Componist Simons (16) heeft conservatorium niet nodig

Het gaat net: de hele dag repeteren met het orkest, even gauw wat eten met zijn vader, een interview in het Mercure-hotel waar hij logeert, en dan voor de ontspanning naar Tarzan, de nieuwe film van Walt Disney....

Voor een 16-jarige houdt componist en violist Marijn Simons er een druk bestaan op na. Hij is blij met alle aandacht van de media ('ik componeer toch niet voor in de kous?'), maar die vragen hoe jong hij was toen hij begon met vioolspelen en componeren, vindt hij maar vervelend. 'Dat is al zo vaak gevraagd', vertolkt vader Simons de ergernis van zijn zoon.

Vanavond gaat de eerste symfonie van Simons, Noises in the Night, in Den Haag 'in wereldpremière', volgens de componist inmiddels 'een soort nationaal gebeuren'. Het stuk schreef hij in opdracht van het Residentie Orkest. Simons brengt zelf het Vioolconcert van Stravinsky ten gehore, een technisch moeilijk stuk.

Het orkest koos het werk uit, maar Simons kan zich er wel in vinden: 'De klankwereld van Stravinksy spreekt mij erg aan. Die ligt heel dicht bij mijn eigen klankwereld.' Van de veronderstelde moeilijksheidgraad lijkt Simons niet onder de indruk. 'Ik speel op zo'n avond met een positieve routine. Het is niet zo moeilijk, maar het stuk heeft wel een bepaalde romantische virtuositeit.'

Alles studeert hij zelf in. Reguliere vioollessen heeft hij niet meer. 'Eens in de twee maanden ga ik nog naar de violist Saschko Gawriloff in Keulen, voor de finishing touch.' Vier jaar naar het conservatorium is hij niet van plan. Niet nodig.

Belangrijker dan vioolspelen is componeren. 'Concerten geven is een sociaal gebeuren. Componeren doe je meer op jezelf. Hoe een stuk ontstaat, is heel interessant.' Hoe dat componeren precies in zijn werk gaat, laat zich maar moeilijk uitleggen. 'Het hangt af van het stuk. Een symfonisch stuk heeft een totaal ander concept dan kamermuziek. Componeren is het schrijven van structuren, die achteraf niet meer hoorbaar voor de luisteraar mogen zijn. Het is een rationeel proces. Je moet nooit vanuit je gevoel componeren, dan krijg je slechte muziek.'

Inspiratiebronnen heeft hij niet, hoewel dat niet betekent dat hij geen inspiratie heeft. Integendeel. 'Inspiratie komt niet van buiten, inspiratie zit van binnen. Ik heb een groot voorstellingsvermogen hoe muziek er op papier uitziet. Dat heb je of dat heb je niet. Componeren kan je niet echt leren.' Af en toe gaat hij nog naar zijn compositieleraar, Daan Manneke van het Amsterdams Conservatorium, 'voor een second opinion'.

'Ik zie hem niet meer echt als mijn leraar, maar meer als collega.'

Hij heeft al aardig wat opdrachten gekregen en treedt zo'n twintig tot dertig keer per jaar op. Noises in the Night (toch ook 'van buitenaf' geïnspireerd en wel door drie Indiaanse legendes) zal ook in Mexico, Italië en Australië worden uitgevoerd en door het Los Angeles Philharmonic Orchestra in Amerika. Eerdere composities als Capriccio for Stan and Ollie, het vioolconcert Cuddle Animals en zijn Tweede strijkkwartet zijn wereldwijd op cd uitgebracht. Een wonderkind?

Dat woord schiet Simons in het verkeerde keelgat: 'Die term klinkt heel negatief. In de muziekwereld is een wonderkind iemand naar wie niet meer wordt geluisterd zodra hij volwassen is. Ik ben een echte musicus, die het doet voor de muziek. Ik speel met de wereldtop.' Zijn vader: 'Hij is wel jong en heeft ontzettend veel talent, maar noemt u hem geen wonderkind. Daarmee doet u hem echt te kort. Deze jongen gaat geschiedenis schrijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden