Componeren als een pantomimespeler

In het festival Improvisaties/ 'improvisaties' onderzoeken muzikanten uit alle windstreken nieuwe vormen van improvisatie. Een belangrijke gast in het programma is de Amerikaanse kornettist Butch Morris, die naam maakte met zijn 'conductions'; een vorm van geleide improvisaties....

'TOEN IK Butch Morris eind jaren zeventig leerde kennen', zegt de klarinettist en saxofonist Ab Baars, 'was hij voortdurend op zoek naar manieren om de muziek op het podium verder te brengen en te veranderen. We waren op tournee met zijn kwartet en ik had de gewoonte een solo met mijn ogen dicht te spelen. Als ik ze weer opende had hij mijn bladmuziek vaak verwisseld met de zijne. Dat deed hij ook met grote groepen: als ze het thema gespeeld hadden ruilde hij de partijen. Dat betekende dat sommige muzikanten dan in rare toonaarden moesten spelen, maar dat kon hem niet schelen.

'Butch was altijd geïnteresseerd in visuele dingen. Hij keek naar mensen om te zien hoe ze bepaalde zaken aanpakten, hoe ze op een voorval reageerden. Hij had het ook vaak over Miles Davis, hoe die zich op het podium gedroeg, en hoe hij de band met één gebaar een totaal ander aanzien kon geven. En hij praatte altijd over Order from Chaos, een boek over natuurwetenschappen en menselijk gedrag. Ik geloof dat hij daar jarenlang in verdiept was.'

Butch - alias Lawrence D. - Morris is bekend om zijn conduction, een begrip dat op dit moment extra in de belangstelling staat door de verschijning van Testament: A Conduction Collection, een box met tien cd's op het New World-label.

'Conduction' is het woord dat Morris gebruikt voor het begrip 'geleide improvisatie'. Daarin kiezen muzikanten zelf hun noten (er is geen vooraf vastgelegd materiaal), maar zodra ze gaan improviseren neemt Morris het heft in handen. Met een goed ontwikkeld vocabulaire van twintig bewegingen (met de hand en met de dirigeerstok) geeft hij aanwijzingen: harder; zachter; neem de solo; imiteer en persifleer die solo; speel allemaal deze zigzag-figuur die ik in de lucht teken; speel één korte luide noot als ik het teken geef; onthoud wat je nu speelt, want ik vraag je dit later te herhalen, etcetera.

Morris, die de laatste tijd veel in Berlijn werkt, maar een postadres heeft in New York, was in oktober in Nederland om samen te werken met het Maarten Altena Ensemble. Deze week is hij terug in Amsterdam voor een bijdrage aan het interculturele muziekfestival met de dubieuze titel Improvisaties/ 'improvisaties'. In Paradiso dirigeert hij een nieuwe compositie van Ab Baars, die wordt uitgevoerd door het Ab Baars Trio, het Nieuw Ensemble, en de shakuhachi-speler Yoshikazu Iwamoto. Ook leidt Morris een conduction van dit collectief.

Veel jazzmuzikanten en andere improvisators maken een onderscheid tussen het welwillend uitvoeren van een geschreven partij en het opgeven van de autonomie in een improvisatie ('is zijn ego soms belangrijker zijn dan het mijne?'). Het heeft Morris dan ook vaak moeite gekost muzikanten te laten gehoorzamen, terwijl hij zich oprecht kan ergeren aan onwillige bandleden. De weerstand die Morris van sommige jazzmuzikanten ondervond kan ermee te maken hebben dat hij als een van hen begon. Hij speelt kornet in een volslagen eigen, simpele, fraaie stijl.

Zijn handelsmerk is een lange, met half ingedrukte ventielen gespeelde noot - als een zachte, verre en een beetje mysterieuze kreet - die hij met maximaal effect in het muzikale betoog weet te plaatsen. De laatste jaren is hij echter niet veel meer als kornettist te horen, al verscheen onlangs de drie jaar oude opname Burning Clouds op FMP en is hij ook te horen in een enkele bijdrage op New Moon Daughter van Cassandra Wilson (Blue Note).

Morris: 'Ik hou van de kornet omdat ik hou van muziek maken; ik hou van conducting omdat het mensen samenbrengt. Hoe meer ik mijn handen in de lucht heb, hoe meer ik begrijp wat er nodig is om mensen jou te laten begrijpen.'

Schrijvers beweren nogal eens dat de conduction een gloednieuw concept is, maar natuurlijk is iedere uitvinding het product van evolutie. Morris dirigeerde de big band in Robert Altmans in de jaren dertig spelende film Kansas City, en dat had iets logisch, want saxofoonsecties pasten in die tijd een procédé toe dat ook Morris gebruikt: het ter plekke bedenken van achtergrond-riffs.

Morris leerde de basistechniek van het pantomime-componeren in 1971, toen hij in Californië lid werd van de rehearsal band van drummer Charles Moffett. Hij gebruikt nog steeds enkele gebaren die hij van Moffett leerde, zoals het in de lucht tekenen van een grafische partituur. In die jaren was pianist Muhal Richard Abrams met hetzelfde bezig in Chicago. Misha Mengelberg past het principe sinds de jaren zeventig toe in zijn Instant Composers Pool.

Butch Morris: 'Als mensen me bezig zien krijg ik vaak te horen dat die-en-die dat vroeger ook al deed. Nedly Elstak vertelde me eens dat hij het van Boy Edgar kende. Ik heb het zelf bij Zappa en Sun Ra gezien. Van Muhal wist ik het niet, en evenmin van Lukas Foss, die in de jaren zestig zijn Improvisation Chamber Ensemble had. Maar ik geloof dat niemand zich er zo in heeft vastgebeten als ik.

'Toen ik met muzikanten uit verschillende genres begon te werken, ontdekte ik dat hun interpretaties een heel breed scala bestreken en daarbij bovendien geografisch bepaald waren.' Morris ondervond hoe een en hetzelfde handgebaar bij jazzmuzikanten, klassieke muzikanten of niet-westerse muzikanten uiteenlopende resultaten opleverde. Ook zag hij verschillen tussen muzikanten aan weerszijde van een oceaan of landgrens. Die agressieve vermenging beschouwt hij als zijn voornaamste bijdrage aan de conduction-traditie.

Butch Morris herinnert zich dat hij zijn eerste doorbraak beleefde toen hij in 1977 workshops gaf in Rotterdam, waar hij de saxofonist Ab Baars leerde kennen. 'Ab had van meet af aan zijn eigen stijl en het was duidelijk dat hij verder zou groeien. Als ik met een bepaald muzikaal gegeven kwam, wist hij er zijn eigen plek in te vinden. Hij was een van de weinigen die het materiaal met enige afstand konden bekijken.'

De Testament-box biedt een overzicht van conductions uit de jaren 1988-1995, vaak met ad hoc-ensembles die werden geformeerd uit muzikanten die op een festival samen waren. Als geheel laten de stukken onomwonden het gedeeltelijke succes van Morris' werkwijze zien: een gedirigeerde improvisatie heeft met een gewone improvisatie gemeen dat het risico dat voor de extra spanning zorgt ook tot een mislukking kan leiden. Zoals in elke improvisatie kan de muziek binnen een minuut veranderen van vermoeid in geïnspireerd, en weer terug.

Als de greep hem dreigt te ontsnappen neemt Morris hardere maatregelen: hij vraagt om een groot aantal korte herhalingen of creëert lussen in real time, die de overeenkomst tussen conduction en digitale sampling benadrukken. Want net zoals een keyboardspeler te werk gaat met een sample, begint Morris met een door een ander geproduceerde klank. Zijn techniek stelt hem in staat te versnellen, te vertragen en herhaalde fragmenten te bewerken - net zoals iemand met een sampler te werk gaat. Een toegift bij het optreden van Butch Morris en het Maarten Altena Ensemble, begin oktober in het Bimhuis, gaf een verhelderend voorbeeld: Morris nam een figuurtje van twee lange noten van Erik van Deurens basklarinet, en gebruikte die lick voor de opbouw en daaropvolgende ontmanteling van een kort, strak, organisch stuk.

Met wie Morris ook werkt (met sommige muzikanten treedt hij vaak op, onder wie de Amerikaanse trombonist en sampler-specialist J.A. Deane en de Zwitserse cellist Martin Schütz), zijn sterk compositorische stijl springt er altijd uit. Morris houdt van de staccato klap, de snelle grafische schets, klanken die van de ene kant van het podium naar de andere kabbelen, en de eerder genoemde klanklussen, die vaak als begeleidende riffs worden gebruikt.

Twee van de sterkste conductions in de cd-box kwamen tot stand in Ankara en Tokyo. In 1992 combineerde hij in Ankara enkele van zijn vertrouwde medespelers met Turkse muzikanten, wier rijke instrumentale kleuren hij naar voren haalde, zonder hun tradities te trivialiseren.

Conduction 28 werd in 1993 vastgelegd in Tokyo door een groot ensemble met Japanse improvisators en solisten op traditionele instrumenten. Het stuk laat zien hoeveel lagen en met elkaar verweven patronen Morris tegelijk in gang kan zetten. De bruisende, contrasterende ritmen hebben een lichte toets die tamelijk zeldzaam is in zijn conductions (wat wil zeggen dat de muziek Butch Morris' persoonlijkheid weerspiegelt: hij heeft gevoel voor humor, maar frivool is hij niet).

De tien cd's zijn ook los verkrijgbaar en worden onderscheiden door nummers. Tot de beste horen de cd met de nummers 25 en 26 uit Ankara, de cd met nummer 28 uit Tokyo, en het eerste deel van Conduction 31, opgenomen tijdens het Angelica Festival 1993 in Bologna. Die opname biedt enige bijzonder springerige riffs - complimenten voor drummer Han Bennink, trombonist Wolter Wierbos en pianist Steve Beresford - die contrasteren met de opera-achtige acrobatiek van zangeres Catherine Jauniaux.

De toegiften van het Angelica Festival staan op de nummers 31/35/36. Die bevatten ook de toegiften van twee concerten met Maarten Altena uit 1993, die tot de meest oplettende, open en gedetailleerde opnamen in deze collectie behoren. De sextet-cd Conduction 22 - strak en ondoordringbaar-elektronisch, met Deane, Schutz en draaitafel-speler Christian Marclay - biedt als bonus enige bijdragen van Butch Morris' kornet.

'Ik streef naar een ensemble met dezelfde toon en beweeglijkheid als ik op mijn kornet heb. De enige manier om dat te bereiken is zo vaak te oefenen en dirigeren als ik kan. Ik zie het duidelijk voor me - ik heb alleen meer tijd nodig om eraan te werken.'

Improvisaties/ 'improvisaties', vanavond tot en met dinsdag in het Bimhuis, de IJsbreker, het Tropenmuseum en Paradiso in Amsterdam. Butch Morris leidt het Nieuw Ensemble, het Ab Baars Trio en Yoshikazu Iwamoto op 26 november in Paradiso.

Lawrence D. Morris: Testament, A Conduction Collection verscheen als box met tien cd's op New World Records 80478-2. De cd's zijn ook los verkrijgbaar. Distributie: Clavicenter, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden