernst waarmee Hesse laag voor laag het zelf afpelt, erop los filosofeert over de botsing tussen principes en verlangens en het spanningsveld tussen goed en kwaad. Hesse lezen is een kwestie van overgave. Je worstelt je door spiegels en jungiaanse waanbeelden heen, maar krijgt er zinnen voor terug van een wonderschoon ritme en een grote poëtische kracht. En die ontstellende oprechtheid dus, dat geloof in het streven van de mens, in de noodzaak van lijden en zoeken naar diepgang. In een tijd van selfiesticks stemt het nostalgisch.

Hermann Hesse

De Duitse schrijver en amateur-aquarellist Hermann Hesse (1877-1962), winnaar van de Nobelprijs 1946, woonde tientallen jaren in Montagnola in Zwitserland bij het meer van Lugano. In zijn huis, nu een museum, ontving Hesse talloze gevluchte schrijvers. Het kind van missionarissen vluchtte later uit het klooster, en werd in de hippietijd zelf een goeroe voor spiritueel geïnteresseerden. Naast Narziss en Goldmund (1930) gelden De Steppewolf (1927) en Siddharta (1922), die dit voorjaar opnieuw werden vertaald, als zijn bekendste romans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden