ProfielRyuichi Sakamoto

Componist Ryuichi Sakamoto omarmt de culturele verwarring

Het Holland Festival presenteert Time, een ‘onconventionele opera’ van Ryuichi Sakamoto (1952). De Japanse muziekpionier gelooft in heilzame muzikale botsingen.

Ryuichi Sakamoto in 2017.  Beeld WireImage
Ryuichi Sakamoto in 2017.Beeld WireImage

De Schotse musicus Roddy Frame, oprichter van de ondergewaardeerde newwave-band Aztec Camera, had begin jaren negentig een droom. Hij wilde graag een plaat opnemen met Ryuichi Sakamoto aan de producersknoppen. Want Ryuichi Sakamoto, dat wist iedere musicus, was hét knoppengenie dat jouw muziek in een totaal andere, onherkenbare geluidsbubbel kon plaatsen, met diepe onderlagen en ruimtelijke bijgeluiden. Een eye-opener voor iedere componist.

Sakamoto had goed nieuws voor Frame: hij kon wel, leuk. Maar Frame moest nog een paar weken wachten, want Sakamoto had het nog wat druk. Prima, zei Frame. En nu komt het – en daarom beginnen we dit verhaal over de grote Japanner met deze anekdote: Sakamoto voltooide eerst een solo-album, twee filmsoundtracks én de muziek voor de openingsceremonie voor de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Om zich daarna opgeruimd te melden bij de studio van Frame voor een producersklusje: ‘Let’s go.’

Het relaas van Frame, opgetekend in de Britse krant The Independent, zegt alles over Sakamoto, van wie het complete oeuvre nauwelijks in een mensenleven valt te overzien. Hij maakte zo gruwelijk veel, in zo veel uiteenlopende disciplines, stijlen en gemoedstoestanden, dat hijzelf ook weleens het zicht op zijn werk moet hebben verloren.

De Japanse band Yellow Magic Orchestra treedt op in de Hammersmith Odeon in Londen, oktober 1980. Beeld Redferns
De Japanse band Yellow Magic Orchestra treedt op in de Hammersmith Odeon in Londen, oktober 1980.Beeld Redferns

Eigenlijk zijn er drie volwaardige Sakamoto’s, van wie het afzonderlijke werk een ontdekkingsreis waard is (en dan laten we de acterende Sakamoto en de milieuactivist Sakamoto nog buiten beschouwing). Er is allereerst de klassieke Sakamoto, de componist en vertolker van verfijnde pianomelodieën, een romanticus aan het zwart-witte toetsenbord die herinneringen oproept aan het kalmerende werk van Erik Satie.

Daarnaast kent de hele wereld Sakamoto van zijn soundtracks en emotionele herkenningstunes, van de muziek voor Merry Christmas, Mr. Lawrence, The Sheltering Sky en The Last Emperor, de bloedstollende score van The Revenant en de tv-serie Black Mirror.

En bij deze overdaad – verdeeld over een album of vijftig – zou je bijna de pop-Sakamoto vergeten: de pionier van de elektronische pop van eind jaren zeventig, en een aanjager van de dance en hiphop. Het lijken drie onverenigbare carrières, maar toch zijn ze onontwarbaar met elkaar verbonden. Want wie zich begraaft in Sakamoto’s muziek komt toch uit op dat ene, mooi filosofische muziekidee, dat soms zit opgesloten in een pakkend thema van niet meer dan drie simpele noten. Of die nu te vinden zijn in zijn robuuste installatiewerk Plankton, de prototechno van het nummer Riot in Lagos, of de zwaar beladen koorwerken in de soundtrack voor Nagasaki: Memories of my Son.

Sakamoto op het Holland Festival

Door zijn ernstige ziekte kan Ryuichi Sakamoto niet fysiek aanwezig zijn op het Holland Festival. Van de grote Japanse componist en soundtrackschrijver wordt in Amsterdam de ‘onconventionele opera’ Time uitgevoerd, een samenwerking met de multidisciplinaire Japanse kunstenaar Shiro Takatani en een coproductie met het Holland Festival.

Sakamoto, geboren in Tokio in 1952, meldde zich in 1970 als gretige student aan het conservatorium van zijn geboortestad. Hij liet zich scholen in klassieke compositie en piano en dook bovendien in de etnische muziek, de volksmuziek uit de Japanse, Indiase en Afrikaanse cultuur. Intussen kwam halverwege de jaren zeventig de elektronische muziek opzetten, in Duitsland in de vorm van de krautrock van Tangerine Dream en Kraftwerk, en in het hoofd van Sakamoto begon het ernstig te borrelen en ontstond een chemische reactie die zijn muzikale brein voor altijd zou veranderen.

Sakamoto beet zich vast in handleidingen van dure apparaten op zijn universiteit, en begon met bevriende musici elektronische pop te maken. In 1977 vormde hij de band Yellow Magic Orchestra (YMO), en met dit trio zou Sakamoto een revolutie ontketenen. De band produceerde speelse elektronische pop met een knipoog: in nummers als Technopolis en Insomnia (van de ‘computerplaat’ Solid State Survivor uit 1979) gooiden ze clichés over Aziatische en ‘oriëntaalse’ muziek, zoals die volgens hen leefden bij westerse musicologen, in een mix met invloeden uit vlot funkende Italo-disco en nog een ander, opkomend Japanse archetype: de zenuwslopende bliepmuziek die in Tokio uit de arcadekasten van de speelhallen knalde. Sakamoto vond het mooi om die stereotiepe klanken in een nieuwe vorm tot leven te laten komen, in een frisse popjas. Samen met Kraftwerk leverde YMO de blauwdruk voor de techno en de hiphop, dankzij hun sublieme gebruik van drumcomputers en synthesizers.

En intussen bleef Sakamoto spelen met het thema van de culturele geluidsverwarring. Ook toen hij zich in de jaren tachtig aan zijn eerste grote soundtracks zette, voor onder andere Merry Christmas, Mr. Lawrence van regisseur Nagisa Ôshima, met David Bowie én Sakamoto als acteur. Dat oorlogsdrama was zelf al een soort cultuurclash, tussen Britse krijgsgevangenen en Japanse kampbewaarders. Maar ook Sakamoto’s beroemd geworden soundtrack was een samenzwering tussen diepgewortelde Japanse klanken en Europese klassieke muziek en pop. Je hoort het voor ongeoefende oren exotische snarenspel van de Japanse koto-harp, maar dan in westerse harmonieën, die voor diezelfde ongeoefende oren dan weer wél bekend klinken.

En datzelfde idee vind je terug in Sakamoto's verfijnde pianospel en zijn rustgevende, neo- of postklassieke composities. Aan iedereen die het horen wilde, vertelde hij dat was beïnvloed door Claude Debussy, de Franse componist die zijn oren op zijn beurt had afgestemd op de Aziatische muziekcultuur. Debussy (1862-1918) liet zich betoveren door Chinese, Indonesische en Japanse instrumenten en onnavolgbare toonreeksen, en vertaalde al dat moois naar klassieke Europese instrumenten. Juist uit die vreemde vertaalslag ontstond volgens Sakamoto prachtige muziek, die niet meer op een enkele culturele herkomst is vast te pinnen.

Die grenzeloosheid en wederzijdse beïnvloeding, die we in onze tijd soms neigen te veroordelen als ‘culturele toe-eigening’, bleef Sakamoto fascineren. Hij omarmde het onbegrip, het verwarrende spel met clichés en uit de hand gelopen muzikale misverstanden. Sakamoto ziet muziek ongeveer zo: als trillende lucht die ergens op de wereld wordt aangeblazen en daarna vrijelijk rond de aarde zweeft, wordt opgepikt, aangevuld met nieuwe ideeën en opnieuw de vrije loop wordt gelaten. Totdat de cirkel is gesloten en de muziek de wereld omgeeft als een soort evenaar van klank en verbroederende gemeenschappelijkheid.

Die geestverruimende filosofie klinkt door in vrijwel al het werk van de componist. Zoals in het nog steeds opwindende Riot in Lagos uit 1980, waarin Sakamoto strakke elektronische beats en baslijnen laat samenvloeien met buigzame synthesizerloopjes, die op het nippertje lijken ontsnapt uit de Chinese opera. Of in de emotionele soundtrack voor Nagasaki: Memories of my Son, over de epische clash tussen Japan en de Verenigde Staten die in 1945 werd beslecht met de verschrikkingen van een atoombom. De film gaat over onmetelijk menselijk verdriet, maar met zijn soundtrack biedt Sakamoto een haast hemelse troost.

Sakamoto schiep uit culturele verwarring een weergaloos saamhorig oeuvre, en zijn werk zou in onze wrange, polemische tijd een helende kracht kunnen zijn. Om dat zelf te kunnen vaststellen, bieden we een wandelroute door zijn werk met drie vertrekpunten.

Thousand Knives (1978)

Voordat Sakamoto popgeschiedenis zou schrijven met zijn Yellow Magic Orchestra, bracht hij de plaat Thousand Knives uit, die kan worden beschouwd als een prelude op zijn popwerk. Sakamoto laat horen dat hij een genie is achter de knoppen van de synthesizers en dat hij de elektronica volledig naar zijn hand kan zetten. Hij speelt met overbekende melodieën uit de Aziatische muziek, die hij liefdevol én ironisch in een nieuw muzikaal landschap plaatst.

Neem het titelnummer, dat klinkt als een Japans volksliedje gespeeld op de tweesnarige Chinese erhu-viool – maar dan door een robot. Sakamoto plaatste er ook nog een ronkend orgel achter, en subtiele bloepjes en bliepjes die het geheel heerlijk lichtvoetig maken. In Das Neue Elektronische Japanische Volkslied zwaait hij vrolijk naar zijn collega’s uit Duitsland: Kraftwerk, die het elektronische instrumentarium net als hij inzette voor een compleet nieuw muziekgenre. Thousand Knives is een muzikaal feest, dat de deuren opengooit naar de computerpop van Sakamoto en zijn latere werk met David Sylvian van de Britse band Japan.

The Last Emperor (1987)

Waar moet je beginnen, als je de filmmuziek van Sakamoto wilt verkennen? Bij de overbekende piano-in-de-synthesizerhemel van Merry Christmas, Mr. Lawrence? Dat is te makkelijk. Misschien is die andere grote filmscore toch beter. Omdat Sakamoto in The Last Emperor, een film van Bernardo Bertolucci uit 1987, zijn artistieke droom kon uitleven: muzikale werelden laten samenkomen in universeel betoverende muziek.

De muziek voor The Last Emperor, over het leven van de laatste keizer van de Chinese Qing-dynastie, was van zichzelf al een transatlantisch project: Sakamoto tekende voor de helft van de stukken, de Amerikaan David Byrne voor het andere deel. De stukken van Sakamoto zijn subliem, omdat ze diep traditionele Aziatische instrumenten organisch laten opgaan in zware symfonische orkestklanken. Maar vooral ook omdat Sakamoto met een paar enkele noten een waaier aan emoties kan oproepen, van verliefdheid en kinderlijke opwinding tot weemoed en groot verdriet. The Last Emperor loopt als een rode draad door leven en werken van de componist.

Async (2017)

In 2014 werd bij Ryuichi Sakamoto voor de eerste keer kanker geconstateerd, de ziekte zou in 2020 terugkeren. De componist moest zich terugtrekken uit de muziek. Maar zodra het weer even kon, begon Sakamoto aan het aangrijpende album Async, een van zijn allermooiste platen.

Op Async, dat verscheen in 2017, wandelt Sakamoto door zijn persoonlijke en artistieke geschiedenis. In het openingsnummer Andata zet hij zich aan de piano, met een handvol van die typische Sakamoto-akkoorden die je gelijk een brok in de keel bezorgen. Maar dan: vanuit de verte komt langzaam een zwaar donderend synthesizergeluid opzetten, dat de schoonheid aan stukken scheurt. Je voelt de vertwijfeling, maar in zachte, meditatieve stukken als Solari ook iets van voorzichtige berusting. Alle bouwstenen die de muziek van Sakamoto bijzonder maken, worden één voor één weer opgestapeld.

Async voelt als een testament. Vooral als Sakamoto in Fullmoon de Amerikaanse schrijver Paul Bowles aan het woord laat, die voorleest uit zijn roman The Sheltering Sky. ‘How many more times will you watch the full moon rise? Perhaps twenty. And yet it all seems limitless.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden