Claudio Magris

Achter het boek Claudio Magris

Claudio Magris: ‘Schrijven is winst, maar onvermijdelijk ook verlies’

Claudio Magris Beeld Gianfranco Tripodo

Hoe schrijft de schrijver? Edwin Krijgsman sprak Claudio Magris (80), wiens bundel Momentopnamen deze week in Nederlandse vertaling verschijnt, over de invloed van ouder worden op zijn werk.

Aan het eind van ons gesprek staat Claudio Magris erop een fles witte wijn te openen, en ondanks mijn tegenwerpingen (het is pas twaalf uur ’s middags en bovendien heeft de schrijver, die over een paar dagen 80 wordt, me kort daarvoor bekend moe te zijn, erg moe) zitten we even later in de keuken van zijn appartement en schenkt hij twee glazen in. De fles Refosco, een rode wijn uit de Karststreek rond Triëst die ik voor hem heb meegenomen, belooft hij later bij het middageten te zullen openen.

Magris, een van de grootste Italiaanse intellectuelen en schrijver van een omvangrijk oeuvre, woont in een onopvallend appartementencomplex in een hoger gelegen wijk van Triëst, waar je de zee kunt zien en ruiken. ‘Ik ben bezig mijn boeken weer eens te ordenen’, zegt hij als hij me binnenlaat. Hij maakt een gebaar naar de vele overvolle boekenkasten. ‘Maar hoe langer ik ermee bezig ben, hoe groter de chaos wordt.’ Voordat we gaan zitten, wijst hij me op een ingelijste foto van zijn beeldschone eerste vrouw, Marisa Madieri, moeder van zijn twee zonen en schrijfster van een klein oeuvre. Ze overleed in 1996. In 2014 werd er een tuin in de stad naar haar vernoemd.

‘Ik heb een moeilijk jaar achter de rug’, verzucht Magris. ‘Mijn huidige vrouw (Jole Zanetti, die ook schrijfster is, red.) is ernstig ziek geweest en ik heb een dierbare nicht verloren. Ik houd meer van de zee dan van wat dan ook, maar het is me al maanden niet gelukt even mijn hoofd vrij te maken en naar het strand van Barcola te gaan, hier maar een kwartiertje vandaan.’

Op 10 april wordt u 80. Wat doet ouder worden met u?

‘Veel mensen in mijn omgeving zijn doodsbang voor het fysieke verval, de aftakeling. Dat is niet mijn grootste zorg, al heb ik allerlei pijntjes, laat ik tegenwoordig soms zomaar dingen uit mijn handen vallen en breek ik voortdurend iets, een been of een pols. Ik vind het ook jammer dat ik geen lange boswandelingen meer kan maken. En geestelijk wordt het er natuurlijk niet beter op. Ik had een ijzeren geheugen. De eerste boeken die ik als kind las, waren die van Emilio Salgari, de Italiaanse Jules Verne. Daaruit kon ik vroeger hele passages citeren. Nu kost het me moeite al mijn verplichtingen te onthouden, de afspraken, de toezeggingen. Maar héél erg ga ik er niet onder gebukt, het zijn de onvermijdelijkheden van het leven.’

Magris draait zich opnieuw om naar de foto van Marisa in de boekenkast achter hem. ‘Het ergste aan ouder worden is het verlies van dierbaren, het voelt als een amputatie. Ik merk dat ik me door alle duizelingwekkende veranderingen, of ze nu positief of negatief zijn, langzamerhand ontheemd begin te voelen in deze tijd. Ze lijken me van dezelfde heftigheid als de val van het Romeinse Rijk.’ (Later, bij de wijn, haalt Magris zijn mobieltje tevoorschijn, dat uit een ver digitaal verleden stamt, en zegt hij geen computer, sms of WhatsApp te gebruiken; al zijn boeken schrijft hij op de typemachine.) ‘Veel van die veranderingen zijn mij vreemd, ik begrijp ze niet, al probeer ik het wel. Umberto Eco heeft het goed gezegd in Apocalittici e integrati (deels vertaald in De structuur van de slechte smaak), volgens mij zijn beste boek. Hij zegt daarin dat het de kunst is geen apocalittico te worden, een doemdenker die jeremieert over de teloorgang van de oude, vertrouwde wereld, maar ook geen integrato, een passieveling die alles ondergaat en vergoelijkt omdat het nu eenmaal hoort bij de moderne tijd. We lezen vandaag de dag geen Erasmus meer, maar ook belangrijke schrijvers uit het nabije verleden zijn al volkomen vergeten. Alzheimer is tegenwoordig een ziekte van jonge mensen, het is blijkbaar niet erg meer als je niet weet wat de Tweede Wereldoorlog is. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat nieuwsgierigheid geen slechte eigenschap is.’

Wordt het schrijven met het klimmen der jaren belangrijker voor u, omdat u bepaalde projecten nog wilt realiseren, of juist minder belangrijk?

‘Ik zie 80 worden niet als een mijlpaal, ik ervaar het niet anders dan mijn 79ste verjaardag. Met het naderende einde doemen er ook niet allerlei deadlines op van boeken die ik nog moet schrijven. Ik hoop alleen dat ik nu eindelijk wat meer tijd voor mezelf krijg, dat ik me wat meer kan afschermen van de wereld, dat ik af en toe helemaal uit mijn eigen leven kan verdwijnen, net als dat personage van Nathaniel Hawthorne, Wakefield.’

Welke boeken zijn u het dierbaarst: de boeken die u heeft geschreven, of de boeken die u nog wilt schrijven?

‘Een kind dat je ter wereld hebt gebracht, is je natuurlijk dierbaarder dan een kind dat niet ter wereld is gekomen. De boeken die je niet schrijft, zijn als een pad waarvan je het begin hebt gezien, maar dat je niet hebt kunnen bewandelen omdat er iets tussen kwam of omdat je een ander pad koos om de een of andere reden.’

Wat bepaalt welk pad u inslaat, welk boek er komt?

‘Jarenlang slaagde ik er niet in Alla cieca te schrijven (in 2007 vertaald als Blindelings, met een hoofdpersonage dat vele levens lang over de wereldzeeën vaart). Tot ik een keer het Scheepvaartmuseum in Antwerpen bezocht. Ik stond te kijken naar die boegbeelden van vrouwen met opengesperde ogen, die rampen zien naderen waarvan anderen geen weet hebben. Op dat moment viel alles op zijn plaats en had ik de vorm voor mijn verhaal gevonden. Dat boek is om meerdere redenen zeer belangrijk voor me, en als ik het niet had geschreven, was dat ongetwijfeld een groot gemis geweest.

‘Iets dergelijks gebeurde bij Donau. Ik was al vroeg geïnteresseerd in de geschiedenis van het oude Midden-Europa, maar ik had nog helemaal geen concrete ideeën om daarover een boek te schrijven. Op een keer ging ik met vrienden op vakantie naar Slowakije, in de tijd dat Europa nog verdeeld was door het IJzeren Gordijn. We waren in Fischamend, de laatste Oostenrijkse stad voor de Slowaakse grens. Het was op een prachtige septemberdag, de Donau lag te fonkelen in de zon. Opeens zagen we een bordje met daarop: Donaumuseum. Het woord ‘museum’ vond ik hier vreemd, voor zoiets ongrijpbaars als een rivier. Op dat moment kreeg ik het idee iets te schrijven met die rivier als structurerend principe, zonder te weten of het een journalistieke reportage zou worden, of een autobiografische vertelling. Er is blijkbaar een toevalligheid nodig om het latente naar boven te halen.

‘Elk van mijn boeken komt voort uit een sterke, maar aanvankelijk nogal vage interesse voor een onderwerp. Het is moeilijk uit te leggen, maar die interesse lijkt me een bepaalde kant op te duwen. Alsof je een weg volgt die je zelf moet aanleggen: je weet ongeveer de richting, maar verder is de route nog onbekend. Het gevoel dat ik zoekende ben, dat ik als het ware op de tast vooruitga, duurt voort als ik eenmaal bezig ben. Pas op ongeveer eenderde weet ik wat voor boek ik aan het schrijven ben.’

Wie is Claudio Magris?

Claudio Magris is schrijver, filosoof, vertaler en recensent. Hij studeerde germanistiek in Turijn en was hoogleraar moderne Duitse literatuur aan de universiteit van Triëst. In 1986 verscheen zijn bekendste werk, Donau, dat in vele talen werd vertaald. In 1997 won hij met Microcosmi de belangrijke Italiaanse Premio Strega. Magris heeft een indrukwekkende lijst bekroningen en eredoctoraten op zijn naam. Jaren geleden werd hij al genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur. Van 1994 tot 1996 nam hij zitting in de Italiaanse senaat, en met zijn eigen Lista Magris waagde hij zich in de lokale politiek van Triëst. 

Momentopnamen verschijnt half april.

Triëst, dat u in Momentopnamen niet alleen een kruispunt tussen oost en west, maar ook tussen noord en zuid noemt, speelt in uw oeuvre een belangrijke rol. Wat betekent de stad voor u?

‘Toen ik in Turijn studeerde, begon ik uit een soort heimwee alles uit en over Triëst te lezen. Niet alleen de bekende Triëster schrijvers Italo Svevo en Umberto Saba, maar ook Scipio Slataper, Giani Stuparich en vele anderen. En boeken over de Habsburgse monarchie, want om Triëst echt te begrijpen, moest ik eerst de geschiedenis van de stad beter leren kennen. Zo kwam ik op het idee voor Il mito asburgico (niet vertaald in het Nederlands), mijn eerste boek en oorspronkelijk mijn afstudeerscriptie. Triëst maakte lang deel uit van het Habsburgse Rijk en lag op een breukvlak van culturen. De stad is de kiem van mijn oeuvre.’

Momentopnamen, waarvan de Italiaanse editie in 2016 verscheen als Instantanee, is een keuze uit de stukken die Magris schreef voor de Italiaanse krant Corriere della Sera, waarvan hij nog steeds medewerker is. Het eerste dateert uit april 1999, het laatste uit juli 2016. Magris: ‘De aanleiding voor die stukjes was steeds een kleinigheid. Alsof er ineens een mooie vlinder de kamer binnenkomt, of juist een grote, vervaarlijke horzel. Het zijn kiekjes, alledaagse taferelen, op zichzelf onbeduidende gebeurtenissen die me aan het denken hebben gezet. Zoals die keer dat er op het strand van Barcola een vrouw op me afkwam die in het plaatselijke dialect vroeg: ‘Xe Suo ’sto can?’ (Is dat uw hond?), wijzend naar Jackson, mijn griffon bruxellois. Toen ik ja zei, antwoordde ze: ‘Dan moet u Claudio Magris zijn.’ Normaal gesproken word ík door mensen herkend, dit keer herkende iemand me aan mijn hond. Dat gaf me plotseling een andere kijk op identiteit.’

Als het gaat om vertalingen van zijn werk, is Magris niet zo maniakaal als wijlen zijn collega Oriana Fallaci, die zich met zo’n beetje alle edities bemoeide. Wel stelt hij veel prijs op contact met zijn vertalers, ook om mogelijke fouten te voorkomen. ‘In veel landen worden mijn boeken steeds door dezelfde persoon vertaald, zoals in Nederland aanvankelijk door Anton Haakman (Momentopnamen werd, net als Het museum van oorlog, vertaald door Linda Pennings). Ah, il grande Anton Haakman! Als hij me een vraag stelde, wist ik meteen dat hij op het goede spoor zat. Vertalers zijn voor mij van groot belang, en ik weet hoe moeilijk hun werk is (Magris is zelf vertaler, onder andere van werk van Arthur Schnitzler). Ik zie het zo: de Italiaanse edities van mijn boeken heb ík geschreven, de vertalingen ervan heb ik samen met de vertalers geschreven.’

Heeft u nog de energie voor interviews en promotiereizen?

‘Als ik naar Amsterdam moet voor de presentatie van Momentopnamen, doe ik dat met plezier. Ik ben blij met elke vorm van aandacht voor mijn werk. Maar ik kan niet verhullen dat al die buitenlandse reizen, van hotelkamer naar hotelkamer, me inmiddels een beetje benauwen. Mijn energie is beperkt, maar als ik mag spreken over mijn werk, over literatuur in het algemeen, dan ben ik mijn vermoeidheid binnen vijf minuten vergeten. Daarbij draagt elk gesprek een belofte in zich, en vaak gebeurt er iets wat je verrast en bijblijft. Toen ik jaren geleden in China was voor de Chinese vertaling van Microcosmi, stelde een student me een vraag die me nog steeds bezighoudt. Ze wilde weten wat je kwijtraakt in het leven door te schrijven. En dan niet in de zin dat het begin van elke nieuwe tekst ontelbare andere mogelijke teksten uitsluit. Nee, ze wilde weten wat je als mens kwijtraakt door te schrijven. Inmiddels denk ik dat ik het antwoord weet.

‘Om te beginnen verlies je iets van je onschuld, een zekere onbevangenheid. In Momentopnamen voer ik iemand ten tonele die deelneemt aan de jaarvergadering van een eerbiedwaardige academie ten tonele, een eminent jurist die tijdens een voordracht in slaap valt. Dat heeft een weinig flatterend effect op zijn gelaatsuitdrukkingen, alsof hij zichzelf niet meer is. Als ik zoiets beschrijf, vraag ik me af of ik het recht heb dat te doen, ik voel me een spion in iemands leven. Als je iets observeert en al het idee hebt dat je erover wilt schrijven, moet je een zekere afstand nemen, je verwijderen van het leven in plaats van eraan deel te nemen. Dat bedoel ik met je onschuld verliezen.

‘Maar een schrijver verliest meer. De vijf verhalen in het boek dat onlangs in Italië is verschenen, Tempo curvo a Krems, beginnen met iets wat ik zelf heb meegemaakt en waaraan ik levendige herinneringen heb. Het feit dat ik die teksten heb geschreven, dat ik heb nagedacht over bijvoeglijke naamwoorden, dat ik zinnen heb geschrapt en toegevoegd, zorgt ervoor dat iets wat eerst een soort vage maar volmaakte melodie was, nu zwart op wit op papier staat, een tekst met goede en minder goede kanten. Dat veroorzaakt bij mij een dubbel gevoel. Aan de ene kant ben ik blij dat ik die verhalen heb opgeschreven, want als auteur vind ik het uiteraard belangrijk ideeën, gevoelens en gedachten op papier te zetten. Maar iets van de intensiteit van die herinneringen gaat tijdens het schrijfproces verloren. Als literatuur op die manier parasiteert op het leven, win je als schrijver, maar verlies je ook.’

Magris over plaatsen

‘Soms vormen bepaalde plaatsen een eenheid met onze persoonlijkheid, zijn ze een manier waarop we in de wereld staan. Een plaats betekent een landschap, van de natuur of door de mens gebouwd of liever gezegd allebei, het meer en het huisje op de oever in een gedicht van Brecht zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. Een plaats betekent vooral ook mensen, meer of minder vertrouwd of bijna onbekend maar in elk geval getuigen, althans voor een deel, van ons bestaan. Een van zulke plaatsen is voor mij het steenstrand van Barcola, de straat langs de zee aan de rand van Triëst, waar je vrijelijk een duik kunt nemen in water dat meteen diep is. Een plaats die voor mij gelijkstaat aan de zomer, het ware seizoen van het leven – in de romans van Fenimore Cooper las ik tot mijn genoegen dat zijn Mohikanen hun eigen jaren in ‘zomers’ en niet in ‘lentes’ telden.’

(Uit: Momentopnamen)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.