Achterplat Kuifje

Commercieel handige achterplat nodigt uit om het Kuifje-universum nog niet te verlaten

Achterkanten zijn bijgedachten. Ook die van boeken. Maar niet allemaal. De Volkskrant zoekt de uitzonderingen, zoals die van Kuifje-tekenaar Hergé.

Hergé: De schat van scharlaken Rackham (1973)

Als het goed is, slaat de lezer na het bereiken van de laatste pagina zijn boek dicht met een zucht: wat was het mooi, en wat jammer dat het afgelopen is.

Georges Prosper Remi moet die zucht hebben gekend. Sterker: hij rekende ermee af. De Belgische striptekenaar, beter bekend als Hergé, schepper van de onvergankelijke stripheld Kuifje, bedacht iets dat het leesgenot vrijwel onbeperkt kan verlengen.

Oorspronkelijk stond op de achterkant van de Kuifje-albums een portret van de titelfiguur, die de lezer dwars door het papier heen tegemoet springt. Die wat eentonig wordende illustratie verving Hergé na verloop van tijd door een verkooptechnisch handigheidje: een levensgroot aanplakbord in een fantasielandschap, met daarop de titels van alle leverbare Kuifje-albums.

Gerrit de Jager: Familie Doorzon # 12, Light (1989)

Het landschap stoffeerde hij met een tableau de la troupe van Kuifjes secondanten: kapitein Haddock, de speurders Jansen en Janssen en de trouwe foxterriër Bobby, maar ook met minder beroemd geworden Hergé-scheppingen zoals de straatschoffies uit Kwik en Flupke en het aapje uit Jo, Suus en Jokko.

Zo maakte een commercieel bedoelde vondst de albums achter en voor even aantrekkelijk. De lange lijst met klinkende Kuifje-titels en het zoekplaatje vol Kuifje-personages en -attributen (herken de lampion uit De blauwe lotus, het embleem uit De sigaren van de farao) nodigden uit om het Kuifje-universum nog niet te verlaten en te dromen over toekomstige genietingen van nog ongelezen albums.

Hergé: De juwelen van Bianca Castafiore (1963)

In de jaren zeventig volgde een minstens zo ingrijpende facelift. Het aanplakbord en het groepsportret maakten plaats voor een tegelmozaïek met alle omslagen, van Kuifje in Afrika tot Kuifje en de Picaro’s, waarbij Hergés genie zelfs op postzegelformaat overeind blijft.

Zo groeide de keerzijde uit tot een essentieel onderdeel van Hergés signatuur, nogal een prestatie voor wat vanouds tot het tweede plan behoort. Niet voor niets hebben veel stripkunstenaars juist Hergés achterkanten geïmiteerd. Een van de mooiste hommages is die van de Amerikaanse grootmeester Charles Burns, die in Blood Club (1992) zijn inspirator nauwgezet volgt, zij het in een nachtzwarte versie met een vers gedolven graf, een oogbal op pootjes en andere griezeligheden.

Charles Burns: Blood Club (1992)
Crouchez en Vitalis: Les Aventures de Sigmund Freud (1973)
Peter Pontiac: Gaga (2010)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden