Cleane versie van Lennons jeugd

Nowhere boy..

Bor Beekman

Soms moet een biografische filmer met een loep zoeken naar dat ene, allesverklarende jeugdtrauma in het leven van de te portretteren ster. Zo niet bij John Lennon. Drama zat, en voldoende afwijzing om willekeurig welke (podium)drift te kunnen legitimeren; vader weg, moeder weg, in huis genomen door joviale oom en stijve tante, oom dood, moeder weer terug, moeder doodgereden door dronken politieagent – en dat allemaal voor zijn achttiende levensjaar.

Het is dan ook niet de muziek, maar de moeizame weg naar volwassenheid die de hoofdmoot vormt in Nowhere Boy, het speelfilmdebuut van de Britse kunstenares en regisseur Sam Taylor-Wood. Daartoe hapt ze vijf jaar uit het leven van John Winston Lennon (Liverpool, 1940), beginnend met de dood van diens oom en surrogaatvader George, in 1955, en eindigend met de reis naar Hamburg, waar John geboekt is met zijn dan nog onbekende band.

Het woord Beatles zal in de film lang niet vallen, maar Taylor-Wood en haar scenarist Matt Greenhalgh (van Anton Corbijns Ian Curtis-biopic Control) refereren ondertussen wel veelvuldig en weinig verhuld aan al die legendarische popliedjes die in het verschiet liggen. Dat begint al bij de openingsscène, die wordt ingeluid met het openingsakkoord van A Hard Day’s Night, dat direct verstomt. Even later zien we John – 15 jaar oud – langs Strawberry Field fietsen, of tekent hij een walrus in zijn schrift. En anders is er wel een meisje dat opmerkt: je bent een loser. En dan zie je John denken: onthouden die opmerking, komt misschien nog eens van pas.

Hoofdrolspeler Aaron Johnson lijkt niet heel erg op Lennon, in stem of uiterlijk, maar overtuigt wel als ongericht agressieve en eerzuchtige tiener. Een jongen die zijn scherpe spot botviert op alles en iedereen in zijn omgeving, maar ondertussen zelf uiterst gevoelig is. Opgevoed door tante Mimi (Kirstin Scott Thomas), komt John na de dood van zijn oom weer in contact met zijn moeder Julia (Anne-Marie Duff).

De zussen zijn elkaars tegenpolen. Mimi begrijpt niks van de opstandige John, die zich kleedt als een teddy boy, en zich als jongen uit de lagere middenklasse een plat arbeidersaccent aanmeet. Julia begrijpt alles, danst en drinkt mee, leert haar van school gestuurde zoon banjo spelen en onthult en passant de betekenis van rock ’n’ roll: ‘seks’. John fleurt op, maar wordt op de hielen gezeten door onverwerkt leed, dat weer zal opspelen. Zoveel maakt regisseur Taylor-Wood wel duidelijk, met herhaaldelijk terugkerende mistige flashbacks waarin John als kleuter om zijn ‘mummy’ en ‘daddy’ gilt.

De nadruk waarmee de dramatische beloftes worden uitgezet, en uiteindelijk in een confrontatiescène worden ingelost, maakt Nowhere Boy hier en daar wat soaperig. Vaardig gemaakt, maar ook iets te clean om geheel recht te doen aan het grillige genie en karakter van Lennon, iemand die acteren op zich al ‘a bit silly’ vond, als bezigheid.

Waar recente biografische films als Last Days (over Kurt Cobain) en I’m Not There (Bob Dylan) juist trachten te breken met de verplichte eenduidigheid van het genre, kleurt regisseur Taylor-Wood nergens buiten de lijntjes. Dat valt ook op bij de (redelijk schaarse) muziekscènes. Nowhere Boy werkt keurig enkele beter gedocumenteerde Beatles-in-wording-momenten af; het eerste optreden van Johns skiffle-band The Quarrymen, de ontmoeting met de jonge McCartney (John: wil je een biertje? Paul: doe maar thee). Zelfs de schijn van een nieuw gezichtspunt ontbreekt in het scenario, dat deels gebaseerd werd op de memoires van Lennons jongere halfzus Julia Baird.

Taylor-Wood belde ook nog met McCartney, voor wat details. En weduwe Yoko Ono keurde de film goed, wat het mogelijk maakte om Nowhere Boy te laten eindigen met de stem van Lennon zelf, die Mother zingt, de muzikale oerschreeuw tot zijn vader en moeder, die hem als kind in de steek lieten. Dat klinkt, na de honderd minuten melodrama, aangenaam ongepolijst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden