klassiek

Componist Richard Rijnvos maakt met zijn ‘Grand Atlas’ een wereldreis, en is nu aanbeland in ‘Afrique’

Première is zaterdag in Den Haag met Residentie Orkest en Slagwerk Den Haag.

Bart Dirks
Richard Rijnvos. Beeld Frank Zweers
Richard Rijnvos.Beeld Frank Zweers

In 1459 maakte de Venetiaanse monnik Fra Mauro een van de beroemdste wereldkaarten uit zijn tijd – opmerkelijk genoeg zonder ooit zelf te hebben gereisd. Ontdekkingsreizigers kwamen hem vertellen hoe de toen bekende wereld er volgens hen uitzag. Dat gegeven inspireerde de Nederlandse componist Richard Rijnvos in 2004 tot de compositie Mappamondo.

Daarbij bleef het niet: in de geest van Fra Mauro werkt Rijnvos sinds 2011 gestaag aan een zevendelige cyclus langs alle werelddelen, uitgevoerd door onder meer het Concertgebouworkest en het Radio Filharmonisch. Zaterdag spelen het Residentie Orkest en Slagwerk Den Haag de wereldpremière van Afrique. (Alle composities hebben een Franse naam. Ook de titel van de cyclus, Grand Atlas, moet dus op z’n Frans worden uitgesproken.)

Het was de Australische schrijver James Cowan (1942-2018) die Rijnvos op het idee bracht voor zijn muzikale wereldreis. ‘Voor Mappamondo over Fra Mauro had ik me laten inspireren door de tekst A Mapmaker’s Dream van James’, vertelt Rijnvos. ‘Hij zei tegen me: Richard, je moet je eigen wereldkaart componeren.’

Rijnvos zag zijn kans schoon toen hij in 2010 werd gevraagd als huiscomponist van het Koninklijk Concertgebouworkest (‘daar zeg je geen nee tegen’). Zijn eerste werk zou worden uitgevoerd in de Gashouder in Amsterdam. ‘Die ronde ruimte deed me denken aan de Zuidpool. Zo werd Antarctique het eerste stuk.’

Daarna volgden Asie (2014-2015), bij het Radio Filharmonisch Orkest, en Amérique du Nord (2017), opnieuw bij het Concertgebouworkest. ‘Subliem georkestreerd’, oordeelde de Volkskrant destijds. ‘In een kwartier tijd ziet Rijnvos kans om de wortel te trekken uit alles was Amerikaans is: fanfares, variété- en tekenfilmmuziek, jazz à la Gershwin, door elkaar spelende orkesten in de trant van Ives, en, als markering, hoog optonende, schurende klankstapelingen zoals Varèse ze graag hanteerde.’

Afrika is een continent met ruim 1 miljard inwoners en 54 landen. Hoe is dat in één compositie te vatten?

‘Dat is natuurlijk niet mogelijk. Helaas kon ik door corona niet reizen, anders had ik wel een aantal landen bezocht. Gelukkig heb ik op de Universiteit van Durham, waar ik hoogleraar ben aan de muziekfaculteit, vier etnomusicologen als collega. Zij hebben me enorm geholpen met mijn onderzoek. Ik heb eerst een longlist gemaakt, daarna een shortlist.’

Het stuk voert ons van Egypte naar Oeganda en Botswana. Waarom viel de keuze op die landen?

‘In Egypte hebben ze de mizmar, een loeihard dubbelrietinstrument. Het is een soort Arabische hobo die dankzij een trompetachtige beker een enorm volume bereikt. In Oeganda heb ik me laten inspireren door de bevolking van het dorp Nakibembe. Ze spelen daar op de embaire, een xylofoon van bijna 3 meter. Zes personen bespelen die zittend, drie aan elke kant. In Botswana ontmoeten we het volk van de Balete. Ze spelen daar in grote groepen op rietfluiten, de ditlhaka. Botswana is een beetje een rustpunt in mijn compositie, want het is verder een rollercoaster.’

In Kameroen, het vierde land in Afrique, komt de inspiratie uit zang.

‘Polyfone zang zelfs, uitzonderlijk in Afrika. Het Bakavolk danst, zingt en jodelt op alsmaar herhalende melodische fragmenten, met weinig variatie maar wel veel improvisatie. Het is in het regenwoud van Kameroen doorgaans een onderdeel van helende rituelen, initiatierituelen en begrafenissen, maar ook uit puur vermaak.’

Wat spreekt u zo aan bij Senegal, het laatste land?

‘Daar houdt het Wolofvolk de drumtraditie in stand op sabars. Een van de legendarische pioniers was maestro Doudou N’Diaye Rose, die in 2015 is overleden. Ik heb een soort remix gemaakt, om het populair te zeggen. Bij Senegal gaat het dak ervan af, zonde van zo’n nieuw gebouw.’ (De première is in de gloednieuwe concertzaal van het Haagse cultuurgebouw Amare, red.)

Spelen het Residentie Orkest en Slagwerk Den Haag ook op Afrikaanse instrumenten?

‘Ja en nee. Het grootste compliment bij het stuk Asie was dat het zo oosters klonk terwijl er geen oosterse instrumenten bij waren. We hebben wel speciale panfluitjes laten maken zoals in Oeganda worden bespeeld en de slagwerkers hebben les genomen om op de sabar en de darbuka te kunnen spelen. Verder doen we een aantal aanpassingen aan instrumenten. Bijvoorbeeld door vilten doeken over de ‘westerse’ marimba’s en xylofoons te leggen.’

U moet nog één compositie schrijven van uw Grand Atlas, Australie. Volgt dan een zwart gat?

‘Nee hoor, ik ga nogal planmatig te werk. Ik schrijf nooit losse stukken, maar altijd cycli. Mijn cyclus over New York is afgerond, die over Venetië is over de helft. Na de continenten ga ik de ruimte in. Dat heeft Gustav Holst natuurlijk ook al gedaan, dus ik zal mijn stinkende best moeten doen. Van de maan staan de eerste noten op papier.’

Wereldpremière van Afrique, Residentie Orkest en Slagwerk Den Haag. Amare, 13/11. Ook als Avondconcert op Radio 4, 21/11, 20 .00 uur.

Uitstel?

Of de première van Afrique doorgaat, hangt af van de vraag hoe drastisch het kabinet vrijdagavond de coronamaatregelen aanscherpt. Dat zou niet voor het eerst zijn: de première van Amérique du Sud (Radio Filharmonisch Orkest) is verschoven van maart 2020 naar april 2022. Voor Europe (Rotterdams Philharmonisch Orkest), door corona geannuleerd in december 2020, is nog geen nieuwe premièredatum.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden