Interview Martijn Padding

Componist Martijn Padding ontdekt schoonheid in de muurbloempjes onder de instrumenten

In zijn nieuwe werk Triple Concertino is een glansrol weggelegd voor althobo, contrafagot en basklarinet.

Martijn Padding

De Amsterdamse componist Martijn Padding (62) verslikt zich bijna in zijn thee. Noemen ze hem in de klassieke muziek nu al Hoofd Zielige Instrumenten? Omdat hij graag schoonheid ontdekt in muurbloempjes als het accordeon en de contrabas? 

Akkoord, hij is geboeid door instrumenten met een beperking. Hij wil laten horen dat er juist grote expressiviteit in schuilt. Dus zo gek was het niet dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest hem vroeg een stuk te schrijven voor de nooit eerder beproefde combinatie van althobo, basklarinet, contrafagot en symfonieorkest. 

Althobo: blaasinstrument met dubbel riet. Leent zich met z’n beslagen klank voor gevoelens van weemoed en verlies. Speelt prominente solo’s in Wagners opera Tristan und Isolde en Dvoráks Negende symfonie.

Donderdag in de Doelen is de première van Triple Concertino.  Paddingfans verheugen zich er al maanden op. In hun oren echoot nog het amechtige gezwoeg na van het First Harmonium Concerto (2008). En anders wel het hilarische getokkel in Eight Metal Strings (2007), met de mandoline als dappere held. Kan niet anders of Martijn Padding, ook hoofd van de compositieafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, gaat in zijn nieuwe stuk andermaal chargeren. De althobo als droefsnoet, de basklarinet als swingbeest, de contrafagot als mopperkont. Toch?

Toegegeven, hij heeft met het idee gespeeld. Maar bedacht zich toen hij in een Rotterdams café kennismaakte met de drie beoogde solisten. Ze stelden zich voor als Ron Tijhuis, Romke-Jan Wijmenga en Hans Wisse. Hoekblazers noemden ze zichzelf, een verwijzing naar hun zitplaats in het Rotterdams Philharmonisch, op de hoek van een sectie. Zij zijn de pijlers en kleurmakers van het orkest, musici die hun leven in dienst stellen van het collectief. Solo’s spelen ze zelden, vaak tellen ze lange maten rust. Het muurbloempjeskarakter van hun instrument schuilt in zaken als triestig geluid (althobo), afgrondelijk lage klanken (contrafagot) en relatieve misbaarheid naast het vaste roedel contrabassen (basklarinet). 

Contrafagot: blaasinstrument met dubbel riet. Haalt z’n superlage klank uit een geplooide buis van zes meter. Bekend van solo’s in De tovenaarsleerling van Dukas en Moeder de Gans van Ravel.

In een flits nam hij twee besluiten. Hij zou ze goed speelbare partijen geven, geen notenknoedels waarover ze in het vuur van de première konden struikelen. En soloavonturen waren uit den boze. Drie delen lang zou hij ze als trio bij elkaar houden, soms in dialoog met het orkest, soms in de contramine.

Hij schreef een strakke, driedelige partituur van 19 minuten. Maar hij houdt nu eenmaal ook van klieren. Dus toen een slagwerker van het orkest poolshoogte kwam nemen, of dat nieuwe stuk niet al te modern werd, dacht hij: jou zal ik krijgen. Nu rent de man van het schraapinstrument güiro naar de rommelpot guíca, van een roffel op de bongo naar het priemende pling! van een receptiebelletje.

Hedendaagse muziek wordt gewantrouwd, vertel hém wat. Als hij het Rotterdamse publiek vooraf moest toespreken, zou hij zeggen: probeer te luisteren met open oor. Kijk wat de drie solisten uitspoken. Volg hoe het orkest reageert. En let op wat er gebeurt in het slotdeel, een op hol geslagen polka vol rare, scheve noten. Het orkest krijgt genoeg van de malligheid, de solisten willen ermee door. Wat doen de drie van de weeromstuit? Bij elkaar kruipen, zachtjes pruttelen. Als kwajongens die fluisteren: ssst, ze mogen ons niet horen!

Basklarinet: blaasinstrument met enkel riet. Geeft body aan orkestwerk van Mahler en Strauss. Leverancier van smeuïge loopjes in Tsjaikovski’s Dans van de Suikerboonfee. Ook thuis in de jazz.

Martijn Padding: Triple Concertino. Rotterdam, de Doelen, 4, 5 en 7/4. Live op NPO Radio 4, 7/4, 14.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.