Congolees gelooft vooral in anderen

De gretigheid waarmee de Congolezen de Europese cultuur in zich plegen op te nemen, is dit ongelukkige volk behoorlijk opgebroken, betoogt Julie Duran-Ndaya Tshiteku....

JULIE DURAN-NDAYA TSHITEKU

ALS KLEUTER in de jaren zestig kreeg ik, zoals al mijn lotgenoten, wekelijks 'brikken melk' op de missieschool: onze onmisbare proteïnebron.

De dag na het eten van dit keihard samengeklonterde melkpoeder werd iedere passant begroet door een kolonie vliegen in de bosjes achter de huizen van onze ouders. Van die melk kregen wij diarree, wat door onze moeders werd uitgelegd als een goed teken: de melk zou alle viezigheid uit onze maag spoelen.

Jaren later, toen wij kinderen gingen baren, koos een overgroot deel van ons de fles om onze baby's te voeden. Niet om te voorkomen dat onze borsten gingen hangen, maar om baby's met dikke ronde wangen te krijgen. Die sierden immers ook de blikken melk van Neslé. Wie het zich kon veroorloven, ging nog verder: potjes met gehakte wortels, kool en prei. Dat werd geacht betere kindervoeding te zijn dan gemalen termieten en rupsen.

In 1993 werkte ik voor vluchtelingen die door etnische zuiveringen uit de Zaïrese provinie Shaba waren verjaagd. Er was veel internationale voedselhulp gekomen, onder andere griesmeel, waarmee je bidia of fufu (het hoofdvoedsel in het land) kunt maken. De regionale gewoonte is om bidia van maniok en rijst te maken.

Omdat de algemene opvatting luidt dat alles wat uit Europa komt het beste is, leidde deze noodhulp tot een verschuiving in het lokale voedingspatroon, en maken meer en meer mensen nu hun bidia van geïmporteerd griesmeel.

Ik vrees dat in West-Congo, waar een overvloed van high energy biscuits voor vluchtelingen werd gedumpt, de moeders gaan denken dat hun kinderen beter zullen groeien als ze die koekjes eten.

Een groot deel van de geschoolde Congolezen denkt dat zij, om op internationaal niveau geaccepteerd te worden, kaas moeten eten, wijn moeten drinken, en zich Belgischer moeten gedragen dan de Belgen zelf. Als je opgroeit in een sfeer waar Belgen de dienst uitmaken, en je wordt geacht hun manieren over te nemen, krijg je uiteraard geen achting voor je eigen normen en waarden.

Ons grootste gemis is het gebrek aan zelfwaardering, aan zelfrespect. Op de multiculturele festivals in Europa zijn wij een trots volk, dat waardering vraagt voor zijn cultuur door middel van trommels, buikdansjes en lekkere hapjes. Op eigen grond zijn wij echter graag bereid ons eigen leven te verruilen voor dat van anderen, terwijl wij maar blijven lachen.

Dat is al eerder gebleken in onze geschiedenis: voor whisky en wapens hebben onze voorouders in de negentiende eeuw mensen verkocht aan slavenhandelaren.

Toen kwam de bevrijding van de slavernij door de koning der Belgen, Leopold II, en diens kardinaal Lavigerie. Daar begon het acculturatieproces met infrastructuren als scholen die tot op de dag van heden niet de eigen cultuur ingang doen vinden, maar meer opleiden tot Europeaan.

Daar begon ook het ruilen van de culturele patrimonia om gedoopt te kunnen worden, om rozenkransen, heeldjes en bidprentjes van Belgische heiligen op de muren van het eigen huis te kunnen hangen, en om na 25 jaar in aanmerking te kunnen komen voor een door de paus eigenhandig getekend huwelijksdiploma.

Gevolgen van zoveel naïviteit en gebrek aan zelfwaardering zijn opportunisme en een minderwaardigheidscomplex. Ten aanzien van het opportunisme: in de Volkskrant van zaterdag 8 augustus schrijft Fred de Vries in zijn artikel 'Congo-Kinshasa en de EU': 'Een goede Afrikaanse leider heeft minstens drie maskers nodig. Een voor de intellectuelen in zijn land, waarmee hij getuigt van visie en pan-Afrikanisme. Een voor het gewone volk, waarmee hij nationalisme, respect voor tradities, en betrokkenheid met de gewone man tentoonspreidt. Een voor het buitenland, zodat hij zich als democraat en staatsman kan presenteren.'

Hij schetst hiermee de diepgaande geestelijke armoede waarmee wij Congolezen kampen. Wij weten niet wie we zijn, je moet je steeds aanpassen aan anderen, en zelfs je eigen ideeën en denkbeelden laten vallen. Alsof er constant een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt.

De oplossing voor onze problemen moet uit Europa komen. Toen begin jaren negentig het regime van Mobutu wankelde, dacht men dat het snel ging vallen. Wij wachtten op de beslissing van de trojka (Amerika, België en Frankrijk) om hem van zijn troon te stoten. Sommigen hoopten zelfs dat België opnieuw het land zou koloniseren.

Maar de trojka bleef onaangedaan. Zij hadden hun eigen belangen, er was nog niet genoeg bloed gevloeid, er waren nog geen vermoorde schoolkinderen zoals bij Bokassa in de Centraal-Afrikaanse Republiek, en geen mensenvlees in Mobutu's diepvries zoals bij Idi Amin Dada in Uganda. Het Westen beschaamde de wens van het Congolese volk om van haar dictatuur verlost te worden, maar niemand dacht toen aan de mogelijkheid om het dan maar zelf te doen.

Wie echter denkt dat de zegetocht dit jaar van Kabila een opsteker is voor ons zelfvertrouwen, vergist zich. Na de euforie van de bevrijding van Congo door de AFDL van Kabila, werd de discussie toegespitst op de vraag wie Kabila heeft geholpen. Als dat de Amerikanen waren geweest, dan was het nog acceptabel, en had het AFDL een deel van de eer gekregen. Nu Kagame van Rwanda heeft erkend dat zijn leger achter de successen van de troepen van Kabila staat, wordt het gezien als een buitenlandse coup. Kennelijk wordt hulp van een zwarte leider aan een bevriend land niet gewaardeerd en niet serieus genomen.

De eerste stap in de reconstructie van Congo is het terugvinden van zelfwaardering en zelfrespect. Dan pas is het mogelijk op internationaal niveau als gelijkwaardige te onderhandelen.

Een volk dat zichzelf niet respecteert, wordt nergens serieus genomen. Het ontwikkelt zich niet, denkt niet verder, en wordt alleen maar door de slimmen gemanipuleerd.

Julie Duran-Ndaya Tshiteku is actief binnen verschillende vrouwenorganisaties in Congo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden