Congo

Liefde voor Congo als een Belgische volktrek

Het heerlijkste aan Afrika zijn de bezoekjes aan Afrikanen. Genieten van hun gastvrijheid, luisteren naar hun verhalen. De Belgische schrijver David van Reybrouck doet het graag, en meer: hij schreef een geschiedenis van Congo, een geschiedenis sinds mensenheugenis, deels opgetekend uit de monden van stokoude Congolezen. Zijn belangrijkste zegsman zou zelfs 126 jaar zijn. Vanaf het boekomslag kijkt deze Etienne Nkasi ons aan, maar veel ziet hij niet meer met zijn 'waterige oogjes', al was het maar vanwege de krassen op de doffe glazen van zijn aftandse bril.


Kunnen we een man die zegt 126 te zijn geloven? Meteen in het begin van zijn meesterwerk werpt Van Reybrouck die knagende vraag op. Wat is zelf meegemaakt, wat is van horen zeggen? In de oral history, de mondelinge overlevering in de geschiedwetenschap, zijn voor die kwestie protocollen ontwikkeld - bijvoorbeeld door de de Belgische Afrika-historicus Jan Vansina. Die gebruikt Van Reybrouck. Toch schreef hij een meeslepend boek, geen wetenschappelijke verhandeling.
Maar Congo - Een geschiedenis is wel degelijk wetenschappelijk onderbouwd. Voor 'gewone' geschiedschrijving heeft Van Reybrouck zich zwaar gedocumenteerd en ingelezen. Maar opeens kan deze historicus de vrijheid van de romancier nemen en fantaseren hoe het geweest kan zijn. Dan roept hij een beeld op dat hij nooit zelf heeft gezien: Lumumba en Mobutu op een brommer in Kinshasa, 'twee nieuwe vrienden, de journalist en de bierverkoper, de een is 28, de ander 33.


Lumumba zit achterop. Ze rijden door de warme lucht en praten luid om het geknetter van de uitlaat te overstemmen. Twee jaar later zal de een de ander mee helpen vermoorden.' Hier lijkt het boek een historische roman.


Het is een wonderlijke mengeling, maar nergens is Van Reybrouck onduidelijk over de vraag naar het wisselende waarheidsgehalte van zijn relaas. Hij wilde een boek maken dat hij zelf wilde lezen maar nergens aantrof, schrijft hij. En hij wilde de stem van de Afrikanen laten horen. Daarom onderbreekt hij de geschiedenis vaak voor een verslag van een bezoek, een deel van een interview. Zo zingt een koor van oude mannen mee in het geschiedenisverhaal. Jammer is alleen dat ze vaak algemeenheden vertellen aan Van Reybrouck. Maar de schrijver houdt te veel van hen om ze weg te laten.


Die liefde voor de ex-kolonie is een Belgische volkstrek. Het boek komt uit in een jaar dat cultureel België bezeten lijkt van Congo, precies een halve eeuw onafhankelijk, met tentoonstellingen, concerten en publicaties.


Van Reybrouck pakte het omvangrijk aan, reisde veel en sprak flink wat mensen. Naarmate hij het heden nadert wordt zijn tekst steeds journalistieker. Bij het koloniale tijdperk ontkomt hij er niet aan de feiten ietwat schools op te dissen. De interviews over de postkoloniale tijd hebben meer diepgang en leveren veelzeggende anekdotes op.


Zijn zegslieden hebben de grote historische gebeurtenissen soms van heel nabij meegemaakt. De bizarre levenswijze van de entourage van dictator Mobutu, de opmars van rebellenleider Laurent Kabila, de onoverzichtelijke oorlogen in het oosten van Congo, gevoed door de genocide en de nasleep daarvan in buurland Rwanda: Van Reybrouck beschrijft het meeslepend, met als hoogtepunt zijn bezoek aan de Tutsi-krijgsheer en massamoordenaar Nkunda. 'Ik ben op het punt aangekomen dat de geschiedenis nog warm is, vers en ongrijpbaar. Ik heb geen overzicht, niemand heeft overzicht.'


Dat de tekst grillig is, hindert niet bij deze auteur. Alles heeft Van Reybrouck opgeslorpt: historische studies, foto's, films, romans, verhalen, eigen indrukken en belevenissen. Op onderdelen valt er wel wat af te dingen op zijn historische relaas. Ook bij Van Reybrouck duikt dat Belgische trekje op de koloniale geschiedenis te willen nuanceren in de trant van: niet-Belgische historici schetsen een wel heel eenzijdig negatief beeld van de Vrijstaat van koning Leopold II. Belgen weten dat bij

hun voorvaderen - de missionarissen, ambtenaren, zakenlieden - ook veel liefde bestond voor de Congolezen en hun fascinerende cultuur. Elke Belg heeft wel een familielid met een historie in Congo. Van Reybroucks vader werkte een tijdje in de mijnstreek Katanga.


In zijn poging de eenzijdige geschiedschrijving recht te zetten, raken de redenen waarom Congolezen ontevreden waren over het Belgische koloniale bestuur soms wat uit het zicht. Daar staat tegenover dat Van Reybrouck helder de Belgische betrokkenheid uiteen weet te zetten bij de moord in 1961 op Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo. Daarover woedde tientallen jaren een emotionele controverse in België, waaraan een gedegen onderzoeksrapport pas in 2004 een eind maakte. Lumumba verliest bij Van Reybrouck zijn heldenstatus, en wint aan menselijkheid.


De grootste verrassing biedt Van Reybrouck echter in zijn slothoofdstuk: niets minder dan een blik in de toekomst. Dat China de rol van het Westen in Afrika overneemt, lezen we vaak. Maar Van Reybrouck ontdekte een andere kant van deze ontwikkeling: Congolezen maken fortuin in China. Hij reisde mee met een paar handelsvrouwen die waar gingen inslaan in China om in Congo te verkopen. Een lucratieve handel. In de Chinese stad Guangzhou treft hij een succesvolle Congolese gemeenschap van zakenlieden en handelaren. Wat in Congo niet lukte, lukt hen hier wel. En hun winsten vloeien terug naar Congo.


Jules Bitulu maakte zijn fortuin als muzikant met een 'verchineeste' versie van de beroemde Congolese rumba. En Van Reybrouck trof er een Chinese verkoper van sim-kaarten die hem aansprak in het Lingala, de voertaal in de Congolese hoofdstad Kinshasa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden