interviewBeverly Glenn Copeland

Copelands muziek is door het universum ingegeven, zegt hij zelf

Zijn vier eerste albums bleven decennialang onopgemerkt. Maar met hulp van een Japanse platenfreak is Beverly Glenn Copeland (77) officieel geland. Zijn nieuwe en jonge publiek is ontvankelijk voor zijn boodschap: alleen als wereldwijde familie kunnen we de aarde nog redden. 

Beverly Glenn Copeland: ‘Het is heel belangrijk dat jonge transgenders zich bewust worden van hun eigen schoonheid. ’Beeld Alex Sturrock

Nee, de titel van zijn net uitgekomen verzamelalbum Transmissions is niet bedoeld als woordspeling. Je moet transmission niet lezen als ‘de missie van een transman’, maar als ‘signalen’. 

‘Ik heb die naam niet verzonnen’, zegt Beverly Glenn Copeland aan de telefoon. ‘Iemand van de platenmaatschappij kwam ermee en ik vond het wel kloppen met mijn muziek. Want als mensen aan mij vragen hoe ik liedjes schrijf, kan ik niet anders antwoorden dan dat ik signalen krijg van het universum, wat ik ook wel het UBS noem, het Universal Broadcasting System. Omdat ik nu eenmaal musicus ben, vertalen die signalen zich bij mij in de vorm van muziek. Op zich niets bijzonder hoor. Iedereen krijgt informatie van het universum, maar de meeste mensen besteden er geen aandacht aan.’

Maar nu de interviewer er over begint valt er misschien wel wat voor die andere uitleg van Transmission te zeggen. Zanger en componist Beverly Glenn Copeland – roepnaam Glenn – woon in Sackville in Canada en is in een vrouwenlichaam geboren. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw en in 2004 maakte hij vijf weinig opgemerkte albums. In 2016 werden ze toch ontdekt. Gedragen liedjes aan de contemplatieve kant van folk, doorregen met jazz, soul en pop. De teksten in het repertoire van na de jaren zeventig hebben een nadruk op eerbied voor het leven. Copeland zingt over in harmonie samenleven met de wereld om ons heen. Synthesizers kabbelen als beekjes in Ever New als Copeland zingt: ‘Welcome the spring, the summer rain. Softly turned to sing again. Welcome the bud, the summer blooming flower.’

Hij wil mensen ‘ervan bewust maken dat we een wereldwijde familie moeten worden, als we deze aarde nog willen redden.’ Wanneer je aan hem vraagt of hij daar voor zichzelf een taak ziet weggelegd, antwoordt de 77-jarige Copeland: ‘Ik geloof ten zeerste dat ik om die reden in deze tijd ben geboren.’

Hij voelt zich bevestigd in dat vermoeden door de interesse van een nieuw publiek, dat voor een groot deel nog niet geboren was toen zijn albums uitkwamen. Publiek dat twee jaar geleden zijn concert op het avant-gardefestival Le Guess Who? in Utrecht bijwoonde en dat nu bediend wordt met het verzamelalbum Transmissions én een livealbum van concert.

Copeland: ‘Dat publiek heeft mij online ontdekt. Volgens mij zij ze zich door het internet er meer van bewust geworden dat we met zijn allen toch echt één wereld vormen. Dat we niet los staan van elkaar en dat we ons moeten realiseren wat we hebben gedaan met de atmosfeer en  moeder aarde. Jonge mensen praten hier meer en meer over. Laten dat nu net de onderwerpen zijn waar ik al jaren liedjes over schrijf.’

De ironie wil dat Copeland zich bijna veertig jaar lang afzijdig heeft gehouden van de wereld en haast als een muzikale monnik leefde. Midden jaren zeventig had hij de muziekindustrie vaarwel gezegd en bekeerde zich tot het boeddhisme. Hij bleef muziek schrijven. Hij werkte nog als liedjesschrijver en entertainer voor het Canadese kinderprogramma Mr. Dressup en voor Sesamstraat, maar had voor de rest weinig notie van wat er in de wereld gebeurde.

Die zelfverkozen isolatie had waarschijnlijk nog voortgeduurd als hij in 2016 niet werd benaderd door een Japanse platenfreak en -autoriteit op het internet. Die was geïnteresseerd in het cassettebandje Keyboard Fantasies dat Copeland in 1968 in een oplage van 200 in eigen beheer had uitgebracht. Had hij er nog een aantal liggen, zodat hij ze kon doorverkopen?

Lang verhaal kort: de overgebleven tapes waren binnen drie weken verkocht. Hippe producers als Caribou en Four Tet lieten weten fan te zijn. Copelands albums werden heruitgebracht. Er werd een biografische documentaire over hem gemaakt. The New York Times en The New Yorker besteedden aandacht aan hem en zijn Keyboard Fantasies – mijmeringen gezongen over een Roland drumcomputer en Yamaha DX7 synthesizer – wordt met terugwerkende kracht beschouwd als een album in de voorhoede van newage-electronica.

Maar hoe enthousiast de nieuwe garde ook is over het werk van Copeland, hij zegt zich met dat repertoire niet echt verbonden te voelen. Hij leeft in het hier en nu en maakt voortdurend nieuwe muziek. Hij heeft al nummers klaar voor een nieuw album. ‘Ik luister niet naar mijn oude nummers. Zelfs in de periode dat ik in stilte leefde waren er maar drie platen die ik al die jaren herhaaldelijk beluisterde: What’s Going On van Marvin Gaye, Kind of Blue van Miles Davis enTapestry van Carole King.’

Zijn eigen songs kennen een grote muzikale verscheidenheid. Er is de elegante meditatieve electronica van Keyboard Fantasies; het nummer In the Image klinkt als mellow clubhouse en de song La Vita neigt naar soulvolle opera. Maar er er zijn altijd twee constanten: een gedragen stem die aandoet als een helende aanraking en teksten die voortkomen uit compassie en uitmonden in een aanmoediging.

Uit La Vita: ‘The spirit says ‘fill your heart with love’. The heart says ‘seek the light within’. The heart says ‘let the dance begin’.’

Copeland: ‘Ik ben als vrouw opgevoed en had zo toegang tot een wereld waar de meeste mannen nooit komen. Mannen zijn over het algemeen op de praktische buitenwereld gericht: wat te doen en hoe dat te doen. Vrouwen zijn meer afgestemd op hun interne realiteit. Ik werd op die manier op hele jonge leeftijd al vertrouwd gemaakt met een vrouwelijke sensibiliteit.’

Heeft het feit dat hij lange tijd als man in een vrouwenlichaam heeft geleefd zijn songschrijverschap gestuurd? ‘Eigenlijk niet. Mijn plek op de genderregenboog heeft daar nooit invloed op gehad. Met één uitzondering dan. Ik gebruik in mijn liedjes nooit seksegerelateerde voornaamwoorden. In 1962 zat er echt niemand te wachten op een vrouw die zingt dat ze verliefd is op een andere vrouw. Toen was dat nog illegaal!’

Hij spreekt uit ervaring. Toen de in Philadelphia geboren Copeland in 1961 zang ging studeren aan de McGill Universiteit in Montreal, begon hij als vrouw een relatie met een andere vrouwelijke student. Er was onuitgesproken ongemak bij de universiteitsleiding en Copeland stapte op.

Hij wist dat hij niet homoseksueel was, omdat hij zich een jongen voelde. Op 3-jarige leeftijd al spande hij zijn spieren voor de spiegel. ‘Pas veel later in mijn leven begreep ik wie ik was. Voor die tijd was er nog helemaal geen maatschappelijke dialoog over transgenderisme. Er was dus ook geen vocabulaire voor. Je kunt niet iets over jezelf te weten komen als daar geen woorden voor zijn.’

Pas in 1995 las hij een boek van een lotgenoot. Een transman die twintig jaar daarvoor tot het besef was gekomen dat hij in het verkeerde lijf was geboren. ‘Zijn herinneringen uit zijn kindertijd waren als die van mij. In een flits realiseerde ik me dat ik dus transgender was.’

Copeland vertelde het aan de mensen in zijn directe omgeving, maar wachtte met publiekelijk uit de kast komen tot 2002, het jaar dat hij zijn transitie onderging. Hij deed dat met een radio-interview. Er volgt een lange denkpauze als je aan hem vraagt of hij dat deed om een rolmodel te zijn, om het voor transgenders na hem makkelijker te maken. ‘Ik dacht toen niet in die termen. Het was meer iets van: ‘Mensen, dit is de realiteit. Ik ben niet de enige. Dus laten we het er maar een keer over hebben.’’

Beverly Glenn CopelandBeeld Alex Sturrock

Inmiddels voelt hij zich wel een rolmodel. Hij voelt de verantwoordelijkheid als voorbeeld te fungeren voor transjongens en -meisjes die nog niet zo ver zijn als hij. Copeland: ‘Onze maatschappij heeft bepaald wat voor uiterlijk acceptabel en ‘mooi’ is. Het is heel belangrijk dat jonge transgenders zich bewust worden van hun eigen schoonheid. En als ik daarbij kan helpen, graag.’

Maar het mooiste van de reacties op dat radio-interview, was dat er berichten binnenkwamen van mensen uit totaal andere situaties. Telefoontjes van mensen die het programma in de auto hadden gehoord en even hadden moeten parkeren om een potje te grienen.

‘Dan kwam er weer een belletje van iemand die zei dat hij of zij helemaal niet trans of gay was, maar worstelde met zijn of haar eigen problemen. En als ik door al die ellende heen kon komen, dan konden zij dat ook. Ik besefte toen dat het niet ging om de plek die je innam op het het spectrum van gender en seksuele voorkeur, of zelfs wat voor zelfbeeld je daardoor had. Het moment was blijkbaar aangebroken dat iedereen zich kon verhouden tot dit onderwerp. Daar gaat het uiteindelijk om, of we begrip voor elkaar kunnen opbrengen. Dat we onszelf de vraag stellen: kunnen we elkaar ondersteunen in onze worstelingen?’

Zowel Transmissions als Live at Le Guess Who? is op streamingdiensten te luisteren. Transmissions is ook als fysiek album uitgebracht. Live at Le Guess Who komt 27/11 uit op Transgressive Records.

Crowdfunding

De wereldtournee van Beverly Glenn Copeland, die begin dit jaar op stapel stond, werd afgezegd vanwege de pandemie. De inkomsten van die tournee werden node gemist. Het zorgde er bijna voor dat Copeland en zijn vrouw, dichter, zanger en acteur Elizabeth Paddon, dakloos werden. Paddons dochter zette een crowdfundingsactie op, die 100 duizend dollar opbracht. Weldoeners boden het paar een huis aan aan de Canadese kust. Daar woont het stel nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden