Clint Eastwood: tough guy met ziel

Het is zoals gebruikelijk zijn misschien wel allerlaatste rol, die van de gefrustreerde Walt Kowalski in Gran Torino. Als regisseur is Clint Eastwood (78) zeker nog niet klaar.

Grimmiger dan die van Gran Torino zie je filmposters niet vaak. Tegen een inktzwarte achtergrond poseert een man op leeftijd. Mondhoeken naar beneden getrokken, priemende ogen in donderstand en kaken waar je een liniaal langs kunt leggen. Zijn linkerhand houdt grip op een M1 Garand semi-automatisch dienstgeweer, dat nog dateert uit de Korea-oorlog. Welk filmkwaad de man anno 2009 precies zal gaan bevechten blijft nog ongewis, maar wie er aan dacht deze gepensioneerde zomaar te kunnen passeren, doet er verstandig aan eerst diens fysiek in ogenschouw te nemen: platte buik, forse schouders en pezig-gespierde armen, afgetekend onder het strak in de broek gesnoerde T-shirt.

Achter dat alles is het silhouet te zien van de auto uit de filmtitel; een klassieke Ford Gran Torino uit 1972. Op de poster ontbreekt de gebruikelijke kreet die de film in één zin samenbalt, maar dat zou ook dubbelop zijn. Er staat al in grote letters Clint Eastwood boven, en diens imago doet de rest.

Obama-jubelstemming
Wie vorige maand na de Oscaruitreiking meende dat de leden van de Academy exact de vinger op de tijdsgeest wisten te leggen met hun keuze voor het hoopvolle sprookje Slumdog Millionaire, rekende even buiten de Amerikaanse bioscoopbezoekers. Die trekken – wars van de Obama-jubelstemming – evengoed massaal uit voor het veel donkerder getinte Gran Torino, een door de Oscar-commissie genegeerde film over een even misantropische als xenofobische oud-autofabriekswerker uit Detroit – dat deel van Amerika waar de crisis het hardst is aangekomen. De film leverde in Amerika al 140 miljoen dollar op, een record voor een Eastwood-film, en prijkt in het box office-overzicht vooralsnog boven Slumdog Millionaire (118 miljoen).

Eind mei wordt Clint Eastwood 79 jaar. En zoals gebruikelijk wanneer de veelfilmer naast de regie ook de hoofdrol op zich neemt – de laatste keer was bij het met vier Oscars bekroonde Million Dollar Baby uit 2004 – wordt zijn optreden in Gran Torino aangekondigd als de misschien-wel-allerlaatste-rol. Eastwood, die zijn laatste levensjaren liever doorbrengt met regisseren, laat om de zoveel tijd weten dat hij niet meer zo nodig hoeft te acteren, om dan toch weer overstag te gaan omdat ‘het script er om vroeg’.

Dirty Harry
Toen de eerste berichten over Gran Torino in de Amerikaanse media verschenen, inclusief een niet geheel correcte en nogal simpele samenvatting van het script (het hoofdpersonage zou wraak nemen nadat zijn auto is gestolen), ontstond er op internet al een juichstemming onder fans. Zou hun idool nog éénmaal terugkeren als zijn alter ego Dirty Harry? Harry Callahan, de politieagent die in de jaren zeventig op het filmdoek alle wetten aan zijn laars lapte en met zijn .44 Magnum de straten van San Francisco vrijmaakte van ‘punks’. De rol waaraan Eastwood, meer dan aan de spaghettiwesterns, zijn supersterrenstatus dankt, ging eerst nog langs Marlon Brando, Steve McQueen, Frank Sinatra en Paul Newman – maar die bedankten allemaal. Het filmpersonage Harry Callahan bracht zowel links als rechts Amerika in verwarring: want verheerlijkte die politiegeweld, of vertegenwoordigde hij nu juist het anti-establishment?

Eastwood drukte de geruchten over een vervolg op de al vijf films lange Dirty Harry-reeks (de laatste dateert uit 1988) de kop in tijdens het filmfestival van Cannes, waar hij een persconferentie gaf ter promotie van zijn film Changeling. Met zijn karakteristieke, nauwelijks waar te nemen glimlach: ‘Over sommige zaken moet je realistisch zijn. Dirty Harry zou op mijn leeftijd niet meer voor de politie werken.’

Kowalski
Toch is Walt Kowalski, de gepensioneerde hoofdpersoon uit Gran Torino, meer dan slechts een verre neef van de tough guys die de politiethrillers bevolken. Kowalski is een gefrustreerde man die alleen woont met zijn hond, elke dag zijn tuin maait en op zijn veranda een blikje bier leegdrinkt, terwijl hij zich ergert aan de nieuwkomers die zijn verloederde buurt hebben overgenomen. Het soort man dat een Aziatische gang van zijn erf jaagt met een Eastwoodiaanse fluistergrom: ‘Ik schiet een gat in je gezicht en dan ga ik weer naar binnen en slaap ik als een baby in Korea stapelden we fucks zoals jullie vijf voet op, als zandzakken.’

Christopher Frayling, cultureel historicus en auteur van verschillende studies over spaghettiwesterns, Sergio Leone en Eastwood, liet voor de BBC weten dat hij Gran Torino beschouwt als een ‘ondervraging’ van al die eerdere wraakfilms. Als Kowalski kruipt Eastwood nog eenmaal in zijn iconische rol, maar nu om zijn gewelddadige verleden af te schudden. Precies zoals de oer-cowboy John Wayne in zijn allerlaatste film The Shootist uit 1976 een spel speelde met zijn filmimago, als de beruchte scherpschutter die worstelt met terminale prostaatkanker.

Zelf nam Eastwood begin jaren negentig afscheid van de western, door die in Unforgiven van zijn heldendom te ontdoen. In de film, waarmee hij Oscars voor beste regisseur en beste film won, worstelt de cowboy op leeftijd William Munny met al het geschiet en gemoord uit zijn jeugd – geweld heeft hier wél consequenties. Eastwood wilde de film eigenlijk al jaren eerder maken, maar vond zichzelf er nog niet oud genoeg uit zien voor de rol.

Karakteracteur
De filmcarrière van Clinton Eastwood jr., die in 1930 werd geboren in San Francisco en opgroeide tijdens de crisisjaren, is gekoppeld aan de western, maar ontspon zich pas in de nadagen van het genre. Als studioacteur in dienst van Universal speelde hij kleine rollen in enkele B-films en een iets substantiëlere rol als een knappe luitenant in de western-komedie The First Traveling Saleslady (1956). Hij hoopte zich te kunnen ontwikkelen als karakteracteur, maar was met zijn lange gespierde lichaam en gladde jongensgezicht het type held dat in Hollywood maar moeilijk aan de slag kwam. Na enkele jaren ontsloeg de studio hem, naar verluidt mede omdat hij zo monotoon sprak. In Hollywood was de vraag naar westerns vrijwel opgedroogd, maar Eastwood vond emplooi en internationaal succes als cowboy Rowdy Yates in de televisieserie Rawhide.

Het grootste cliché over hem dankt de acteur aan regisseur Sergio Leone, die ooit over hem zei dat hij slechts twee gelaatsuitdrukkingen bezit: met of zonder hoed. De Italiaan Leone haalde hem naar Spanje en bezorgde hem zijn internationale filmdoorbraak als de ‘man zonder naam’ in de klassieke spaghettiwesterns For a Fistful of Dollars (1964), For a Few Dollars More (1965) en The Good, The Bad and The Ugly (1966).

Debat
Of Eastwood nu wel of niet tot de grote acteurs moet worden gerekend, is al jarenlang onderdeel van debat. Dat hij in reikwijdte en gelaagdheid achterblijft bij karakteracteurs als Marlon Brando of Sean Penn lijdt geen twijfel. Zowel fans als criticasters (en Eastwood zelf) zijn het er over eens dat hij op zijn best is wanneer hij zo min mogelijk doet; zijn rollen vallen of staan bij de minuscule wisselingen in mimiek en intonatie. Zo hield de Amerikaanse schrijver en mede-tough guy Norman Mailer ooit een lofzang op de verschrikte blik waarmee de acteur in Play Misty for Me (Eastwoods regiedebuut uit 1971) toont dat hij doorheeft dat het meisje dat hem stalkt een gevaarlijke psychopaat is – ‘hij legt zijn ziel in zijn ogen’.

Acteerlessen waren er nooit. Alles wat Eastwood weet, leerde hij onderweg. ‘Sommige acteurs moeten hun kop tegen een muur rammen om te huilen’, zegt hij in een van de over hem geschreven biografieën, Billion Dollar Man van Douglas Thompson, ‘en anderen denken aan hun puppy die werd overreden toen ze tien jaar waren.’ Maar dat is allemaal niks voor Eastwood. Die denkt gewoon aan de situatie in het script, ‘wat dat dan ook is.’

Hij was zich er al snel van bewust dat hij – als hij een carrièrelang grote rollen wilde spelen – zelf zou moeten gaan regisseren. Al tijdens de serie Rawhide bood hij zich (tevergeefs) aan als regisseur. In 1971 liet men hem bij Warner Bros. voor het eerst zijn gang gaan, onder de voorwaarde dat hij geen vergoeding kreeg voor zijn regiewerk. In zijn visie op de praktische kant van het film maken, waren er invloeden van Don Siegel , die onder meer Dirty Harry (1971) en Escape from Alcatraz (1979) regisseerde. Siegel liet zich nooit vastpinnen op een enkel genre, en gebruikte bij voorkeur zo min mogelijk shots – als het er bij de repetitie al opstond, was het ook prima. Dat viel goed bij Eastwood, die verspilling verafschuwt en erom bekend staat dat hij zijn films altijd op tijd en binnen budget aflevert – een unicum in Hollywood. Tekenend voor het arbeidersethos van Eastwood is een anekdote uit een biografie van Richard Schickel uit 1996. Tijdens opnames van A Perfect World stoorde hoofdrolspeler Kevin Costner zich aan de beroerde timing van een figurant, waarna hij boos van de set liep. Toen hij een poosje later, uitgeraasd, weer terugkeerde, ontdekte hij dat regisseur Eastwood doodleuk was doorgegaan met de opnames, en de hele scène al met Costners stand-in had gefilmd. En toen Costner – die destijds nog een bonafide A-ster was – vervolgens tegensputterde, gromde Eastwood dat hij de volgende keer ook de close-ups met de stand-in zou opnemen. Costner bond snel in.

Erkenning
Als regisseur vond Eastwood de erkenning die hem als acteur niet altijd ten deel valt. Zo nam hij drie weken geleden alvast de erepalm van het festival van Cannes in ontvangst, een prijs die slechts een keer eerder is uitgereikt, aan de Zweedse filmer Ingmar Bergman. Bij de ceremonie in Parijs memoreerde Eastwood hoe de Franse cineasten en critici hem al steunden ‘terwijl het in Amerika nog stil bleef’. Tijdens het festival zelf, in mei, ontbreekt hij, want dan filmt hij in Zuid-Afrika The Human Factor, zijn dertigste productie als regisseur, over de eerste regeringsperiode van Nelson Mandela.

Recent verscheen er ook een overzichtsartikel in het Britse filmblad Sight & Sound waarin zijn oeuvre werd gewogen en de schrijvers – zij het nog wat aarzelend – concludeerden dat ‘het niet onredelijk is om te beargumenteren dat Eastwood onder de huidige Amerikaanse regisseurs de meest voornaamste is’.

Daarmee laat Eastwood op zijn oude dag een hele generatie filmers achter zich die haar bloeiperiode beleefde tijdens de jaren zeventig. Waar filmers als Francis Ford Coppola en Martin Scorsese al jarenlang geen werk meer maken dat zich kan meten met hun vroegere meesterwerken, blijft Eastwood rustig schaven aan zijn oeuvre. Zijn handmerk is de stijl van de klassieke Amerikaanse film; effectief, zonder frivoliteiten, en vond een voorlopig hoogtepunt in films als het moorddrama Mystic River (2003) en de anti-oorlogfilms Flags of Our Fathers en Letters from Iwo Jima. In dit tweeluik uit 2006 vertelt Eastwood de historische verovering van het eilandje Iwo Jima (in 1945) vanuit zowel Amerikaans als Japans perspectief.

In zijn beste films passeren morele dilemma’s zonder dat er pasklare antwoorden worden geboden. Ook zijn in Amerika controversiële film Million Dollar Baby, waarin een bokstrainer zijn verlamde pupil uit haar lijden verlost, zegt hij niet per se als pleidooi voor euthanasie te hebben bedoeld.

Anti-geweldsboodschap
Zo subtiel wordt Gran Torino nooit. Hier ligt de anti-geweldsboodschap er zo dik bovenop, dat de film zelfs ronduit komisch zou zijn als Eastwood de situatie niet gruwelijk liet escaleren. Wanneer Kowalski zich over zijn Aziatische buurjongen ontfermt en die in authentieke vigilante stijl bijstaat in de strijd tegen het ganggeweld, lokt dat slechts een nog hardere tegenreactie uit. En dan staat Kowalski met lege handen. Toch is Gran Torino – zeker voor een Eastwood-film – ook ongekend geestig. Waar op leeftijd geraakte en zichzelf herhalende actie-acteurs als Sylvester Stallone en Harisson Ford in hun recente filmpogingen vooral onbewust komisch waren, buit Eastwood zijn filmerfenis doelbewust en met verve uit. Kowalski mag dan foeteren op al die buitenlanders die de straten bevolken, hij is pas echt teleurgesteld in zijn eigen verweekte en verwende nageslacht, dat hem het liefst in een tehuis zou stoppen.

In Amerika werden verschillende pogingen ondernomen om Gran Torino als maatschappelijk betrokken film toch in de Obama-hoek te duwen. Tot bekend werd dat Eastwood tijdens de afgelopen verkiezingen weer gewoon op de Republikeinse kandidaat heeft gestemd. Niet dat hij veel op heeft met links of rechts: ‘ze geven allemaal te veel geld uit’.

Ook bij de wereldpremière in Los Angeles, afgelopen december, liet hij zich niet verleiden tot een meer diepgravende analyse van zijn (film)rol. Hij was ziekjes, dus hij hield het in de gesprekjes langs de rode loper kort: ‘Het is gewoon fijn om een politiek incorrect personage te kunnen spelen’.

Clint Eastwood als Walt Kowalski. (Warner Brothers)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden