Club Risiko

De vrije geest van de postpunk

De eerste punkgolf bracht in 1976 en 1977 twee bands voort die tot het collectieve geheugen zijn gaan behoren en de historische uithangborden van hun genre zijn geworden: The Sex Pistols aan de ene kant van de oceaan, The Ramones aan de andere.

Zelfs als je niet in punk geïnteresseerd bent, niet in die tijd opgroeide en van beide bands amper een songtitel kunt noemen, dan nóg is de kans groot dat je de bandfoto's zou herkennen: de tronie van Johnny Rotten, de leren jasjes van de gebroeders Ramone.

De ' postpunk ' uit de jaren daarna (ná 1978 en tót pakweg 1984) is schimmiger en in al zijn diversiteit veel lastiger in kaart te brengen. Genre-overstijgende iconen of een lijflied als Anarchy In The U.K. leverde de postpunk niet op. Pas nu de gelovigen van toen de popjournalistiek domineren, verschijnen de eerste belangrijke boeken.

De mannen van rond 1960 hebben een fase van hun carrière bereikt waarin voldoende tijd kan worden vrijgemaakt voor het ei dat ooit gelegd moest: het boek over hún tijd, en wat er zo bijzonder aan was.

'Punk had een vacuüm gecreëerd, een tabula rasa', schrijft journalist Fred de Vries (1959) in de inleiding van Club Risiko, het eerste belangwekkende Nederlandse boek over postpunk . Waar de 'Pistols' en The Ramones klassieke songs maakten (maar dan hard en snel uitgevoerd), ging het de postpunkers om ideologie: niet de popgeschiedenis, maar literatuur, vormgeving, dada, anarchisme en surrealisme waren de inspiratiebronnen.

Muzikaal gezien kon, mocht en gebeurde ook alles wat je maar verzinnen kon. De uitkomst was niet zelden muziek die, volgens vriend en vijand, je kleine broertje ook zou kunnen maken. Als hij het adagium van do it yourself goed begrepen had, deed hij dat ook. Maar ánders dat het was!

Nooit eerder had een underground-stroming zo nadrukkelijk lak aan de ingesleten wetten van de rock-'n-roll.

Misschien ging het niet eens zozeer om de muziek, maar meer om het heersende gevoel van autonomie en creativiteit. Daarover kun je alleen boeiend en relevant verhalen als je over je eigen ervaringen vertelt en inzichtelijk maakt hoe het voelde om erbij te zijn. Dat heeft De Vries uitstekend begrepen.

Club Risiko laat zich, met enige goede wil, lezen als een aanvulling op de meesterlijke geschiedenis die de Brit Simon Reynolds (1963) vorig jaar publiceerde: Rip It Up And Start Again.

Waar Reynolds aan een vorm van persoonlijke, bevlogen geschiedschrijving deed, en zich beperkte tot Groot-Brittannië (PiL, Joy Division) en Noord-Amerika (Talking Heads, maar ook Pere Ubu), neemt De Vries ons mee op reis om te laten zien dat de wereld groter is dan Engeland en Amerika, en dat de geest ook op andere plaatsen uit de fles was.

Hij neemt ons mee naar Sonic Youth in New York en naar Crass in Londen, maar voert ons ook naar het Sloveense Ljubljana, waar de met elementen van het fascisme flirtende groep Laibach volgens sommigen medeverantwoordelijk was voor de val van het communisme. We gaan naar Berlijn voor bizarre, ontluisterende ontmoetingen met de leden van de Einstürzende Neubauten, en naar Amsterdam, waar The Ex het geweten van de kraakbeweging was. En naar Johannesburg, waar de auteur woont en ooit de groep Koos actief was. Die kennen we hier niet, en dus is in het boek een cd bijgesloten.

De intrigerendste figuur in Club Risiko is echter geen muzikant maar een filmer. De Vries' zoektocht in Parijs naar de depressieve en onvindbare Fransman Leos Carax, die met zijn film Pola X aan de essentie raakte van de vroege jaren tachtig zoals De Vries ze beleefde, geeft het toch al meeslepende boek haast de spanningsboog van een roman.

Dat postpunkgroepen als Gang Of Four, XTC, Devo en Joy Division de muzikale inspiratiebronnen zijn van de huidige generatie alternatieve gitaarbands uit Groot-Brittannië (Franz Ferdinand, Bloc Party, Editors) en de Verenigde Staten (LCD Soundsystem, The Rapture, Radio 4) weten we zo onderhand wel, maa

r Fred de Vries heeft zulke lijnen naar het heden niet nodig. Club Risiko is vitaal genoeg van zichzelf: een persoonlijk verslag van een zoektocht langs steden en mensen, naar de scherven van een cultuur die onvergetelijk was, maar toch werd vergeten.

Sommige postpunkers, bekende en onbekende, gingen aan drugs en depressie ten onder, maar De Vries bezocht overwegend de zeldzame figuren die niet alleen nog actief zijn, maar ook nog altijd worden gerespecteerd. De onsympathieke Blixa Bargeld (Einstürzende Neubauten), maar vooral mannen als Lee Ranaldo (Sonic Youth) en G.W. Sok (The Ex) zijn de veteranen die bewijzen dat ook een postpunkcollectief 25 jaar kan bestaan zonder een parodie op zichzelf te worden.

Club Risiko doet nergens aan valse romantiek, maar het boek ademt subtiel het idealisme en de vrije geest van toen. En waarom niet? Zo somber als we ze ons menen te herinneren waren ze helemaal niet, die jaren van Reagan en Thatcher. Wel, zoals rockschrijver Victor Bockris De Vries vertelt, 'heel, heel hip en heel, heel cool en erg, erg druggy'. Maar somber? Welnee. 'We waren niet somber', schrijft De Vries, 'we deden maar alsof.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden