Crisis in het middelgrote theater

Van Amersfoort tot Maastricht worstelen middelgrote theaters met hun voortbestaan. Hoe overleeft een theater met circa tweehonderd stoelen? De Volkskrant ziet vier strategieën, van stug doorgaan tot ruim baan voor film en cabaret.

Een voorstelling in het Grande Theatre in Groningen. Het toneelhuis ging in maart failliet. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Straks kan het publiek alleen nog naar het toneel in de grote steden. Dat is de waarschuwing van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK), cultuurvereniging Kunsten '92 en een aantal theaterdirecteuren. Volgens hen verschraalt het toneelaanbod in middelgrote theaterzalen in Nederland. Door een reeks theaterfaillissementen en het noodgedwongen overstappen op relatief goedkopere film en cabaret, krijgen toneelgezelschappen steeds minder plek om te spelen.

De oorzaak van de neergang: toneelvoorstellingen in de kleine theaters met gemiddeld tweehonderd stoelen, kosten altijd meer dan het oplevert. Traditioneel legden gemeenten dat verschil bij met subsidie - het Rijk financiert de toneelgezelschappen, de lokale overheid de theaters. Maar veel gemeenten houden geen rekening meer met die 'nationale' opdracht en bezuinigen op hun theater.

'Het gaat heel slecht'

Het gevolg is een negatieve spiraal van bezuinigingen die zorgen voor het verdwijnen van theaters (Grand Theatre in Groningen, Huis van Bourgondië in Maastricht, Lak Theater in Leiden) of het verminderen van het aantal toneelvoorstellingen. 'Het gaat heel slecht op lokaal niveau', zegt Yolande Melsert, directeur NAPK.

'Vermaak en entertainment nemen de ruimte in van toneelgroepen', zegt zij. 'Terwijl juist die gesubsidieerd worden om scherp te zijn, te schuren, te verwonderen. Theaters moeten die groepen faciliteren, maar daar is geen geld meer voor. Dat vreet aan de professionaliteit van de podiumkunsten en daarmee aan de ontwikkeling van de Nederlandse burgers. Het wordt tijd dat de gemeente weer verantwoordelijkheid neemt voor het toneelaanbod.'

Wegvallende subsidies dwingen theaters populairder te programmeren. Goedkopere filmvoorstellingen en bruisende horeca moeten geld opleveren voor het arbeidsintensieve theaterprogramma. Het theater wordt zo onderdeel van hybride uitgaanscentra, zoals Plaza Futura in Eindhoven, Lux in Nijmegen en de Verkadefabriek in Den Bosch. Daar wordt een breed pakket aangeboden van horeca, film, debat en toneel. Een 'combinatietheater' zoals Lux organiseert daardoor maar gemiddeld vier toneelvoorstellingen per maand, waar een klassiek theater zoals Frascati er zeker dertig programmeert.

Zo overleeft het middelgrote theater (of niet)

1. Mixen
Met het mixen van film, cabaret, goed café en toneel trekken deze theaters genoeg publiek (en inkomsten) om het relatief dure toneel te kunnen blijven aanbieden. Lux in Nijmegen, Plaza Futura in Eindhoven en de Verkadefabriek in Den Bosch bieden het publiek een cultureel uitgaanspakket aan van film, debat, muziek en theater, gecombineerd met een hapje en een drankje. De winstgevende activiteiten vangen het relatief dure theater op. De opzet van de Verkade fabriek is een antwoord op veranderd gedrag van het publiek, zegt directeur Jan van der Putten. 'Mensen boeken niet meer weken van tevoren een voorstelling, maar willen gewoon iets leuks doen in het weekend. Ik heb het liefst dat ze dat bij mij doen. De Verkadefabriek moet daarom een plek zijn waar mensen graag naartoe gaan.' 'Breder programmeren wordt vaak gezien als kannibalisering van het toneel in je eigen theater. Maar de echte concurrent voor dat toneel is niet die film of die cabaretvoorstelling. Dat zijn alle vormen van vrijetijdsbesteding.'

2. Switchen
Stoppen met theater en je concentreren op film, cabaret en muziek. Dat doen zalen als het Witte Theater in IJmuiden en LantarenVenster in Rotterdam. Het aanbieden van film, cabaret en muziekoptredens is goedkoper en trekt meer publiek. Voor LantarenVenster was de verhuizing naar een nieuw pand aanleiding het programma op de schop te gooien. Van een vlakkevloertheater en filmhuis veranderde het instituut in een film- en muziektheater.
Directeur Krijn Meerburg: ‘We hebben gekeken naar manieren voor exploitatie en de behoefte van het publiek. Muziek sloot ­beter aan bij het culturele aanbod in Rotterdam. En de bouwkosten voor toneelvoorzieningen lagen hoger.’
‘We hebben nog steeds subsidie nodig, dus het blijft spannend, maar muziek en film is absoluut makkelijker. Ik zou niet nooit meer iets doen met toneel, maar ik wil wel meer zijn dan een filmtheater. Daarom zoeken we in het programma de grenzen op met muziek, film en eventuele combinaties.’

Geen koekjesfabriek

Volgens Marianne Versteegh van Kunsten '92 is een hybride oplossing niet per se slecht. Mits een programmeur de ruimte en tijd krijgt een goed theaterprogramma neer te zetten, zodat mensen weten: 'Daar zijn bijzondere voorstellingen te zien.' Maar voor een goed aanbod ter lering en vermaak zijn investeringen nodig. Een theater is tenslotte geen koekjesfabriek.'

Artistiek directeur Mark Timmer van het Amsterdamse Frascati ziet een landelijke verloedering van het aanbod op de podia, ingezet door individuele gemeenten. 'Plaatselijke wethouders hebben geen zicht op het totale theaterlandschap. Zo verengt het theater zich steeds meer tot een Randstedelijk gebeuren met bloedarmoede. Bovendien, het middensegment is de broedkamer voor het toneel. Die artistieke dynamiek vervalt.'

De hele ontwikkeling is dodelijk voor het theater, waarschuwt Timmer. 'Je hebt als theatergezelschap een minimum aantal voorstellingen nodig om zichtbaar te blijven bij het publiek. Veel theaters bieden dat aantal niet meer aan. Als er een keer in de week wat is - en er zit niemand - dan komen mensen uiteindelijk helemaal niet meer.'

3. Doorzetten
Stug vasthouden aan het theater, ‘relevant’ programmeren en je ‘stinkende best’ doen het publiek daarbij te betrekken. Dat doen de doorzetters, zoals theater Frascati in Amsterdam, De Kikker in Utrecht en Theater aan het Spui in Den Haag.‘Je moet mensen het gevoel ­geven dat het theater van hen is en de dialoog aangaan over de relevantie van de voorstellingen’, zegt Cees Debets van Theater aan het Spui in Den Haag. ‘Wij willen hoogwaardig aanbod zo laagdrempelig mogelijk presenteren. Wij proberen het publiek mee te nemen in het avontuur. Door context te bieden investeren we in een relatie met hen.
‘Ik zorg dat ik er ben en aanspreekbaar ben. Als iemand het achteraf een rotvoorstelling vond, dan praten we daarover. Desnoods haal ik er een acteur bij om uit te leggen hoe het zat.’
‘We zetten enorm in op kunst­educatie. Scholieren krijgen les en workshops van ons. Bovendien hebben we een toneelkijkersgroep voor jongeren. Voor de voorstelling praten zij met een dramaturg over het stuk.’

4. Sneuvelen
Doorgaan tot de dood erop volgt. Zo kan het ook. Door een faillisement, zoals het Grande Theatre in Groningen, of door de deuren te sluiten na een bezuiniging, zoals in Maastricht.Het Maastrichtse productiehuis annex theater Huis van Bourgondië moest in 2012 sluiten ‘omdat politieke en culturele tijden veranderen’, aldus een verklaring op de website. In datzelfde jaar viel het doek voor het Leids Academisch Kunstcentrum, beter ­bekend als het LAK-theater, omdat de universiteit Leiden stopte met de subsidie.
Spectaculairder was de val van het Grand Theatre in Groningen. Na het wegvallen 700 duizend euro rijkssubsidie voor de functie van (theater)productiehuis, ­vertikte de organisatie zich in 2013 aan te passen. Een fusie met bijvoorbeeld het Noord Nederlands Toneel werd van de hand gewezen. In een plan worden termen geopperd als ‘ondernemerschap’ en ‘professionalisering’.
Twee jaar en vier interim-directeuren verder, moest het theater afgelopen maart toch sluiten.‘Als je ruim dertig jaar een toonaangevend productiehuis bent ­geweest, is het moeilijk om op een andere manier verder te gaan’, zei directeur Renée Waale ­destijds tegen deze krant. ‘De ambities stonden niet in verhouding tot het budget.’
De Groningse gemeente werkt nu aan een plan voor een doorstart. De Stadsschouwburg gaat mogelijk helpen bij de programmering. Gisteren werd bekend dat de gemeente de ­inboedel van het failliete theater heeft opgekocht. ‘Zo gaan andere kopers daarmee niet nog voor de doorstart aan de haal’, zei wethouder Paul de Rook ­tegen het Dagblad van het ­Noorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.