Corrector vervalst geschiedenis

LISSABON werd rond het jaar 716 veroverd door de Arabieren, die het hele Iberisch schiereiland in handen wilden krijgen. Met korte onderbrekingen zouden zij de stad tot 1147 in bezit houden....

SANDER DE VAAN

Dat de christelijke strijders Alfonso hielpen, wordt door historici algemeen aanvaard. Naar verluidt onderbraken ze hun reis vooral vanwege de beloning die hun in het vooruitzicht was gesteld: na de inname van Lissabon zouden ze de stad mogen plunderen.

In Het beleg van Lissabon van José Saramago (1922) moet de corrector Raimundo Silva het manuscript van een historische verhandeling over deze episode redigeren. Uit ergernis over een paar onjuistheden in de tekst en ook omdat hij zich als corrector verveelt, doet hij iets ongehoords: aan de zin waarin gezegd wordt dat de kruisvaarders de Portugezen hielpen voegt hij het woordje 'niet' toe.

De 'geschiedvervalsing' wordt kort daarop ontdekt. Omdat het boek dan al gedrukt is, moet een inderhaast toegevoegd erratum uitkomst brengen. Dat Silva niet ontslagen wordt, dankt hij aan zijn verder vlekkeloze staat van dienst. Wel krijgt hij een supervisor, Maria Sara, toegewezen, die voortaan zijn werk moet controleren.

Spoedig blijkt dat Silva's daad ingrijpende gevolgen voor hem heeft. Maria Sara is geïntrigeerd door zijn verdraaiing van de feiten en spoort hem aan een geschiedenis van het beleg van Lissabon te schrijven waarin de kruisvaarders Alfonso niet te hulp kwamen. Silva gaat welgemutst aan het werk: voor het eerst in zijn leven is hij niet afhankelijk van andermans tekst.

Met behulp van een anonieme verteller volgt Saramago de bevlogen corrector bij het schrijven van zijn boek. Hij wisselt daarbij Silva's overpeinzingen af met de passages die deze ondertussen op papier zet. Die vorm komt het verhaal ten goede, want zo wordt de lezer deelgenoot van de problemen die Silva ondervindt bij de invulling van zijn personages én bij de prikkelende vraag hoe Lissabon in te nemen zonder de hulp van de kruisvaarders.

Saramago maakt van de gelegenheid gebruik om de geschiedenis van Portugal en de godsdienstige achtergrond van de strijd om Lissabon van ironisch commentaar te voorzien. Opmerkelijk is dat niet. In Saramago's oeuvre zijn kritische bespiegelingen over geschiedenis en religie geen uitzonderingen. Een van de meest geslaagde voorbeelden is de roman Het evangelie volgens Jezus Christus, een zeer oorspronkelijk boek, dat de auteur in eigen land het predikaat 'duivelse ketter' opleverde.

In Het beleg van Lissabon betoont Saramago zich wat dit aangaat minder scherpzinnig. Nu en dan geeft hij treffend commentaar op de ontstaansgeschiedenis van Portugal, maar veel vaker verliest hij zich in overpeinzingen die weinig toevoegen aan het verhaal. Wat de zin en onzin van godsdiensten betreft, grijpt hij vrijwel uitsluitend terug op gedachten die hij al in eerdere romans onder woorden heeft gebracht.

Saramago is een auteur die 'veel ijs' nodig heeft om zijn verhaal te doen. Het liefst glijdt hij weelderig zwierend, van het ene sprankelende terzijde naar het andere, in elegante volzinnen naar het slot. In Het beleg van Lissabon werpt deze techniek onvoldoende vrucht af. Vooral in de eerste helft van het boek wordt nogal wat doorzettingsvermogen van de lezer gevergd.

Als halverwege het verhaal blijkt dat Silva en Maria Sara iets voor elkaar beginnen te voelen, keert het tij ten goede. Saramago's vertolking van de op hol geslagen gevoelswereld van het tweetal is meesterlijk. De passages waarin hij met veel tederheid hun eerste fysieke toenaderingspogingen beschrijft behoren tot de hoogtepunten van het boek.

Het verband tussen deze ontluikende liefde en het christelijke beleg van Lissabon is duidelijk. In beide gevallen moeten de betrokkenen barrières slechten om nader tot elkaar te komen en een gezamenlijke toekomst op te bouwen. Dat Saramago aan het slot van zijn relaas nog eens nadrukkelijk op deze samenhang wijst, is dan ook eigenlijk overbodig.

Uiteindelijk blijft vooral de grondgedachte van Het beleg van Lissabon hangen: de ongrijpbare macht van het woord. 'Als de correctoren het mochten (. . .), zouden ze het aanzien van de wereld kunnen veranderen (. . .) simpelweg door wat woorden te veranderen', stelt Silva vlak na zijn 'daad'.

Later nuanceert Saramago dit door er - terecht - op te wijzen dat woorden 'gevaarlijke tovenaarsleerlingen' zijn. Dat ene 'foute' woord vermocht immers niet de geschiedenis te veranderen, het bracht de doodeenzame Silva wel het onverwachte geluk van een hartstochtelijke liefde.

Sander de Vaan

José Saramago: Het beleg van Lissabon.

Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens.

De Arbeiderspers; 278 pagina's; ¿ 49,90.

ISBN 90 295 3492 3.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden