Drama

Cloaca

Harde afrekening met het haantjesgedrag

Ronald Ockhuysen

Het slotbeeld is veelzeggend. Cloaca, de tweede speelfilm van Willem van de Sande Bakhuyzen, eindigt met een doucheputje. Een gat. Een afvalput. De cloaca, waarin opgekropt vuil samenklontert.

Evenals Familie, de film waarmee Van de Sande Bakhuyzen debuteerde, is Cloaca de filmversie van een toneelstuk van Maria Goos. Opnieuw gaat het om een eigentijds portret. Van veertigers ditmaal, oude studentenvrienden, wier paden zich kruizen op een cruciaal moment: allen zijn halverwege het leven, en staan op het punt de balans op te maken.

Het scenario van Goos biedt een deprimerend zicht op de status quo van de moderne man. Voor vriendschap en aandacht hebben ze geen tijd, hun haantjesgedrag oogt als een dronkemanswals. Wanneer er ontlading wordt gezocht, dan gebeurt dat op de verkeerde manier.

De alleenstaande, homoseksuele ambtenaar heeft zijn woning bekostigd met de opbrengst van schilderijen die hij uit het gemeente-archief meenam; de topadvocaat lijdt, als gevolg van cocaïnegebruik, aan depressies; de toneelregisseur begint een seksueel avontuur met de 18-jarige dochter van zijn vriend Joep, een kamerlid dat zijn carrière belangrijker vindt dan het geluk van zijn vrouw, kinderen en zijn minnares.

Van de Sande Bakhuyzen heeft nadrukkelijk gezocht naar filmische oplossingen voor de grote hoeveelheid tekst die Goos de acteurs in de mond legt. De camera van Guido van Gennep glijdt regelmatig langs de gezichten van de mannen, waardoor het zichtbaar is hoe hun verkrampte glimlach plaatsmaakt voor een onthechte blik.

Die onthechting is ook te zien als de mannen samen bier drinken in een avondwinkel, gerund door een Chinese familie. De opgeklopte gezelligheid van de makkers wordt door de allochtone winkeleigenaren met verbaasde ogen bekeken. In plaats van de Chinezen zijn het de vier Hollandse kerels die niet passen in deze tijd en omgeving.

Het is Van de Sande Bakhuyzen gelukt de toneelversie weg te drukken, al grijpt Goos' vileine gooi- en smijtwerk in het laatste deel toch nog de macht. De finale van de gitzwarte zedenschets wordt daardoor net te theatraal; in plaats van beelden zijn het op dat moment vooral woorden die de informatie leveren.

Toch komt Cloaca behoorlijk aan. De hoofdrolspelers maken, met hun precieze spel, van hun personages een soort kamikazepiloten, die hun ramkoers richting ongeluk niet kunnen stoppen. In hun belevingswereld is er niets over van de idealen die enkele decennia terug de toon bepaalden. Het is ieder voor zich - zelfs als ze samen iets proberen te ondernemen.

Cloaca is de optelsom van de jaren waarin het individualisme hoogtij vierde. Met die jaren rekenen Van de Sande Bakhuyzen en Goos af. Recht voor zijn raap, zelfbewust, zonder ook maar een moment het egoïsme te vergoeilijken.

Eigenlijk is dat laatste beeld, van de doucheput en het vuil, nog het positiefste. De tijd lijkt rijp voor iets nieuws. Nu de drek van het egoïsme is weggespoeld, kan een nieuwe tijd tegemoet worden gegaan. Een tijd waarin vriendschap er nog toedoet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden