Recensie

Concertgebouworkest imponeert, Janine Jansen verbluft

Gatti gaat niet altijd voor 'mooi', maar nu voelde je in La mer de deining, draaikolken, en werd het ook een zee waarin je wil zwemmen. Het orkest imponeerde met gloedvol spel. En Janine Jansen verblufte als buitenaardse solist.

Chef-dirigent van het Concertgebouworkest Daniele Gatti. Beeld anp

Daniele Gatti (55) is niet van de middle-of-theroaduitvoeringen. Het maakt niet uit welk stuk hij dirigeert, Gatti doet het anders. De dit seizoen aangetreden chef-dirigent van het Concertgebouworkest wil verrassen en dat doet hij ook. Maar met die verrassende (of: eigenzinnige) uitvoeringen lokt hij nogal uiteenlopende reacties uit. En soms zijn die reacties zelfs ronduit negatief.

Loop door de gangen van het Concertgebouw en je merkt dat iedereen een mening heeft over de nieuwe chef. Die Tweede symfonie van Mahler laatst? Volgens de een was die theatraal, extreem en vooral trommelvliesbrekend hard. Was dat nou nodig? Maar volgens deze krant was de uitvoering ook hallucinant. Een Mahler zónder toespeling op Weense neurosen en Sigmund Freud - zo kan het dus ook.

Klinkende uitnodiging

Afgelopen week stonden bij het orkest weer drie sleutelwerken op het programma. De vraag was wat Gatti te zeggen had over Claude Debussy's La mer, Igor Stravinsky's Sacre du printemps en de Vierde symfonie van Anton Bruckner.

Eerst La mer. Gatti liet het stuk in 2014 al in Eindhoven horen met zijn vorige orkest, het Orchestre National de France. Dat was geen succes: het ontbrak aan dynamiek, aan reliëf. Wat een contrast met de uitvoering die hij donderdag leidde bij zijn nieuwe club. Je voelde de deining, draaikolken, en toch werd het ook een zee waarin je wil zwemmen - een klinkende uitnodiging.

Gatti is een dirigent die klankschoonheid ondergeschikt maakt aan zijn interpretatie. Soms vragen de noten nou eenmaal niet om 'mooi' spel. Maar soms vraag je je bij Gatti af of hij nou bewust een passage log aanzet of dat hij het orkest gewoon onverzorgd laat spelen. Van zulke twijfelachtige momenten was nu eens helemaal geen sprake: het orkest imponeerde met weelderig, gloedvol spel.

Debussy, Stravinsky, Bruckner (****) en Alban Bergs Vioolconcert (*****)
Klassiek
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti, Janine Jansen (viool). 12/1 & 13/1, Concertgebouw, Amsterdam.

Voluptueus en vlezig

Zeker in de Sacre zou wat 'lelijkheid' wel gerechtvaardigd zijn. Maar ook dat stuk klonk bijzonder schoon. Gatti dirigeerde het werk uit zijn hoofd en het orkest speelde goed en fel - het werd een uitvoering met een ijzeren ritmiek, maar ook een diepe mystieke laag en fraai uitgelichte tegenstemmen. Maar als Gatti in de Sacre ergens mee verraste, was het toch dat de oorverdovende volumes achterwege bleven.

De Bruckner 4 was niet de strakste. De ritmen waren soms niet al te geprononceerd, de tempo's aan de langzame kant en zeker niet tergend traag. Ook hier maakte het orkest indruk met een welluidende klank, die in de Bruckner voluptueus en vlezig was.

Er zijn genoeg dirigenten die hameren op de architectuur van Bruckners symfonieën, die ze zien als grote bouwwerken (kathedralen - een cliché waar weleens mee mag worden afgerekend). Gatti's Bruckner Vier is geen gebouw, maar een levend wezen, dat ademt en bromt. Geen thema klinkt twee keer hetzelfde. Het is een Bruckner vol variatie: met violen die in het eerste deel op z'n Weens fraseren - een beetje tuttig - en in het tweede strak strijken alsof ze de lijnen natrekken van een Mondriaan.

Opjutten, Uitdagen, met Gatti musiceren is een work-out

De Italiaanse chef-dirigent van het Concertgebouw- orkest speelt nooit op safe.

Wie wil begrijpen waarom het Koninklijk Concertgebouworkest in 2014 voor Daniele Gatti koos als nieuwe chef-dirigent, moet eens op een plaats achter het podium van het Concertgebouw gaan zitten. Dan zie je pas echt wat hij met het orkest doet. Als geen ander kan hij de musici opjutten, uitdagen, op het irritante af. Hij vertraagt, hij versnelt, houdt dan even stil: zelden speelt hij op safe - voor de musici is een optreden met Gatti dan ook vaak niet zomaar een concert, het is een work-out. Hij dirigeert doorgaans zonder partituur, zelfs een waagstuk als de Sacre du printemps.

Dat nog niet iedereen overtuigd is van zijn kunnen, vindt hij niet erg. 'Ik splijt, en daar ben ik trots op', zei Gatti onlangs in een interview met de Volkskrant (+). 'Misschien splijt ik doordat ik niet behoor tot een school of traditie. Een goede uitvoering, vind ik, is de vrucht van persoonlijke denkkracht.'

Buitenaards wezen

Toch was het indrukwekkendste stuk dat Gatti dirigeerde niet een van deze drie grote werken. Voorafgaand aan Bruckner speelde het orkest vrijdag het Vioolconcert van Alban Berg. Solist was Janine Jansen. Wat knap hoe Gatti het orkest van kleur wist te laten verschieten, wat een dreiging kwam er vanuit de strijkers, wat mooi klonk dat koraal in de klarinetten.

En vooral Jansen maakte indruk met haar verbluffende spel. Iemand moet eens uitzoeken of zij niet een buitenaards wezen is, want hoe zij die slotnoot speelde, die lang aangehouden hoge g, met een sprekend vibrato, zonder dat de toon aan kracht inboette, ongelooflijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden