Commercie boven talent bij de Amsterdamse Fashion Week

Het programma van de Amsterdamse modeweek is niet sterk dit jaar. Ooit diende het evenement als springplank voor jonge, experimentele ontwerpers, nu is het commerciëler dan ooit.

Amsterdam Fashion Week 2014Beeld Peter Stigter

Op de openingsavond van de Amsterdam Fashion Week, waar traditioneel net wat te veel tijd overblijft om champagne te drinken, wordt al sinds de start in 2004 stevig gemopperd. De typische Hollandse polderglamour is het mikpunt, en er wordt geklaagd over het ontbreken van echt grote namen. Maar dit jaar is er meer aan de hand. Wat ooit werd opgezet als platform voor jong talent, helt nu dodelijk over naar de commerciële merken. Die hebben altíjd al op het programma gestaan om het evenement betaalbaar te houden, maar ditmaal hebben ze de overhand. Oorzaak, volgens de insiders: sinds vorig jaar ontbreekt het aan een programmadirecteur.

'Fashion Week zou een overzicht moeten geven van de veelzijdigheid van het Nederlandse modelandschap. Het programma is nu te eenzijdig, het is niet wat wij hadden gehoopt', zegt Peter Leferink, lid van de Raad van Advies. De Raad van Advies, die toeziet op de creatieve invulling van het programma, maakt zich zorgen over de toenemende inhoudelijke invloed van sponsoren. Zo zou de in societykringen geliefde ontwerper Monique Collignon haar plaats op de openingsavond grotendeels te danken hebben aan de medezeggenschap van hoofdsponsor Mercedes.

Tijdens de zes edities dat de vorige programmadirecteur, Carlo Wijnands, het voor het zeggen had, lag de nadruk op experiment en jong talent. Nu is de modeweek commerciëler dan ooit. Op het programma staan onder meer Oilily, Tony Cohen, het Zweedse merk Army of Me, het Amerikaanse merk House of Byfield en shows met raadselachtige namen als 'Carribean Fashion Spot' en 'Political Catwalk'. Ondanks het feit dat modeontwerper Antoine Peters een documentaire vertoont, het duo Spijkers en Spijkers de nieuwe collectie van hun tweede lijn Sis op de catwalk presenteert en de beste eindexamenkandidaten hun werk laten zien tijdens de jaarlijkse Lichting show, geeft het vijfdaagse programma volgens critici geen goed overzicht van de stand van zaken in de Nederlandse mode.

Daarvoor ontbreken te veel meer en minder bekende namen. Denk aan Claes Iversen, die sinds kort bij de Bijenkorf verkoopt, Dennis Diem, die bekend is van zijn mooie jurken, de populaire mannenmodeontwerpers Sjaak Hullekes en Francisco van Benthum, de veelbelovende nieuwkomers David Laport en Liselore Frowijn. Zij hebben geen geld, of vinden het niet het juiste moment. De grote Nederlandse modetroeven Jan Taminiau en Iris van Herpen, die allebei in Amsterdam debuteerden, doen ook niet mee. Die hebben Amsterdam immers niet meer nodig - zij hebben een plek veroverd in Parijs, waar met name Van Herpen veel aandacht krijgt van internationaal gezaghebbende modeprofessionals.

Jan Taminiau, zomercollectie 2013Beeld Peter Stigter

Geen achtergrond in mode

Het contract met Wijnands, die in 2011 op freelance basis werd aangesteld, werd in maart 2014 niet verlengd omdat beide partijen er financieel niet uitkwamen. Sindsdien mist de organisatie iemand die de Nederlandse modescene goed kent en die zich specifiek bezighoudt met de creatieve en inhoudelijke invulling van Fashion Week. Bart Maussen en Hans van der Linden, die de rechten op de modeweek in 2010 overnamen van eigenaar en accountant Piet de Haan en sindsdien eigenaar zijn van het evenement, hebben geen achtergrond in de mode.

Maussen is reputatiestrateeg en houdt zich bezig met het positioneren van merken, Van der Linden is evenementenorganisator. Zij houden zich op de achtergrond bezig met de positionering en de financiering van de modeweek. Toen Wijnands vorig jaar vertrok, besloten ze in overleg met de Raad van Advies om niet direct een vervanger aan te stellen maar om zelf een voorselectie van deelnemende ontwerpers te maken en die vervolgens voor te leggen aan de Raad van Advies.

De zeskoppige Raad van Advies is een onafhankelijk orgaan dat toeziet op de creatieve visie van het evenement en zowel gevraagd als ongevraagd advies geeft. Leden zijn bekende Nederlandse modeveteranen: stylist Frans Ankoné, bekend van de legendarische glossy Avenue, ontwerper en docent Peter Leferink, professor José Teunissen, catwalkfotograaf Peter Stigter, showproducent Joanne Schouten en Liesbeth in 't Hout van Fashion Council NL.

Iris van Herpen, wintercollectie 2015Beeld Peter Stigter

Ontevreden

De Raad van Advies was dit keer zo ontevreden over het programma en de gebrekkige communicatie daarover, dat ze in de aanloop naar Fashion Week hebben gedreigd om hun handen ervan af te trekken. 'Maar na een kritisch gesprek met de directie hebben we de ruimte gekregen om op de slotavond een aantal onderdelen toe te voegen', zegt Leferink. Volgens directeur Rob Zomer, die twee jaar geleden werd aangesteld om meer sponsors te zoeken, werd de soep niet zo heet gegeten als dat-ie werd opgediend. 'We hebben na een vruchtbaar gesprek besloten om Peter Leferink als curator van de slotavond te vragen', zegt Zomer, die twee jaar geleden door Maussen en Van der Linden werd aangesteld met de taak om meer sponsors te vinden.

Dankzij de inspanningen van Leferink hebben Jef Montes en Jazz Kuipers - beide ontwerpers gelden als een belofte - op het laatste moment toegezegd om een show te geven. Daarnaast zijn installaties te zien van onder meer de experimentele ontwerpers van Maison the Faux, Schueller de Waal en Lisa Konno, die veel doen met duurzaamheid. 'Niet elke presentatie hoeft een catwalkshow te zijn. Door ruimte te geven aan alternatieve presentatievormen zoals een installatie, krijgen ook jonge ontwerpers met weinig geld de kans om mee te doen.'

Een van de belangrijkste aanbevelingen van de Raad van Advies is dat de directie op zoek moet naar een nieuwe programmadirecteur. 'Het is cruciaal dat er iemand zit die creativiteit en commercie aan elkaar kan koppelen', zegt Leferink. Anders krijgt commercie al snel de overhand. Maussen, Van der Linden en Zomer zeggen dat ze al sinds maart op zoek zijn naar een nieuwe programmadirecteur. 'Maar het is een belangrijke plek, die vul je niet zomaar in. We zijn momenteel in gesprek met een aantal zwaargewichten uit de mode', aldus Maussen.

Iris van Herpen, zomercollectie 2011Beeld Michel Zoeter

Geen handel

De kritiek dat het programma van Fashion Week te commercieel en te eenzijdig is, laat de directie gemakkelijk van zich afglijden. 'De shows op Fashion Week zijn het resultaat van de staat van het modelandschap. De vraag is of een programmadirecteur dat had kunnen voorkomen,' zegt Zomer. 'Er is altijd kritiek, daar zijn we zo langzaamaan immuun voor geworden. Wij zijn de enige modeweek ter wereld die niet wordt gesubsidieerd door de overheid. We moeten het hebben van sponsoring, dat is in deze tijd niet altijd even makkelijk', zegt Maussen. 'We hanteren al jaren dezelfde sandwichformule, die labels die zichzelf bewezen hebben, combineert met jong talent. Want om talent op weg te helpen hebben we de commerciële partijen hard nodig. Anders krijgen we de begroting nooit rond.'

Het feit dat het catwalkprogramma van Fashion Week Nederland niet wordt gesubsidieerd, is niet het enige verschil met de gevestigde modeweken in Parijs, Londen, Milaan en New York. In die vier steden gaan inkopers na de shows naar de showrooms om bestellingen te plaatsen. Simpel gesteld blijven bij Fashion week Nederland door het ontbreken van handel, alleen entertainment en publiciteit over; dat zijn nu doelen op zich geworden. Zo zijn sinds drie jaar ruim vijftien procent van de toegangskaarten voor de shows te koop, terwijl vrijwel alle modeweken ter wereld besloten evenementen voor vakmensen zijn.

'Het feit dat hier nauwelijks wordt gehandeld, is een punt van zorg. Fashion Week zou geen eindpunt van creativiteit moeten zijn, het moet juist het begin van een bloeiende business zijn', zegt Zomer. Volgens Zomer heeft de directie van Fashion Week een aantal informele gesprekken gevoerd met de directie van modevakbeurs de Modefabriek, waar commerciële labels zakendoen met inkopers, om te kijken wat beide partijen voor elkaar zouden kunnen betekenen. Daarnaast is een half jaar geleden een speciaal programma voor inkopers opgezet, dat ervoor moet zorgen dat zij vaker naar de shows komen kijken.

Het coole neefje

De eerste editie van Amsterdam Fashion Week vond plaats in juli 2004. Ook toen stonden uit economische noodzaak zowel shows van jong talent als gevestigde labels op het catwalkprogramma. Grote merken betalen ruimschoots voor een show en maken op die manier de locatie betaalbaar, zodat kleinere ontwerpers tegen een iets aantrekkelijke prijs kunnen showen. Initiatiefnemer James Veenhoff, nu een van de drijvende krachten achter de Amsterdam Denim Days, zinspeelde tijdens die eerste editie op een positie als 'het coole neefje van New York Fashion Week', waar ook zowel commerciële labels als jonge ontwerpers op het programma staan.

Jan Taminiau, zomercollectie 2013Beeld Peter Stigter

Nederlandse ontwerpers

Dat tijdens Fashion Week nauwelijks wordt gehandeld, komt omdat grote namen niet structureel meedoen. Als bekende modemerken al een show geven - zoals eerder Gsus, Hunkemöller en Cold Method en dit keer Oilily - is dat meestal eenmalig. Voor hen is deelname vooral een manier om veel publiciteit te genereren en hun relaties op een avondje uit te trakteren. De jonge ontwerpers die meedoen, zijn over het algemeen nog niet op het niveau dat ze in grote hoeveelheden aan winkeliers kunnen leveren - mochten ze die vraag überhaupt krijgen. Voor hen zou Fashion Week een belangrijke springplank moeten zijn.'

Maar door de nadruk die momenteel ligt op commerciële shows, dreigt de functie van springplank verloren te gaan. Het is logisch dat de Raad van Advies daar bezorgd over is en dat er veel wordt geklaagd. Want hoewel het te simpel is om te stellen dat Jan Taminiau en Iris van Herpen dankzij Fashion Week zijn geslaagd, heeft het evenement de afgelopen jaren wel een hoop Nederlandse ontwerpers gestimuleerd om voor zichzelf te beginnen. Zo heeft Fashion Week een belangrijke bijdrage geleverd aan de Nederlandse mode.

'Dat willen we blijven doen', benadrukt Maussen. 'Daarom zijn we onder meer bezig met de opzet van een fonds, gekoppeld aan een eigen opleiding van twee jaar die is gericht op zakelijke kennis. Met dat fonds willen we participeren in de carrière van veelbelovende ontwerpers. Nederland heeft absoluut talent, wij willen dat talent zo lang mogelijk hier houden en laten zien dat Nederland kwaliteit levert en kan meedraaien op internationaal niveau.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden