Complexiteit techniek stuit draadloze droom

Pogingen een draadloos netwerk aan de praat te krijgen, lopen nog te vaak uit op een mislukking. Domme consumenten? Nee hoor....

Van onze verslaggever Peter van Ammelrooy

Tussen droom en daad willen nogal eens wetten in de weg staan en anders wel praktische bezwaren. Cisco weet van dat laatste alles af. De Amerikaanse marktleider in apparatuur die computernetwerken aan elkaar knoopt, heeft een droom waarin consumenten de hoofdrol spelen. Die consumenten plukken met welk apparaat dan ook muziek en films van internet, zonder dat er een enkel kabeltje bij van pas komt.

Maar helaas: de kastjes die de droom van networked entertainment mogelijk moeten maken, zijn nog altijd knap ingewikkeld te installeren.

‘Een draadloos netwerk opzetten is nog altijd een heel karwei voor gewone stervelingen’, erkent Europees verkoopdirecteur Robert Auci van Linksys, het onderdeel van Cisco dat zich richt op de consumentenmarkt. ‘De techniek is nog niet rijp voor het grote publiek.’

Dat is een domper voor Linksys, dat samen met het merk Cisco (gericht op bedrijven) 45 procent van de markt in handen heeft voor wi-fi-apparatuur, het Engelse verzamelbegrip voor draadloos internet. Linksys moet het nu vooral hebben van de technisch onderlegde consument. En die koopt toch vooral wi-fi-modems en wi-fi-adapters om zijn pc draadloos met internet te verbinden.

Terwijl er meer mogelijk is, aldus Auci. Op een bijeenkomst in Hoofddorp toonde Linksys afgelopen week onder meer een dvd-speler (te koppelen aan een televisie) die films en tv-programma’s draadloos van internet plukt – plus het signaal van 11.443 radiostations.

Een van de obstakels voor de brede acceptatie van wi-fi is de verwarrende jungle van verschillende technieken. Ze dragen allemaal dezelfde naam (802.11), op een letter na, die de snelheid van de verbinding aangeeft (802.11a, 802.11g, 802.11n).

‘Ook wij hebben ons schuldig gemaakt aan die alfabet-soep’, zegt Auci. Het helpt ook al niet dat een pc een onmisbaar hulpmiddel is voor het opzetten van een draadloos netwerk. De computer is toch al een machine die technofobie in de hand werkt.

De afluistergevoeligheid van wi-fi-apparatuur is een ander heikel punt. Als een modem niet goed is afgesteld kunnen buitenstaanders ‘meeliften’ op de internet-verbinding, of erger: gegevens zoals e-mail onderscheppen.

De laatste tijd hebben de leveranciers er veel aan gedaan de beveiliging op te schroeven. Toch trof het Barneveldse IT-bedrijf Dimension Data tijdens een recente speurtocht op bedrijventerreinen nog veel ‘openstaande’ draadloze netwerken aan. In liefst 28 procent was de toegang onvoldoende dichtgetimmerd.

‘We zien het brede publiek pas na 2010 massaal wi-fi omarmen, als de technologie voldoende is versimpeld’, aldus Europees directeur Patrick Lelorieux van Linksys. Maar dan is het nog de vraag hoeveel consumenten bijvoorbeeld hun koelkast of broodbakmachine aan internet willen koppelen, zodat ze die op afstand kunnen bedienen. Twee jaar geleden beschikte pas 8 procent van de huishoudens in de Verenigde Staten met breedband-internet over een huisnetwerkje, aldus het Amerikaanse onderzoeksbureau Forrester. Dat zal in 2010 niet meer dan 40 procent zijn.

Toch zet Cisco al zijn kaarten op het ‘genetwerkte’ huishouden. De overname in 2003 van Linksys was een eerste stap. In 2005 werd Kiss opgekocht, de Deense fabrikant van dvd-recorders zoals het apparaat dat in Hoofddorp werd getoond. De laatste en duurste slag – waarde 6,9 miljard dollar – sloeg Cisco zeven maanden geleden, door Scientific-Atlanta in te lijven. Dat is een van de grootste producenten van settop boxen, de kastjes die nieuwe diensten (zoals internet en film-op-bestelling) op kabeltelevisie mogelijk maken.

Doel van Cisco is niet alleen de verkoop van apparatuur aan consumenten. Lelorieux: ‘Als meer mensen zich voor muziek, films en televisie wenden tot internet, moet dat netwerk ook groeien.’ Daar mag Cisco – als ‘loodgieter van internet’ – graag van dromen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden