Consequenties van interraciaal ongemak vormen het hart van horrorfilm Get Out

Vaak is het onbeholpenheid. De mensen hebben heus het hart op de juiste plaats. Maar het effect van opmerkingen over huidskleur is verschrikkelijk. Pure horror, eigenlijk. Zoals in de geestige openingsfilm van het Imagine Film Festival, Get Out.

Daniel Kaluuya als Chris Washington in Get Out.

Ik kan een ongemakkelijke situatie best waarderen. Ik vermaakte me dus prima op het feestje in - om privacyredenen veranderden we de naam - Bloemendaal, waar ik was met mijn allerbeste vriend, diplomatenzoon, opgegroeid in de aanstellerig nette Parijse wijk Neuilly, dandyesk gekleed, en, als Senegalees van geboorte, betrekkelijk donkerbruin, met zoals de Fransen zeggen een boule à zero, een glanzend kale schedel. Babbelend met de welwillende internisten stak een van hen hartelijk tegen mijn vriend van wal: 'Jij lijkt op die jongen van televisie.'

Ik wist meteen waar dit heen ging.

'Je weet wel, die komiek. Hoe heet-ie nou ook weer.'

We stonden op een overweg, motor uitgevallen, de goederentrein kwam aangedenderd. En, zoals het hoort in de betere comedy, ging dat tergend traag. De man probeerde, hulpeloos kijkend van mij naar mijn vriend en weer terug, op de naam te komen, waarbij hij zich vastklampte aan fragmentarische voorbeelden van sketches en quotes die hij zich ook maar half herinnerde. Mijn hemel, wat duurde dit lang. Bij gebrek aan uithoudingsvermogen in gevallen van plaatsvervangende schaamte bood ik zelf maar verlossing. 'Jandino Asporaat!', riep ik net wat te blij. Aan mij heb je ook niks als het oorlog wordt.

Behalve een donkere huid en een gladde schedel hebben mijn vriend en Jandino Asporaat nul overeenkomsten. Op het gevaar af te uitleggerig te worden: je bent Joris Luyendijk en je wordt allerhartelijkst vergeleken met Gordon. Geen schande, natuurlijk, en vast met de beste bedoelingen. Maar wat moet Joris ermee?

Betty Gabriel als Georgina.

Interraciaal ongemak

Dit soort interraciaal ongemak en de consequenties daarvan vormen het hart en de zenuwbanen van de bijzonder smakelijke, geestige Amerikaanse horrorfilm Get Out. Sinds Get out eind januari als nachtelijke verrassingsvoorstelling was geprogrammeerd op het gerespecteerde Sundance Festival en daar lyrisch werd ontvangen, is de film een eersteklas conversationpiece gebleken. Hij draait nu een dikke maand in de Verenigde Staten en heeft daar tegen de 140 miljoen dollar aan de bioscoopkassa's opgehaald. En dat voor een productiebudget van 5 miljoen.

Intussen is er nauwelijks een criticus te vinden die in zijn bespreking níét opgewonden vrolijk is over de film. Kritisch, commercieel en inhoudelijk een succes dus. Dat komt doordat het mes van Get Out zo ongeveer aan alle kanten snijdt. Met een fijn bijeffect, zo fijn dat het een hoofdeffect wordt. Maar daarover later.

Verwachting en verrassing

Eerst het vernuft van de film. Voor een groot gedeelte zit die in de originaliteit van het uitgangspunt. Een meisje uit de hogere middenklasse neemt haar nieuwe, donkere vriend voor het eerst mee naar haar ouders, die op het gegoede platteland een villa bewonen. Er is wat nervositeit over de interraciale relatie, maar het zijn liberale mensen, die ouders, dus er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Tot er al heel snel, daar is het een horrorfilm voor, omineuze asvlokjes uit de hemel dwarrelen. Waarom doet hun zwarte huispersoneel zo houterig? Doet die vader niet te érg zijn best?

Geslaagde genrefilms, en horrorfilms dus ook, moeten het hebben van de combinatie van een liefdevol gesmeed ijzeren staketsel en een zo fris en vernieuwend mogelijke invulling daarvan. Verwachting en verrassing, het koude ijs met warme kersensaus van de cinematografie. Mensen die met een schrikgeluid plotseling in beeld verschijnen, personages die wel héél demonstratief vreemd doen tegen de hoofdpersoon, een nadrukkelijk afgelegen locatie, maanlicht: schrijver en regisseur Jordan Peele (38), die als maker van de sketchshow Key and Peele al blijk gaf van filmliefde en fijnzinnige parodieën, maakt met duidelijk plezier een ferm bouwwerkje.

Catherine Keener als Missy Armitage.

Emancipatie

Om dat vervolgens alle kanten op te schudden met elementen van wat in ouderwetsere gevallen een zedenkomedie zou heten. Met opmerkelijk realistisch acteerwerk. En met opvallende ruimte voor ernst en emotie, tussen alle humor en bloederigheid. Peele weet overtuigend meerdere registers tegelijk te bespelen.

En nou is het leuke: die rijkgeschakeerde satire doet niet alleen wonderen voor het horror- en daarmee entertainmentgehalte. Het horror- en entertainmentgehalte doet ook wonderen voor de satire. En daarmee voor, schal de trompet en plant de banier, de emancipatie.

Bradley Whitford als Dean Armitage.

Nuance

Dat je inhoudelijk wat van zijn film opsteekt, begint met Peeles prachtige gevoel voor nuance. Meteen in de eerste minuten, als je ziet hoe het stelletje zich opmaakt voor het lange weekend bij haar ouders, zie je de donkere jongen Chris, fotograaf, ongemakkelijk dralen. Tot het hoge woord eruit is: heb je je ouders nou eigenlijk verteld dat ik zwart ben?

Er gaat een hele wereld schuil achter die ene vraag. Natúúrlijk niet, antwoordt zij, dat zou toch raar zijn: hoi pap en mam, ik kom aanstaand weekend met mijn zwarte vriend, die dus zwart is. Hoe geforceerd. Haar ouders zijn keurige Democrats, 'die je echt niet met een luchtbuks van het erf zullen jagen'. En haar vader zou ook de derde keer Obama hebben gestemd, als dat had gekund. En hij zal je dat in enorm ongemakkelijke bewoordingen zelf toevertrouwen, waardoor je hem een onhandige lulhannes vindt, sluit ze de discussie af.

Beeld uit Get Out. Beeld Justin Lubin

Beledigd

Een intermenselijk juweeltje, deze scène. Ze staat aan zijn kant, laat ze merken. Zeker door nog even die Obama-observatie toe te voegen, want daarmee lijkt ze alle soorten ongemak te begrijpen, inclusief die hedendaags-bestbedoelende. Tegelijk walst ze met vrij ferme passen over zijn aanmerking heen. Ze had tenslotte bij haar ouders net zo goed wél ter sprake kunnen brengen dat haar nieuwe vriend zwart is. Want hoe weet ze zo honderd procent zeker dat haar ouders geen spoortje van ongemak zullen hebben? En sowieso: hij zit er toch duidelijk mee?

Dus ook al heeft ze nog zo overduidelijk het hart op de juiste plaats, tegelijk is ze een typische representant van de emancipatoir bovenliggende partij die de persoon die ietwat in de verdrukking zit eventjes uitlegt hoe die de zaken moet zien. Al is het maar omdat je, tussen de regels, ziet hoe ze lichtjes beledigd is dat hij het onderwerp überhaupt ter sprake brengt. Oftewel: hoe twee mensen die wat betreft visie zó dicht bij elkaar liggen, tóch tegenover elkaar kunnen staan.

Waarna hij, duidelijk van het harmoniemodel, heel invoelbaar, zoals later in de film wel vaker zal gebeuren, met een nauwelijks passief-agressief 'ach laat maar' de spanning uit de situatie laat lopen.

Onrust

Het spreekt voor zich dat, eenmaal aangekomen bij de ouders, het tempo van de lichtvoetige pijnlijkheden flink wordt opgevoerd. De ouders blijken warm en belangstellend, maar inderdaad, binnen de kortste keren valt het al aangekondigde Obamawoord. De zoon des huizes begint bij de aanblik van zijn aanstaande zwager meteen over sport en zwarte fysieke superioriteit. De vader gebruikt het woord 'thang' in plaats van 'thing', als hij vraagt hoe lang hun relatie, 'that thang', al gaande is.

En dan verschijnt er een groep huisvrienden ten tonele die echt helemaal dól zijn op african americans. Want zwart is hip. En, mag die wat oudere dame dat zeggen ja dat mag ze zeggen, is seks met donkere mannen nou echt beter? En ik wou dat ik jouw ogen had, zegt een galeriehouder, want je hebt zo'n goeie blik voor het rauwe en ongepolijste, jij hebt echt gelééfd.

Elk van deze ongemakkelijke vignetjes voelt even realistisch aan, door een onverwachte woordkeus, door het merkwaardig onbeschofte - je merkt dat de schrijver uit eerste of tweede hand al deze uitspraken in zijn leven moet hebben aangehoord. Los van elkaar lijken ze draaglijk, of grappig, maar in een eindeloze stroom resulteren ze in onrust, voor een navolgbaar gevoel van vervreemding bij de hoofdpersoon.

Zinnelijke ervaring

Zoals hoofdrolspeler Daniel Kaluuya in een interview desgevraagd zijn eigen ervaringen verwoordde: 'Ik ga vaak niet eens meer naar feestjes, omdat ik er steeds maar weer met mijn neus op wordt gedrukt dat ik De Ander ben.' Je wordt gereduceerd tot een aantal cliché's, hoe complimenteus bedoeld ook, en daarmee tot de uitzondering in een zee van vanzelfsprekendheid, waar je steeds maar doorheen moet zien te navigeren. Een witte man is een man. Een zwarte man is zwart.

Aan het eind van de film heeft die consequente uitzonderingspositie nog een naar gevolg, althans, de film gebruikt een zwarte sociale handicap voor een gemeen plotwendinkje dat gegarandeerd een 'o néé' door de zaal laat rollen. Maar daar vertellen we natuurlijk niks over.

De essentie is dat het horroromhulsel de sociale satire past als een handschoen. Horror is een zinnelijke ervaring, het bezorgt de kijker een vermakelijk soort rilling. Peele laat het realisme van die stroom ongemakkelijke gesprekjes op een hilarische en spannende manier ontsporen in een ouderwetse griezelvertelling. En zo sluit Peele in het brein van de kijker vakkundig al die alledaagse horkigheid aan op je afkeer die plastische horror oproept. Wat Rosemary's Baby deed voor zwangerschapsangst, doet Get Out voor aardige, achteloze, goedbedoelende vooroordelen.

Onbehouwen onbeholpenheid

De lezer zou, na Get Out, voor de grap weer eens naar het door driekwart van progressief Nederland omhelsde Intouchables moeten kijken. Als de zwarte hoofdpersoon Driss uit die film, afkomstig uit de ruige banlieu, voor het eerst een smoking draagt, zegt een vrouw uit het gegoede milieu waarin hij verzeild is geraakt, op een manier waarop je een trotse kleuter toespreekt: je lijkt zo net Barack Obama.

Driss lijkt nog minder op Obama dan mijn vriend op Asporaat. Sapperdeflap, een neger in een smoking. Tien tegen een dat je na het zien van Get Out ineens een rilling over de rug loopt van het slecht te verdragen paternalisme.

En precies dat is zo knap. Get Out vertelt ons niet wat we moeten vinden. Veelzeggend genoeg valt het woord racisme in de film nauwelijks - alleen als het meisje zich verdedigt tegen haar vriend, door hem ervan te overtuigen dat haar ouders heus niet racistisch zijn. Nee, door de combinatie van horror en satire laat Get Out je voelen wat het effect is van al die goede bedoelingen.

Naar de letter, volgens de definitie van het woord, zijn die goede bedoelingen racistisch. Maar naar de geest is het onbehouwen onbeholpenheid, zijn het mensen die zich geen houding weten te geven, die als een dronken olifant door een porseleinkast struikelen.

Beeld uit Les Intouchables. Beeld Champardennaisaxonais/Flickr/Creative Commons

Sukkels

Get Out drijft er flink de spot mee en bezorgt je de kriebels, zodat je iedereen die vraagt waarom jullie zo van goud houden, die vragen of je soms jazz studeert als je op het conservatorium zit, die ongevraagd aan je haar zitten, die zeggen: 'Jou staat ook alles', die zeggen: 'Ik heb een vriend op Curaçao en die noemt zichzelf ook gewoon neger', dat je al die mensen ziet als wat ze zijn: geen racisten, hoogstens liefracisten, maar vooral: sukkels die het ook niet allemaal weten.

Op de dorre grond van de humorloze interraciale capslockdiscussie alhier is Get Out daarmee een welkom lentebuitje. Waarna, net als de mensen die weleens een onhandige opmerking maken op een begrafenis, de mensen die niet opstaan voor een oud dametje, of per ongeluk weggaan zonder te groeten, de sukkels, denken: dat doe ik de volgende keer misschien een beetje anders.

Get Out draait vanaf 20/4 in Nederlandse bioscopen.

Imagine Film Festival

Vanavond is Get Out de openingsfilm van het Imagine Film Festival, dat tot en met 22 april wordt gehouden in Filminstituut Eye in Amsterdam. Het festival, lang geleden min of meer begonnen als The Weekend of Terror, is geheel gewijd aan de fantastische film, waarmee horror, sciencefiction en fantasy onder één noemer worden samengevat. Kledingontwerp en zombies zijn twee van de thema's (zie volgende pagina's), kaarten zijn best te koop via imaginefilmfestival.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden