COWBOY MET EEN MISSIE

Met de aankoop van het duurste schilderij in de geschiedenis – 135 miljoen euro voor het door de nazi’s geroofde portret van de joodse Adèle Bloch-Bauer door Gustav Klimt – heeft Ronald Lauder eigenhandig de kunstgeschiedenis herschikt....

Wie wil weten wat hip is in New York, kijkt naar de nieuwe restaurants. Weinig steden zijn zo gevoelig voor restaurantmode als New York. Er wordt gezegd dat je de beste sushi niet in Japan eet, maar in New York. Als dat zo is, dan is het echte Oostenrijk tegenwoordig niet in Europa te vinden, maar in de Big Apple. Want Oostenrijk zet er momenteel de toon. Dat komt niet alleen door de fluwelen banken van restaurant Danube, waar je proeft hoe chique een schnitzel kan zijn. Of de spätzle bij het weelderige Wallsé waar je je een bohémien in de hoogtijdagen van Wenen voelt.

Het komt door Adèle. De mooie, vooroorlogse joodse vrouw van zakenman Ferdinand Bloch, middelpunt van de Weense culturele levendigheid, die zich twee keer liet schilderen door Gustav Klimt, met wie ze hoogstwaarschijnlijk een affaire had – liefhebbers denken het aan de portretten te kunnen aflezen.

Adèle Bloch-Bauer I (1907), het goudomgeven ‘portret van 135 miljoen’, hangt sinds deze zomer in het epicentrum van de Oostenrijk-trend in New York: de Neue Galerie, vijf jaar geleden door Ronald Lauder opgericht. Het in Beaux-Arts-stijl herstelde gebouw, dat is genoemd naar een van de toonaangevende Weense galeries aan het begin van de 20ste eeuw, staat schuin tegenover het Metropolitan Museum aan 5th Avenue. In het bijbehorende Café Sabarsky – hoge plafonds, spiegelmuur, banken met sierlijke stoffen – staan mensen wekelijks tot op de straat in de rij voor een Apfelstrudel.

Als kunstverzamelaar Ronald Lauder (1944), multimiljonair en erfgenaam van cosmeticatycoon Estée Lauder, al verguld is met zijn aankoop, heeft hij een opvallend laconieke manier om dat te laten merken. In zijn sobere kantoor boven het museum, met uitzicht over de herfstbomen in Central Park, praat hij met gemak, op het verveelde af, over zijn sierlijke pronkstuk. ‘Een deel van het hele verhaal is dat Klimt naar de middeleeuwse mozaïeken in Ravenna heeft gekeken, en naar Russische iconen. Als je naar het schilderij kijkt, realiseer je je dat Klimt de centrale heilige figuur uit die iconen nam, en die omcirkelde met goud en de structuur van de mozaïeken.’ Klimt verhief Adèle feitelijk tot heilige in zijn beeldtaal, dus. Het resultaat is heel speciaal, zegt Lauder, terwijl zijn woorden toch het enthousiasme maar nauwelijks onderstrepen.

Het schilderij dat Lauder als kind al bewonderde in Wenen, hangt op de eerste etage temidden van vier andere Klimts, die niet van hem zijn. Nog niet. Ze zijn van Maria Altmann, de Amerikaanse nazaat van Ferdinand en Adèle Bloch-Bauer, die begin dit jaar het door de nazi’s geroofde familiebezit van de Oostenrijkse staat terugkreeg. Lauder had zich hier intensief voor ingezet, en als voorzitter van de Stichting voor terugvordering van kunst van het World Jewish Congress de familie Altmann jaren ondersteund. Haar topstuk heeft hij in juni gekocht, nadat Altmann een bod van ruim 100 miljoen dollar voor alle vijf de Klimts – van Lauders rivaal, verzamelaar Eli Broad uit Los Angeles – had afgeslagen.

De prijs die Lauder heeft betaald, wil hij nog steeds niet bevestigen, ook al wordt het astronomische bedrag overal genoemd. Zijn adjunct-directeur van de Neue Galerie Scott Gutterman helpt een handje, door stellig over ‘het schilderij van 135 miljoen dollar’ te praten. Op de vraag of dat bedrag inderdaad klopt, antwoordt Gutterman: ‘We hebben contractueel met mevrouw Altmann vastgelegd de betaalde prijs niet te bevestigen’. Gevolgd door een glimlach, die bijna op een knipoog lijkt.

Adèle is deze zomer een instant icoon geworden. Een toevoeging aan het rijtje grote werken in de kunstgeschiedenis, zoals Leonardo da Vinci’s Mona Lisa, Rembrandts Nachtwacht, Picasso’s Guernica en Michelangelo’s David. Lauder heeft eigenhandig de kunstgeschiedenis herschikt, door de Duitse expressionisten zo’n impuls te geven.

Gevraagd of hij zich daar verantwoordelijk voor voelt, is Lauder duidelijk. ‘Niemand kende Adèle voordat ze zo in de publiciteit kwam’, zegt hij eufemistisch, om de 135 miljoen dollar-tellende reden waaróm ze in de publiciteit kwam niet hardop te noemen. Hij laat zich langzaam, onderuitgezakt in zijn stoel, kennen als een echte Amerikaan. Een onverhuld trotse man. ‘Toen ik begon met verzamelen kende niemand de expressionisten. Kirchner, Schiele. De enige twee namen die bekend waren, waren Klee en Kandinsky.’

Een cowboy met ferme taal. Maar wel met een missie: ‘Er was een enorme onwetendheid. Die wil ik wegnemen. Dit museum is ook bedoeld om mensen iets te leren.’

Of dat wat er geleerd moet worden volgens Lauder alleen over kunst gaat, of ook over joodse cultuur, blijft onduidelijk. Met zijn betrokkenheid bij terugvordering van joods kunstbezit, en de joodse Adèle als symbool en centrum van zijn museum, is het onderscheid moeilijk te maken. Lauder ontkent stellig: ‘Mijn kunst en mijn interesse in joodse cultuur hebben helemaal niets met elkaar te maken.’ Maar Gutterman nuanceert even later. ‘Lauder wil de levendige Duitse en Oostenrijkse cultuur van voor de oorlog hier in New York in ere herstellen. Hij wil de joden teruggeven wat Hitler ze heeft afgenomen.’

Lauder begon vroeg met verzamelen. Honkbalkaarten, soldaatjes, ansichtkaarten. ‘Wat het ook was, ik wilde er de beste van hebben en stroopte de winkeltjes in New York ervoor af. Het ging me om de passie van het verzamelen.’

De kunst kwam een paar jaar later. ‘Pas rond mijn elfde, toen ik me realiseerde dat ik potentieel genoeg geld zou hebben om een kunstwerk te kopen, kreeg ik interesse.’ Zijn moeder Estée Lauder was inmiddels het brouwen van lotionnetjes aan de keukentafel in Queens voorbij. Haar producten stonden al bij de ingang van het dure warenhuis Saks, en ze had, in 1953, haar wereldberoemde geur Youth Dew geïntroduceerd. Dat zou haar bedrijf in drie decennia in jaaromzet van 50 duizend tot 150 miljoen dollar doen stijgen. En dat bleef groeien – in 1996 had het bedrijf volgens het blad Forbes 3 miljard omzet per jaar en in 2004, toen Estée stierf, volgens de Financial Times ruim 5 miljard.

Korte tijd nadat Lauders interesse voor kunst gewekt was, gaf een familievriend hem ter gelegenheid van zijn bar mitswa tienduizend dollar, waarmee hij een zelfportret van Egon Schiele kocht. Hij was veertien. ‘Ik had al eens een poster van Toulouse-Lautrec gekocht, voor 75 dollar of zo. Maar dit was mijn eerste echte werk. Het was geen typische Schiele, maar ik had het gevonden en hield van dat werk. Het voelde als een ontdekking.’ Het als eerste ontdekken van het beste werk, werd zo uitgebreid tot de kunst. ‘Ik werd zo opgewonden dat ik begon te lezen over andere kunstenaars. In boekwinkels zag ik de verkopers naar me kijken en denken, ‘‘we hebben geen kinderboeken hoor’’, maar ik zocht kunstboeken.’

In de loop van zijn verzamelcarrière kocht Lauder schilderijen en tekeningen van Beckman, Klee, Klimt, Schiele, Kokoshka. Sieraden van Josef Hoffman en stoffen van Dagobert Peche, meubels van Koloman Moser. Thuis, verderop in Upper East Side, hangen Vlaamse meesters als Jacob Jordaens. In het Museum of Modern Art (MoMA) hangen moderne werken die hij doneerde, zoals werk van Gerhard Richter en Pablo Picasso. De waarde van zijn collectie wordt, zonder Adèle, geschat op zo’n 450 miljoen dollar, terwijl hij er in de loop van de tijd niet meer dan honderd miljoen voor zou hebben betaald.

Sinds kort is hij enthousiast over 15de en vroeg-16de eeuwse Duitse en Italiaanse kunst: ‘Dat heeft ook met abstractie te maken. De transitie van tweedimensionaal naar driedimensionaal. Van de ruigheid van de Middeleeuwen naar het realisme van de Renaissance.’ De kunst waardoor Klimt zich liet inspireren toen hij Adèle schilderde, dus.

Ook professioneel was Lauder vroeg betrokken bij de New Yorkse kunstwereld. In de jaren zeventig werd hij al trustee van het MoMA in New York, waar hij later chairman of the board werd. Ook voert Lauder al jaren de lijsten van grootste verzamelaars ter wereld aan, slechts gevolgd door een enkele andere puisant rijke verzamelaar, zoals Eli Broad, begunstiger van het Los Angeles County Museum of Art.

‘Op ieder terrein heb ik een expert om me bij te staan’, zegt Lauder. Dat heeft hij van zijn moeder geërfd: ‘Als mijn moeder iets niet wist, zocht ze een expert om het uit te zoeken.’ In de kunst was dat voor hem handelaar Serge Sabarsky, die hij 1967 ontmoette. Hij was zijn hoge school in Duits en Oostenrijks expressionisme. De twee hadden dagelijks contact, en kwamen op zondag bijeen om de aankopen door te spreken. ‘Mijn plan was dat hij een museum zou beginnen, met mijn betrokkenheid. Maar toen werd hij ziek. Ik heb het toch doorgezet. Als je verzamelt, wil je op een dag toch een museum. Goede kunst moet gedeeld worden.’ Het café bij het museum kreeg zijn naam, en bij de entree hangt een foto van Sabarsky.

Wat Lauder niet van zijn moeder erfde, is het verzamelen. Hij was degene die háár huis inrichtte met schilderijen, terwijl zij haar crèmes en make-up met innovatieve verkoopmethodes aan de man bracht (Estée introduceerde de methode van een gratis monster bij iedere aankoop, een van de succesvolste marketinginstrumenten in cosmetica). Oudere broer Leonard verzamelt wel, vooral Amerikaanse moderne kunst, en is begunstiger van het Whitney Museum. Maar terwijl Leonard een gestage carrière als hoofd van moeders bedrijf tegemoet ging, is Ronald Lauder, elf jaar jonger, de risiconemer.

Aan zijn carrière is een onmiskenbare grilligheid af te lezen. Hij begon in 1964 bij Estée Lauder International in België. In 1983 was hij vicepresident van het bedrijf. Maar andere zaken trokken. Lauder werd door Ronald Reagan aangesteld in het Pentagon, als assistent van de Secretary of Defence voor Europa en de NAVO. In 1986 introduceerde de president hem in de diplomatie – hij werd aangesteld als ambassadeur van Oostenrijk. Na een jaar stapte hij op, als protest tegen de toenmalig Oostenrijkse president Kurt Waldheim en diens omstreden naziverleden. De politieke ambities verdwenen niet – in 1989 deed Lauder een gooi naar het burgemeesterschap van New York, wat jammerlijk mislukte ten gunste van Rudolf Giuliani. Ondertussen is hij nog wel president van Estée Lauder-onderdeel Clinique.

Maar Lauders betrokkenheid bij de zaak lijkt bijzaak. Hij is, als begunstiger van de joodse gemeenschap, tegenwoordig voornamelijk filantroop. Daarin vertoont hij een opmerkelijk tweede-generatiegedrag: het hervinden en herijken van de identiteit van zijn ouders.

‘Vóór de jaren tachtig was ik niet geïnteresseerd in de joodse cultuur. Het was totaal geen onderdeel van mijn leven. Ik was slechts als jood opgegroeid in de tradities en rituelen, maar dat is typisch voor joden in New York.’ Zijn ambassadeurschap in Oostenrijk leidde tot een herontdekking van zijn joodse identiteit, omdat hij daar voor het eerst merkte dat antisemitisme nog bestond.

Lauder zette deze nieuwe interesse om in de oprichting van de Ronald Lauder Foundation, die jaarlijks miljoenen doneert aan joodse gemeenschappen in Oost-Europa en Rusland. Hij steunde Benjamin Netanyahu in zijn politieke campagne in Israël en werd voorzitter van de stichting voor terugvordering van kunst van het World Jewish Congress. Al is dat niet zonder kritiek gebleven: verschillende serieuze media in de VS bekritiseerden Lauder vanwege zijn eigen geheimzinnigheid rond de herkomst van zijn kunst. Wellicht zou aan de herkomst van enkele werken ook de smet van een naziverleden kleven. Zo publiceerde de New York Times in 1998 een artikel waarin twee Schieles die Lauder uit Oostenrijk naar het MoMA had gekregen onder de loep werden genomen. Bovendien had Lauder als ambassadeur van Oostenrijk een voorkeursbehandeling voor export van kunst gekregen, toen hij het werk Bomen in de winter van Schiele voor 1,2 miljoen dollar kocht. Destijds reageerde hij nauwelijks op de kritiek (‘Als het om gestolen kunst gaat, maakt het niet uit of ze nu in Wenen of New York zijn’, zei hij tegen de verslaggever), en tot vandaag heeft hij de herkomst van zijn twintig Schieles niet openbaar gemaakt.

Gevraagd om een reactie, zegt hij nuchter: ‘It comes with the territory als je kunst verzamelt, en het heet jaloezie. Ik heb toen ik ambassadeur was dat schilderij gekocht met instemming van alle instituten.’ Adjunct-directeur Gutterman bezweert dat de volledige herkomst van alle werken in de Neue Galerie ‘zeer binnenkort’ op de website wordt gepubliceerd.

Lauder heeft altijd de vanzelfsprekendheid van geld gekend, inclusief het bijbehorende grote gebarengedrag. Dat leidde in 1995 tot een schuld van 209 miljoen dollar bij zijn moeders bedrijf, mede vanwege zijn uitgaven aan kunst. Hij moest zijn aandelen verkopen.

Sindsdien is Lauder, aanvullend op zijn filantropische ondernemerschap, een mediabedrijf begonnen, Central European Media Enterprises, ‘om de democratie in Centraal Europa te bevorderen’. In 2003 won CME een rechtszaak tegen de Tsjechische regering over uitzendrechten, met een schikking van 355 miljoen dollar. Hij kocht er Adèle I van.

Adèle II hing tot vorige week samen met nummer I in de Neue Galerie. Volgende maand wordt zij, samen met de rest van de teruggevorderde Bloch-Bauer-collectie, geveild bij Christie’s. Nooit had Christie’s zo’n publicitair aantrekkelijke voorvertoning als nu. Of Lauder geïnteresseerd is de werken te kopen, zegt hij niet. Na eerst verteld te hebben dat hij waarschijnlijk de overige Klimts niet zal kopen ‘omdat hij niet meer Klimts dan muren wil’ (de Neue Galerie heeft al zeven Klimtschilderijen), antwoordt hij op de officiële vraag of hij ze zal kopen, ‘dat hij er serieus naar kijkt’. Inmiddels heeft The Art Newspaper bekend gemaakt dat Lauder vorige maand 49 procent van zijn aandelen van CME van de hand heeft gedaan. Het leverde hem 190 miljoen dollar op. Of dit een voorbereiding is op de veiling, laat hij in het midden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden