De talenten van 2020 Glodi Lugungu

Comedytalent Glodi Lugungu: ‘Hard werken, dan komt die voorstelling wel goed’

Glodi Lugungu treedt pas twee jaar op als stand-up comedian, maar een prijs is al binnen en zijn debuut in de maak. Best een welkom advies van zijn voorbeeld Brigitte Kaandorp: durf een beginner te zijn.

Beeld Marie Wanders

Glodi Lugungu (27) wijst de ene na de andere herinnering aan in Dommelen, het dorp bij Eindhoven waar hij opgroeide.

Hier het met hondenpoep bezaaide veldje waar hij leerde voetballen, de carports waar hij en zijn broers eindeloos ballen tegenaan hebben getrapt, daar de bomen waarin ze hutten bouwden en weer afbraken. Aan de overkant van de straat het huis van de achterdochtige buurman die de elfkoppige familie Lugungu, in de jaren negentig van Congo naar Nederland gevlucht en het enige zwarte gezin in het dorp, de hele dag door in de gaten hield. Als stand-upcomedian heeft hij er nu een stukje over: je moest zo’n arme man natuurlijk wél een beetje bezighouden, en dat viel nog niet mee.

Pas twee jaar geleden probeerde Lugungu voor het eerst grappen uit op publiek, tijdens het Open Podium in de Amsterdamse comedyclub Toomler. Kort daarna, in april 2018, won hij de AKF Sonneveldprijs en de publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival. De jury was onder de indruk van zijn ‘semi-naïeve presentatie’ en ‘enkele sterke en oergeestige verhalen’. Plus: ‘Hij is wat slungelig, maar staat zelfverzekerd, met een ontwapenende charme en veel schwung op het toneel.’

Zeker zeven jaar is hij niet in Dommelen geweest, zegt Lugungu, maar als hij optreedt begint hij er vaak meteen over; in zijn accent ligt onmiskenbaar een Brabantse jeugd bewaard. Zelf woont hij intussen in Amsterdam, zijn ouders zijn verhuisd naar het naast Dommelen gelegen Valkenswaard. 

Anderhalf was hij toen zijn moeder in het vliegtuig naar Amsterdam stapte, met hem en twee van zijn broers. Ze verbleven in een asielzoekerscentrum in Den Haag, tot ze hier een huurwoning kregen toegewezen. Hun vader voegde zich vier jaar later bij hen. 

Nog een paar jaar later volgden zijn oudste broer en zus, die hij eigenlijk amper kende, hij was tenslotte als baby vertrokken uit Kolwezi. ‘De Congolese cultuur is best wel hiërarchisch’, legt Lugungu uit. ‘De oudste in de familie heeft het meeste aanzien en de meeste autoriteit, dat soort dingen.’ Dat botste in het begin dus nogal, vooral met die zes jaar oudere broer. ‘Wij waren hier opgegroeid met meer gelijkheid.’ In Nederland werden uiteindelijk nog vier kinderen geboren.

Paste dat, met zijn elven in een rijtjeshuis? ‘Op onze manier wel. We sliepen gewoon met meerdere broers op één kamer.’ Zijn ervaring: zo’n groot gezin is vooral voor andere mensen bijzonder, en mede daardoor een goede bron van grappen. Een aantal van zijn succesnummers zal vast ook zijn debuutvoorstelling-in-de-maak halen. Een titel is er al: Ze bedoelen het goed. Vanaf half januari speelt hij try-outs door het land, de première volgt na de zomer. 

Kijk, daar woonden Kevin en Claudia, met wie hij ’s avonds buiten speelde. Daar staat het grote huis dat hij tijdens het lopen van zijn folderwijk liever oversloeg, vanwege de agressieve hond die negen van de tien keer op hem af kwam rennen. Het geld dat hij verdiende met folders rondbrengen ging naar zijn ouders; een bijdrage aan het gezinsonderhoud. Toen hij wat ouder was, bezorgde hij het Eindhovens Dagblad, net als zijn moeder, en wie in de familie eigenlijk niet? 

En hier woonde de buurvrouw die zich geroepen voelde om in te grijpen als zijn moeder naar winkelcentrum De Belleman vertrok voor boodschappen en de kinderen thuis achterbleven – de jongste was toen een jaar of 6, de oudste 11. ‘Zij dacht dat onze moeder slecht voor ons zorgde, maar in Congo is het normaler dat de jonge kinderen even alleen thuisblijven met de oudere kinderen.’

‘Hé tv-ster!’ roept een onbekende voorbijganger – hij zag Lugungu waarschijnlijk laatst in De wereld draait door. Daar vertelde hij over de jaarlijkse spooktocht tijdens het voetbalkamp waarvan hij in paniek thuiskwam. ‘De voetbaltrainer probeerde mijn moeder te vertellen wat we hadden gedaan, maar leg iemand uit Congo maar eens uit wat een spooktocht is: kinderen in een bos dumpen, en dat volwassen mannen dan met witte lakens over hun hoofd de kinderen bang gaan maken. Daarna mocht ik niet meer op kamp.’

De kern van zijn grappen zit ’m vaak in dit soort situaties, een andere interpretatie van regels, gebruiken en sociale omgangsvormen. ‘Er zit veel humor in het misverstand.’ Die spionerende overbuurman is misschien wel het beste voorbeeld van het type spot dat hem drijft: een pijnlijk teken van wantrouwen dat hij in het theater naar zijn hand kan zetten, door het zo leuk en absurdistisch te maken als hij wil. ‘Ik vind het grappiger en spannender om te bedenken wat ik had kunnen doen om die man te vermaken dan om hem weg te zetten als de foute gast.’

Op zijn 17de ging Lugungu het huis uit, naar zijn zus in Tilburg. Zij verwachtte destijds haar tweede kind en studeerde nog. Op deze manier kon hij haar helpen met oppassen en in de stad wonen waar hij later zelf aan een hbo-opleiding bouwkunde begon. Deze zomer haalde hij zijn diploma, maar architect – dat was altijd zijn droomberoep – ziet hij zichzelf niet meer worden. 

Ergens in het derde jaar van zijn studie zei een van zijn Tilburgse voetbalvrienden dat hij echt eens iets met zijn grappenmakerij moest doen: ‘Glo, jij moet een keer naar Toomler gaan.’ Lugungu kende Steve Harvey en Dave Chappelle, ‘de comedy kings’, maar hij had geen idee van het bestaan van Nederlandse stand-upcomedians. Van Toomler, de Amsterdamse thuisbasis van stand-upcollectief Comedytrain, had hij nooit gehoord. Tot hij er dus met twee vrienden naartoe ging, voor zijn eerste minuten op het podium. Martijn Koning speelde ook, die avond. ‘Je moet vaker komen’, zei Koning na afloop tegen hem.

Later dat jaar deed Lugungu auditie en werd hij aspirant-lid van Comedytrain. ‘Van 9 tot 5 ging ik naar school, daarna zat ik een paar dagen per week in de trein naar Amsterdam grappen te bedenken. Voor elke avond schreef ik iets nieuws, omdat ik dacht: ze kennen al wat ik gisteren heb gedaan. Tot Kees van Amstel zei: ‘Hé, die ene grap is goed, die moet je bijschaven en de volgende keer weer doen.’ Toen leerde ik dat je je beste grappen moet verzamelen om een steeds betere, steeds iets langere set mee te kunnen opbouwen.’ Hij wil maar zeggen: zo weinig wist hij van comedy, en hoe dat in de praktijk werkte, comedian worden.

‘Brigitte Kaandorp is mijn grote voorbeeld.’ Beeld Marie Wanders

Een goed verhaal vertellen leerde hij thuis, tijdens het avondeten. Zijn ouders zaten bij elkaar aan één tafel, de kinderen aan een andere. ‘Iedereen wilde iets vertellen, maar alleen als je een goed verhaal had luisterden de anderen naar je. Dat was de kunst: wie kan het beste vertellen, wie heeft het grappigste verhaal?’ 

Zelf maakte hij zijn verhalen vaak mooier dan ze waren. Of hij verzon dingen. Kwam hij thuis van voetbal, zei hij dat hij drie keer had gescoord. Belden zijn ouders de trainer, had hij niet eens gespeeld. Congolezen zijn van nature opscheppers, zegt hij grijnzend. Hij luistert graag naar ‘van die epische motivational speeches’ over hard werken, en dat je er dan hoe dan ook wel komt, van Les Brown en T.D. Jakes. Hard werken is ‘een ding’ voor hem, zegt hij. ‘Dat is denk ik ook zo omdat ik veel broers heb, van wie ik altijd wilde winnen.’

Over de oorlog in Congo werd thuis niet veel gesproken. Zijn ouders gingen perioden lang om beurten een aantal maanden naar hun geboorteland om familie te bezoeken, zijn moeder is op het moment ook daar. Zelf is hij nooit terug geweest. ‘Ik kom daarvandaan, die trots voel ik heel sterk, ook al heb ik geen herinneringen aan het land zelf.’

Zijn achternaam betekent ‘verzamelaar van mensen’ vertelde zijn vader hem laatst. Mensen bij elkaar brengen, toevallig precies wat hij straks in het theater hoopt te gaan doen. Zijn ideale publiek is een zo divers mogelijk publiek, zegt Lugungu. Hij heeft mooie herinneringen aan een show bij een Surinaamse kerkgemeenschap in de Bijlmer. In Toomler komt een overwegend wit publiek, hier trof hij een zaal vol mensen met zijn huidskleur, van verschillende afkomst.

Het was nogal een eyeopener. ‘Graptechnisch moet je altijd en overal goed zitten, zodat je iederéén kunt meenemen in je verhaal en je bij iedereen een beeld kunt oproepen.’ Dit publiek kreeg niet alleen een kloppend, grappig verhaal, maar ook herkenning, bijvoorbeeld waar het ging over de manier waarop zwarte families hun kinderen opvoeden ten opzichte van witte families. ‘Dubbele pret. En voor mij driedubbele pret, vanwege de band met die mensen. Die voelde zó sterk op dat moment.’

Brigitte Kaandorp is zijn grote voorbeeld, zegt hij in de auto naar station Eindhoven Centraal. ‘Zo’n hoog tempo, zo’n hoog niveau. Elk zinnetje, elk detail is comedy.’ Zijn impresariaat regelde vorige maand een ontmoeting na haar show in Carré. Lugungu vroeg haar of ze tips had voor de voorbereiding van zijn eerste avondvullende programma – anderhalf uur blijven boeien met verhalen die langer duren dan een paar minuten, dat is nu zijn grootste zorg.

Maak er zo veel mogelijk gebruik van dat nog weinig mensen je kennen, was haar advies. Je mag tijdens try-outs gewoon met papiertjes dat podium opkomen. Durf een beginner te zijn. 

Ze bedoelen het goed moet een kennismaking met Lugungu worden. Hoe wil hij overkomen? Daar moet hij even over nadenken. Dan toch: ‘Als een positieve jongen.’ Sympathie van het publiek krijgen is niet de grootste uitdaging voor hem. Zijn aanstekelijke lach maakt veel van wat hij zegt onschadelijk. Lachen tijdens optredens probeert hij daarom tegenwoordig te beperken – niet te veel lachen is de feedback die hij het vaakst kreeg van zijn Comedytrain-collega's. Hij moet zijn eigen plezier soms verstoppen om het effect van zijn grappen te vergroten.

Hard werken, zegt hij, dan komt het met die voorstelling wel goed.

5 vragen aan Glodi Lugungu

Wat zijn je drie favoriete nummers van het afgelopen jaar?

Own it (ft. Ed Sheeran & Burna Boy) – Stormzy

No new friends (ft. Sia, Diplo) – Labrinth

Alleen maar gelukkig (ft. Jebroer) – Snelle

Wie zou je zelf naar voren schuiven als het talent van 2020?

‘In Toomler (de comedyclub van stand-upgezelschap Comedytrain in Amsterdam, red.) lopen hongerige talenten rond die zeker de moeite waar zijn om te checken, zoals Bugra Gedik, Yunus Aktas, Kim Schuddeboom, Bob Koomen en Sezgin Gulec.’

Aan welke goede raad heb je het meest gehad?

‘Een uitspraak van acteur Denzel Washington: ‘Als het makkelijk was, zou iedereen het doen, hard werken, werkt!’ Door de jaren heen heb ik geleerd dat laten zien dat je hard werkt een grote impact heeft. Niet alleen op jezelf, maar ook op mensen om je heen. Er is een reden waarom de beste mensen hard werken; niemand is zomaar de beste, maar je kunt door een extra sprintje of een uurtje langer voorbereiden voor een kort moment de beste zijn.’

Wat was je bewondermoment van 2019?

‘AFC Ajax dat grote voetbaltitanen uitschakelt in de Champions League. In de uitwedstrijd tegen Real Madrid zochten ze direct de aanval op. Niemand deed het voor minder, het was alles of niks, totale schijt aan het prestige van de tegenstander. Puur een gedachte: wij zijn Ajax, punt. Tegen Tottenham Hotspur kregen ze een keiharde nederlaag te verduren, waarbij vier spelers naar de grond gingen van de teleurstelling. Dit Ajax had alles: ondeugend, verliefd op de bal en lef. Dat verdient in mijn ogen alleen maar bewondering.’

Op welk moment had je zelf door dat je goed bezig bent?

‘Mijn moeder kwam een keer kijken met haar baas en collega’s. Ik had haar niet uitgenodigd en was daardoor erg zenuwachtig. Mijn moeder kent de ‘regels’ in het theater niet. Ik was bang dat ze op de eerste rij zou gaan zitten, allemaal eten zou uitdelen en dingen zou roepen: ‘Glodi, wacht even, ik ga wat servetjes halen!’ Of dat ze zich zou schamen voor mijn optreden. Dus ik kom op en ja hoor, daar zit ze, op de eerste rij, zwaaiend. Ik speel mijn set en mijn moeder gaat stuk van het lachen. Op dat moment dacht ik: yes, ik ben goed bezig! Want als ik het van iemand heb, is het wel van mijn moeder.’

De andere comedy-talenten van 2020 

2. Jasper van der Veen

Hij won de jury- en publieksprijs op het afgelopen Leids Cabaret Festival en werd direct daarna ingelijfd bij De Keet, het impresariaat van onder meer Jochem Myjer, Ronald Goedemondt en Henry van Loon. Kortom, de comedycarrière van Jasper van der Veen (32) loopt op rolletjes. In 2020 zet hij nóg een grote stap: vanaf september gaat hij onder regie van Peter van de Witte (ooit de helft van cabaretduo Droog Brood) try-outen met zijn eerste avondvullende voorstelling. Daarin zal het niet alleen draaien om zijn gevatte teksten over de dilemma’s van zijn generatie, maar ook om zijn non-verbale talent. In het halfuur waarmee Jasper Leiden veroverde, getiteld Paradijsvogel, scharrelde hij op zeker moment zelf als paradijsvogel over het podium, in de jungle op zoek naar een straaltje daglicht om zijn unieke dans op te voeren. Zo’n intermezzo konden jury en publiek wel waarderen. Uit het juryrapport: ‘Fysiek en mimisch is Jasper heel expressief. Hij is een zeldzaam podiumbeest.’ 

Joris Henquet

3. Rosa da Silva 

De vrouw die in 2014 Anne Frank speelde in de groots opgezette toneelvoorstelling Anne in de Amsterdamse Houthavens, en daarna nog een hoofdrol had in musical De tweeling, maakte vorig jaar een verrassende overstap naar het cabaret. Tijdens de finale van het Amsterdams Kleinkunst Festival in april stond Rosa Da Silva ineens als ‘zichzelf’ op het toneel van theater De Kleine Komedie. Ze vertelde over haar Portugese vader en haar jeugd in het Drentse dorp Klazienaveen, en de culturele botsingen die dat tot gevolg had. Rosa beschreef zo sprankelend hoe dorpsgenoten haar steeds vroegen om eens ‘een faaaado’ (denk hierbij een Drents accent) te zingen, dat zij er de jury- en de publieksprijs van het kleinkunstfestival mee won. De nu 33-jarige Da Silva kan zingen, typeren en pakkend vertellen. Dat talentenpakket zal nu gaan leiden tot haar eerste avondvullende voorstelling, getiteld Daar moet je heen. En inderdaad, hier moeten we zeker heen in 2020. JH

Hoe ging het verder met comedian Kasper van der Laan (38), het talent van 2019?

‘Dit jaar maakte ik mijn eerste avondvullende programma, 1 Kilo. Tussendoor speelde ik op veel caberestafettes en in Toomler, maar ik was vooral gefocust op dat eerste echte programma. In mei waren de eerste try-outs, de uiteindelijke première in november. Ik vind het te gek dat de recensies lovend waren, maar dat mensen naar mijn show willen komen is helemaal fantastisch. Ik vind het geweldig dat ik zo vaak mag spelen. Het leuke aan comedytalent worden, was dat je uit je underdogpositie komt, maar ik heb ook weleens gedacht: dit zijn júllie verwachtingen, ik heb hier niks mee te maken. De verkiezing zag ik als een bevestiging, maar vervolgens heb ik geprobeerd de verwachtingen naast me neer te leggen. 2020 wordt natuurlijk een zwart gat. Ik ben niet meer het comedytalent van het jaar, dus het kan alleen nog maar mis gaan.’

Pieta Verhoeven

Hoe ging het verder met designer Roos Meerman (28), het talent van 2019?

‘Vanaf januari ben ik een nieuwe studio begonnen met de naam Fillip Studios, samen met mijn partner Tom Kortbeek. Al na een maand of drie gingen we als onderdeel van de Nederlandse delegatie naar het Amerikaanse festival South by Southwest. We hebben daar ons project Kozie te laten zien; een muziekkussen voor dementerende mensen. Het kussen reageert met muziek en persoonlijke geluiden op aanraking. Verder was ik ook in Denemarken, omdat ons werk Tacile Orchestra, dat ten grondslag ligt aan het muziekkussen Kozie, in het Trapholt museum in Kolding kwam te hangen. Binnen de studio hebben we ons verder gericht op manieren en samenwerkingen waarbij kunst wordt verbonden met wetenschap en het bedrijfsleven. Als klap op de vuurpijl gaan we in februari in het Kröller-Müller een installatie openen.’ PV

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden