Corine Koole, je wordt bedankt

Witteman heeft iets gelezen

Interviewen is een vak apart. Daar ben ik vele jaren geleden achter gekomen toen ik voor een glossy een Bekende Nederlander moest interviewen, in een restaurant. De BN'er en ik bleken het prima met elkaar te kunnen vinden, en we zetten het op een geweldig zuipen. Na afloop viel ik van de trap en er gebeurden ook nog andere dingen die ik gelukkig vergeten ben.

Toen ik het interview de volgende dag wilde uitwerken, bleek dat de bandopname onverstaanbaar was door het restaurantlawaai. Ik moest dus, met bonkende kater, op goed geluk zien te reconstrueren wat hij gezegd had. De glossy drukte, om fijntjes duidelijk te maken hoe de vork in de steel zat, naast mijn interview pontificaal de drankrekening van die avond af. Ik heb daarna nooit meer iemand geïnterviewd.

Wie het wél kan, is Corine Koole. Zij interviewt mensen over de liefde, een onderwerp waarvan nooit eens iemand genoeg krijgt. Ja, gelukkige liefde is saai; de talloze boekjes van de Bouquetreeks die ik in mijn jeugd verslonden heb, houden allemaal op als de donkere, stugge, hoekige scheepsmagnaat/hoofdredacteur/sjeik en de tengere, blonde dierenartsassistente/kunstenares/boetiekhoudster elkaar, na een hoop verlangen, misverstanden, woeste seks, vlammende ruzie, snikkend berouw en nog meer woeste seks eenmaal gekregen hebben en het gewóne leven begint, met alle sleur, twijfels, ontrouw, leugens en verdriet van dien.

En dáár neemt Koole het over. Zij beschrijft, aan de hand van interviews, waar het misgaat tussen mensen die ooit van elkaar gehouden hebben. Dat doet ze pakkend. Ze vertelt precies hoe de zoenen smaakten, lichamen geurden, hoe hij een glas inschonk, hoe zij iets kookte, hoe hij zorgzaam naar ouderavonden ging of juist niet, hoe zij voor het eerst haar oog liet vallen op de buurman, of de leraar aardrijkskunde van de oudste dochter, hoe hij telkens zo afwezig leek, en opeens manisch ging sporten/ nieuwe kleren kopen/een motorfiets kocht, en hoe zij op een kwade dag van hem te horen kreeg waar ze altijd al bang voor was geweest... of hoe hij, als een donderslag bij heldere hemel... etcetera.

Ik kan het nooit laten die interviews te lezen. Ze zijn goed. Ze zijn héél goed. Er is maar één probleem, en dat probleem verklaart tevens het succes van die interviews: ze vreten aan je. Het ergst/best is Kooles rubriek Verlaten vrouw in Linda. Die titel alleen al, met die noodlottige alliteratie! Is verlaten worden niet ieders diepste angst? Elke keer lees ik met afgrijzen hoe de ogenschijnlijk gelukkige gezinnen (die allemaal op het mijne lijken) geleidelijk dan wel abrupt, maar hoe dan ook onafwendbaar uit elkaar vallen.

'De ochtend dat ik aan zijn overhemd rook, was de eerste keer dat ik mezelf toestond mijn vermoedens serieus te nemen. Ik dacht: wat doe ik? Is dit wat er van me geworden is? Een jaloerse, bezitterige vrouw? Maar ik wist dat ik het niet voor niets deed en ik kreeg, uiteindelijk, gelijk. Veel te laat en tot mijn onmetelijke spijt.'

BAM! Welke vrouw kan zoiets lezen zonder onmiddellijk óók aan overhemden te gaan ruiken? Nou, ik niet. Ik ruik dan overigens nooit iets bijzonders. Maar dat zegt niets. Volgende maand komt Koole aanzetten met een vrouw wier man wel érg vaak op reis moet. Of drie avonden in de week gaat sporten. Of zijn mobieltje meeneemt als hij naar de wc gaat. Van die doodgewone dingen die mannen nu eenmaal doen, of ze nou wél of niet van plan zijn je te verlaten.

Corine Koole, je wordt bedankt.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl