recensie De jongens van Nickel

Colson Whiteheads nieuwe roman De Jongens van Nickel is een victorie ★★★★★

Met grote verbeeldingskracht en een scherp observatievermogen vertelt Colson Whitehead het gruwelijke verhaal van een tuchtschool. 

Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Het was dus geen toeval, geen toevallige uitschieter, dat prachtige De ondergrondse spoorweg (The Underground Railway) waarmee Colson Whitehead, auteur van vijf eerdere romans, in 2016 doorbrak bij een groot publiek en bekroond werd met de Pulitzer Prize.

Na de verrassende, surrealistische wijze waarop hij in deze roman Amerika’s slavernijverleden tot leven wekte, heeft Whitehead ditmaal gekozen voor een bijna historische benadering. In De jongens van Nickel (de Amerikaanse editie The Nickel Boys verschijnt half juli) vertelt hij een verhaal waarin de personages aan zijn verbeelding zijn ontsproten, maar dat voor de rest is gebaseerd op feiten die even bizar als keihard zijn.

Enkele jaren geleden kwam aan het licht dat de geruchten over de Arthur G. Dozier School for Boys in Florida, die al decennialang de ronde deden, nog door de werkelijkheid werden overtroffen. Nadat in 2009 een onderzoek was ingesteld naar deze tuchtschool, werden niet alleen de geruchten over lijfstraffen, seksueel misbruik en marteling bevestigd. Er werden 55 stoffelijke overschotten gevonden, de meeste buiten de officiële begraafplaats van de school. Vervolgonderzoek, dat tot de dag van vandaag doorloopt, wees uit dat er meer dan 100 lichamen rond de in 2011 gesloten instelling liggen begraven.

Deze gruwelijke ontdekkingen waren voor Whitehead aanleiding zijn werkzaamheden aan een in Harlem gesitueerde misdaadroman te onderbreken. Hij voelde de dringende noodzaak het verhaal in een roman te verwerken. En wát een roman is het geworden.

‘Zelfs na hun dood zorgden de jongens nog voor overlast’, zo opent het boek cynisch. We lezen over de schokgolf die de ontdekking van hun stoffelijke resten teweegbrengt, en maken kennis met de man die de hoofdpersoon van het boek zal worden: een oud-leerling van Nickel, Elwood Curtis, die thans in New York woont.

Na de Proloog gaat de roman terug in de tijd, met opnieuw een wat cynische en in elk geval omineuze zin: ‘Op eerste kerstdag 1962 kreeg Elwood zijn beste cadeau ooit, ook al bracht het hem op ideeën die uiteindelijk tot zijn ondergang zouden leiden.’ Het betreft een langspeelplaat met toespraken van Martin Luther King, die hij zo vaak draait dat hij ze bijna uit zijn hoofd kent. Hij houdt er de overtuiging aan over dat hij, ondanks zijn donkere huidskleur, net zoveel waard is als de anderen.

Elwood komt in de roman naar voren als een leergierige, misschien wat al te brave jongeman, die bij zijn oma woont en via allerlei bijbaantjes een centje bijverdient voor zowel het levensonderhoud als zijn toekomstige studie. Hoewel intelligent is hij soms onmiskenbaar naïef, iets waar zijn omgeving graag misbruik van maakt. Als hij bij een wedstrijd bordenwassen een encyclopedie wint, blijkt alleen het eerste deel (‘Aa-Be’) tekst te bevatten. De pagina’s van de andere delen zijn blanco.

Een lift naar zijn nieuwe hogeschool wordt hem fataal. De auto waarin hij meerijdt blijkt te zijn gestolen en Elwood wordt als medeplichtige ter ‘heropvoeding’ naar de Nickel-tuchtschool gestuurd.

De beschrijvingen van het dagelijks bestaan op Nickel zijn deprimerend, verontrustend en soms hartverscheurend, al zorgt Whiteheads ingetogen, nuchtere vertelstijl ervoor dat het verhaal nergens larmoyant wordt. ‘Jongens van Nickel waren goedkoper dan meisjes van plezier en je kreeg meer waar voor je geld, althans dat werd gezegd.’

De tuchtschool kent een blanke en een zwarte afdeling, en zoals te verwachten zijn de omstandigheden op de zwarte afdeling het zwaarst. En echt niet alleen omdat de schoolleiding de gewoonte heeft om voedselvoorraden die bestemd zijn voor de zwarte jongens aan de plaatselijke restaurants te verkopen en zelf de winst op te strijken.

Naast het seksueel misbruik zijn vooral de straffen gevreesd die worden toegediend in het witte gebouwtje dat door de zwarte jongens het Witte Huis wordt genoemd en door de blanke de IJsfabriek (het verhaal achter deze verschillende benamingen illustreert Whiteheads grote verbeeldingskracht en observatievermogen).

Elwood belandt in het Witte Huis als hij zo onverstandig is geweest tussenbeide te komen bij een vechtpartij en de details van de behandeling die hij vervolgens ondergaat zijn gruwelijk. Maar het kan erger. Je kunt – als je zwart bent – ook ‘naar achter’ worden meegenomen. In dat geval beland je niet op de ziekenafdeling; je wordt gewoon nooit meer gezien.

Al op zijn tweede dag in Nickel ontmoet Elwood Jack Turner, een streetwise jongeman die al eerder op de kostschool heeft gezeten en weet hoe je er moet overleven. Die ontmoeting zal de belangrijkste van Elwoods leven blijken. Turner helpt Elwood zijn weg te vinden op de kostschool, de twee worden vertrouwelingen, beramen plannen.

De jongens van Nickel speelt zich af tegen de achtergrond van de Burgerrechtenbeweging en de zogeheten Great Migration, waarbij in de loop van de twintigste eeuw meer dan zes miljoen Afro-Amerikanen van de zuidelijke naar de noordelijke Verenigde Staten trekken, wat onder meer leidde tot de Harlem Renaissance.

Ook Elwood maakt de reis van het zuiden naar Harlem, zo lezen we in het laatste deel van het boek, waar Whitehead de lezer behoorlijk van de sokken blaast met een onthulling die plottechnisch verrassend en thematisch o zo treffend is. Bovendien blijkt deze wending symbolisch prachtig te zijn voorbereid door de anekdote met de encyclopedie waarvan slechts het eerste deel inhoud bevat.

Als kers op de taart is De jongens van Nickel, via een reeks subtiele verwijzingen, een impliciet eerbetoon aan wat waarschijnlijk de allergrootste roman is over zwarte emancipatie, de Burgerrechtenbeweging en de Great Migration: Invisible Man van Ralph Ellison (1952).

Literair, ethisch, historisch: Whiteheads boek is een victorie op alle niveaus.

Colson Whitehead: De Jongens van Nickel

★★★★★

Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema.

Atlas Contact; 272 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden