Conor Oberst

Meeslepende escapist * * * *

Menno Pot

Al sinds zijn vroege tienerjaren is de Amerikaan Conor Oberst (1980) extreem productief als songschrijver, vooral in zijn bandje Bright Eyes, waarmee hij in de jaren 2005-2007 drie studioalbums en een EP vol nieuw materiaal uitbracht.
Dit jaar deed Oberst (1980) het, los van enkele optredens tijdens rally's van Barack Obama, relatief rustig aan: het zal blijven bij een soloalbum, het eerste onder zijn eigen naam sinds de cassettealbums uit zijn tienerjaren.

Het zou overigens prima voor een Bright Eyes-album door kunnen gaan: Oberst passeerde zijn vaste bandleden, maar wezenlijk anders klinkt zijn alternatieve rootsrock hier niet.

Wat belangrijker is, is dat het wederom een prachtig album is geworden: niet te lang (42 minuten) en één grote demonstratie van het achteloze gevoel voor melodie dat Obersts werk zo meeslepend maakt.

Hij is een escapist, de rusteloze, altijd wat ongemakkelijk zingende eindtwintiger: hij wil wég, de snelweg op (Moab), de stad uit (NYC - Gone, Gone), desnoods naar de maan (Cape Canaveral).

Oberst staat bekend als een inconsistente veelschrijver, maar zijn platen zijn eigenlijk altijd sterk. Dat Rolling Stone hem dit jaar tot 'Best Songwriter' uitriep, is niet vreemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden