Tim Hofman, presentator van #Boos, krijgt klappen van de zoon van vastgoedmagnaat Ton Hendriks. Het eindigde in een gebroken kaak en een hersenkneuzing voor Hofman.

Analyse Confrontatie-tv

Confrontatie-tv is (al jaren) mateloos populair: wat is het geheim?

Tim Hofman, presentator van #Boos, krijgt klappen van de zoon van vastgoedmagnaat Ton Hendriks. Het eindigde in een gebroken kaak en een hersenkneuzing voor Hofman.

Er zijn jaren lopende succesnummers en er is nu een semi-parodische metaversie: verhaalhaal-tv is volwassen. De cowboys met draaiende camera’s vertellen over de kunst van de confrontatie.

Alberto Stegeman (48) moest poepen, maar dat kon niet. Wat de zaak precies was, weet hij niet meer – iets met kwakzalvers waarschijnlijk – maar hij herinnert zich van die eerste keer het wachten. In de auto, met de ploeg. Want dat zien we niet nu bij SBS6 Undercover in Nederland zijn vijftiende jaar in gaat: dat de camera- en geluidsmensen met wie Stegeman al vanaf het prille begin samenwerkt en hijzelf soms dagen moeten wachten op dat ene moment dat de ontmaskerde oplichter, illegale dealer of andere onverlaat opduikt. En dat dat vergaande regulering vergt van het wc-bezoek. ‘Niet te veel drinken ook’, pro-tipt Stegeman.

Zenuwachtig was hij in die auto. ‘Nog iedere keer ben ik nerveus. Omdat je nooit weet wat er gaat gebeuren. En de mensen die we benaderen zijn vaak, ja, crimineel; ze kunnen van alles gaan doen.’

‘Je moet in control zijn en dat was ik niet’, zegt Thijs Zeeman (36) over zijn eerste keer. ‘Te fel. Niet luisteren. Zo bang dat iemand met iets zou komen waarop ik het antwoord niet had, dat ik alleen maar bezig was met in de rede vallen.’ Zeeman maakt Gestalkt ook voor SBS6 en is vijf jaar na zijn debuut nog altijd gespannen, maar: ‘Ik heb nu meer kleuren op mijn palet, ik kan schakelen tussen aardig en duidelijk. Ik begrijp nu dat het niet het interessantst is wat ik van iemand vind, maar wat iemand te vertellen heeft.’

We hebben het over programma’s waarin de makers namens een slachtoffer onverwacht en met draaiende camera op de vermoedelijke dader afstappen om verhaal te halen. Het genre is gemeengoed sinds de controverses in de jaren negentig toen Willibrord Frequin in ruimvallende herenkleding uit een gezinsauto met schuifdeur sprong om te vragen: ‘Wat vindt u ervan als u iemand die zo weerloos is doodsteekt?’ En toen Pieter ‘Breekijzer’ Storms elke woordvoerder van Nederland leerde dat je een cameraploeg niet rood aangelopen terug moet proberen te duwen door de schuifdeuren maar eerst kalm koffie moet aanbieden in het zitje bij de kantoorplanten met hydrokorrels. Wat moeten de huidige verhaalhalers in huis hebben en wat is hun aanpak?

Want hun methode brengt hen in onvoorspelbare situaties: ‘Een pooier zei een keer dat hij een dingetje uit zijn auto ging halen’, vertelt Stegeman. ‘Dat dingetje kon in zijn geval goed een wapen zijn. Dan ben natuurlijk gewoon even bang als ieder ander en toen zijn we weggegaan.’

En de werkwijze vergt hyperconcentratie legt Zeeman uit: het dossier van haver tot gort kennen, de veiligheid inschatten, het gesprek gaande houden, nooit de zaak van degene voor wie je opkomt benadelen en intussen net als elke tv-maker bezig zijn met hoe het overkomt op camera. ‘Hierin komt veel van de journalistiek, van het tv-interview samen.’

‘Ik ben nooit zenuwachtig’, zegt Tim Hofman (31), ‘en eigenlijk nooit bang.’ Nu doet Hofman in #Boos misschien vaak ook wat minder riskante zaken – voor de scholieren die geen korte broek aan mogen, is ook plaats – maar uitgerekend hem overkwam waar al zijn collega’s bang voor zijn. Hij zat drie maanden thuis met een gebroken kaak en een hersenkneuzing nadat een Nijmeegse huisjesmelker en diens zoon hem hadden geslagen.

‘Kan gebeuren’, zegt Stegeman. ‘Dat was geen situatie waarin Tim dat had kunnen verwachten.’ Als een familielid van een Belgische hondenfokker Stegeman niet op het nippertje had gemist met een houten paal, was hij zelf ook niet heel gebleven, zegt hij. En op Thijs Zeeman is weleens iemand ingereden met de auto. Hij kon wegspringen. Het was de broer van een bouwvakker die hij aanpakte; het gevaar kan uit onverwachte hoek komen.

Nadat hij in elkaar was geslagen vroegen collega’s aan Hofman: wil je dit nog wel doen? ‘Natuurlijk, het is niet in me opgekomen te stoppen. De eerste paar keer moest ik even slikken, maar de vraag is: wat doe je met dat gevoel? Nou, in mijn geval niks dus.’

Voorwerk

#Boos onderscheidt zich doordat ook de schrijnendste situaties – kankerpatiënt mag opleiding niet voortzetten – afwisselend met ernst en melige humor worden behandeld. Door die sfeer ‘lijkt het misschien alsof we maar wat doen’, zegt Hofman, ‘maar we zijn goed voorbereid.’ Heeft de benadeelde partij zelf al genoeg dossier opgebouwd of moet er aanvullend bewijs worden vergaard, bijvoorbeeld met een undercoveractie? Dat deed #Boos om uitbuiting van zzp’ers door maaltijdbezorgdienst Deliveroo aan te tonen. Onderwerpen belanden in de prullenbak als het slachtoffer toch niet zo’n slachtoffer blijkt. ‘Of we zeggen: jij kunt beter rechtsbijstand vragen dan ons inschakelen?’ 

Een enkele keer blijkt pas bij de opnamen dat ze op pad zijn met een ‘slecht verhaal’. Een jongen die klaagde over een energieleverancier en was vergeten dat hij wel degelijk een overeenkomst had ondertekend, kreeg van Hofman op zijn kop. Behalve de inhoud van de zaak kent de ploeg goed de regels: waar mag je naar binnen en wanneer pleeg je huisvredebreuk?

Voor Alberto Stegeman begint het voorwerk ‘door elke keer weer de vraag te stellen: waarom doen we dit?’ Is de zaak wel groot genoeg voor de overvaltechniek? De praktische voorbereiding noemt hij ‘extreem’. Team-Stegeman staat van tevoren over een kaart van de uitgekozen locatie gebogen: ‘Wie staat waar en wat doen we als hij dit of dat zegt?’ Als iemand mogelijk gevaarlijk is, zijn de vuistregels: zorg dat er niet te veel anderen in de buurt zijn. En benader nooit iemand in zijn eigen omgeving. ‘Mogelijk zijn daar wapens. Of is er versterking.’ Een minder spectaculair nadeel van het eigen huis is dat iemand simpelweg naar binnen gaat en de deur dichtdoet. Dan is het item klaar.

Daarnaast heeft iemand ‘ook gewoon een leven’, zegt Zeeman. ‘Moet zo’n confrontatie nou per se terwijl gezinsleden en buren toekijken?’

‘Als een bedrijf op een huisadres blijkt te zitten, haak ik nog weleens af’, zegt Hofman. ‘Ik ga die twee kinderen op de bank niet traumatiseren met een camera, dat doe ik niet.’

Soms schakelen de programma’s een beveiligingsbedrijf in. ‘Dan gaan er twee bulldozers mee’, zegt Hofman, ‘die trouwens altijd de-escalerend werken, ik heb nooit meegemaakt dat ze moesten ingrijpen.’ Zeeman werkt sinds drie jaar samen met de oud-marechaussee en privédetective Nico van der Dries, die ook veel van het onderzoek voor zijn rekening neemt. ‘Hij is in vrijwel alle gevallen de perfecte beveiliging.’

Verschuiving 

Niet alleen van dreiging of eigen principes kan een remmende werking uitgaan, ook van de reacties uit het publiek. ‘Je ziet een verschuiving in de confrontatie-tv’, zegt Zeeman. ‘We weten door sociale media veel over hoe we overkomen. Als ik iemand te respectloos benader, verlies ik de sympathie van de kijkers. Dat hoor je van ze terug.’ Soms verrast hem dat. Toen hij voor een zaak een keer een vrouw confronteerde, had hij zelf het idee dat zij overkwam als ‘een ijskoude tante die niets wilde zeggen’. Maar uit de reacties maakte hij op dat het had geleken of hij, fysiek veel groter, haar in het nauw had gedreven en geen kans had gegeven. ‘Bij een vrouw moet ik nog rustiger zijn.’

Het raakt aan een van de bevreemdendere aspecten van deze discipline: man zet achtervolging in met cameraploeg in kielzog en roept: ‘Ik wil gewoon rustig met je praten!’ Maar vergeet niet, zegt Stegeman, dat hij mensen achtervolgt die niet hebben gereageerd op een uitnodiging voor een normaal gesprek.

‘Ik begin eigenlijk altijd vrolijk’, zegt Hofman. ‘Soms escaleert het dan toch, andere keren werkt het.’ Pesterig wil hij het niet noemen. ‘Ontregelend, dat wel.’

‘Ik start zo rustig mogelijk’, zegt Stegeman. Waarbij zij aangetekend dat zijn rust er een van de indringende soort is, maar zoals hij zelf zegt: hij komt ook niet voor niks. En: ‘Als iemand binnen twintig seconden vier leugens vertelt, verander ik van toon. Als iemand agressief doet tegen een slachtoffer ook.’

Hij wordt dan ‘echt heel boos’. Het is niet aangezet, bezweert hij, niet louter functioneel.

Stegeman, zonder ironie: ‘Ik kan niet tegen onrecht.’ Maar ik kan kwaad zijn én kalm én helder.’ Dat maakt hem, beaamt hij, zo geschikt. ‘Ik ben in vijftien jaar nooit over de schreef gegaan. Terwijl anderen tegen me zeggen: ik had die gast allang een tik gegeven.’

‘Als ik echt geïrriteerd ben, dan zie je het’, zegt Hofman. Hij noemt het CBR, dat examinanten met medische klachten eindeloos op hun rijbewijs laat wachten en opzadelt met torenhoge rekeningen van keuringsartsen. ‘Als dan voor de tweede of derde keer een woordvoerder op de proppen komt die niks voor gedupeerden kan betekenen, word ik kribbig.’ Maar meestal doet hij niet veel meer dan ‘feitjes op tafel leggen. En is dat genoeg.’

Heeft hij weleens medelijden met zijn doelwit? ‘Ik weet het niet. Iemand raakte een keer zijn baan kwijt en dat vond ik wel vervelend voor hem. Maar ja, dat was bij een restaurant waar ze enorme bedragen aan fooi achterhielden voor werknemers.’ Wat hij maar zeggen wil: de man met de camera mag in het voordeel zijn tijdens de confrontatie, per saldo wordt daarmee de machtsbalans alleen maar rechtgetrokken. ‘Wij omarmen de vergelijking met David en Goliath. We staan vaak tegenover het grootkapitaal, we morrelen aan de macht.’

Het publiek wordt ook geïnformeerd, kerntaak van de journalistiek toch wel, want hij doet het liefst zaken waarbij hij ook ‘iets groters kan uitleggen’. Zoals over het – inmiddels voormalig – VVD-Kamerlid Wybren van Haga, dat zich als verhuurder niet aan de regels hield. ‘Dan kun je laten zien hoe zo’n onderzoekscommissie van een partij vervolgens een wassen neus is.’

En alle verhaalhalers kunnen bogen op een flinke reeks conflicten waarin het voor de klagende partijen tot een bevredigende oplossing is gekomen. In de zaken die Stegeman doet, komt daar vaak nog een juridische procedure aan te pas, maar soms is de inkeer al tijdens de confrontatie waar te nemen. Zoals de pedoseksueel die in de val werd gelokt met de belofte dat hem een minderjarig meisje zou worden toegestopt en die haast opgelucht leek toen hij werd betrapt en ingesloten.

Zeeman: ‘Je zoekt naar iemands zwakke plek. Een oplichter in de bouw is vaak keihard en dan doe je de confrontatie eigenlijk alleen voor het schandpaaleffect. Maar soms is de puinhoop ook iemand boven het hoofd gegroeid. En een stalker heeft vaak een verhaal. Als je begint over zijn boosheid, dat hij verlaten is, of over zijn kinderen, dan kun je dat verhaal eruit krijgen. De schandpaal is interessant hoor, maar een dader met een verhaal is interessanter.’

Onrecht: een beetje parodie maar met echte zaken

In de aflevering een van Powned-programma Onrecht is te zien hoe een man die onder louche omstandigheden zijn auto probeert te verkopen de arm van presentator Dennis Schouten op diens rug draait. Schouten en collega Bram Krikke noemen het ‘een fraaie armklem’. Ze zitten nog een poos achter de agressieve man aan. ‘Ook een beetje jennen’, zegt Schouten. ‘Je hoopt dat er wat gebeurt. Maar je jent wel de juiste.’ Hij noemt Onrecht ‘een beetje parodie’, maar met echte zaken.

In een latere aflevering vragen de twee aan BNNVara-collega Tim Hofman, bij het maken van #Boos in elkaar geslagen, ‘hoe je dat nou doet, een gebroken kaak krijgen, want dat is wel goed voor de kijkcijfers’. Aan Thijs Zeeman vragen ze hoe je een vuurwapengevaarlijke crimineel benadert. Niet bij de man thuis, adviseert die. ‘Dan doe ik dat juist wel’, zegt Schouten. ‘Zo iemand gaat mij heus niet beschieten met camera’s erbij.’

De confrontaties in Onrecht worden goed voorbereid door ervaren redacteuren, vertelt hij. ‘Maar er zijn er ook al weggegaan, omdat ze Bram en mij clowns vinden. Bram en ik willen dat er wat te lachen valt. Dan zet Bram tijdens een interview ineens op zijn telefoon een liedje op waaraan hij moet denken. Of hij bestelt een koffie met tien koekjes.’

‘We slaan wel een iets andere toon aan bij een ernstiger zaak. Als een meisje onder druk telefoonabonnementen moet afsluiten voor anderen word ik daar erg boos over.’ Een gezin dat door een malafide pestdeskundige was benadeeld hield het onder druk van de vader des huizes voor gezien. ‘Die vond ons maar cabaret.’

Veel mensen lazen ook deze mediaverhalen van de Volkskrant:

Youtuber Selma Omari vindt het niet meer kunnen dat cosmeticabedrijven maar één foundation hebben voor alle donkere tinten.

Journaliste Jodi Kantor ontmaskerde Harvey Weinstein, waarmee de #MeToo-beweging begon.

Jeroen Pauw weet niet hoe hij een chipszak moet openmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden