Clark Terry mag de baas spelen op gemoedelijk trompettenfeest

Trumpet Summit met Clark Terry, Benny Bailey, Tom Harrell, Roy Hargrove, Ingrid Jensen en trio Cedar Walton, in het Concertgebouw, Amsterdam....

Wie somber wordt bij het vooruitzicht op de kwalen van de oude dag, kan het best een concert van de jazztrompettist Clark Terry bezoeken. Deze bejaarde flierefluiter wekt al een halve eeuw de suggestie dat hij het leven een aardig geslaagde grap vindt, waar je maar het beste een beetje trompet bij kunt spelen. Zelfs nu zijn sluwe techniek hem in de steek begint te laten, behoudt hij het charmante gemak dat hem vroeger bij Duke Ellington zo goed van pas kwam.

Maandag was Terry in het Amsterdamse Concertgebouw, en natuurlijk werd het weer feest. Voor het slot van het jazzseizoen in de (uitverkochte) Grote Zaal was een heuse Trumpet Summit bedacht, een ouderwets spektakel waarin veteranen hun krachten meten met onbesuisde junioren, en de strijd als het even kan met het mes op tafel wordt beslecht. Maar toen de 77-jarige als laatste met onzekere passen het podium had betreden, werd al snel duidelijk dat was afgesproken dat dit zíjn avond moest worden.

Genoeglijk koutend op zijn barkruk vaderde Terry over zijn collega's: de tegenwoordig in Amsterdam wonende Swing- en bebopveteraan Benny Bailey, de introverte, maar bevlogen Tom Harrell, de 'kleine tijger' Roy Hargrove, en nieuwkomer Ingrid Jensen, die op het laatste moment de aangekondigde Nicholas Payton verving (verhinderd wegens repetities voor de Grammy-uitreiking, luidde de toelichting).

Dat het aanstekelijke New Orleans-geluid van Payton ontbrak was jammer, maar echt schaden deed het niet. Jensens bugel klonk warm en zangerig, en nam initiatief zonder zelfzuchtig te worden. Ze paste helemaal in het programma van deze avond, waarin zonder moeilijkdoenerij de historie van de jazztrompet nog eens werd doorgenomen: van Miles Davis' Walkin' naar Dizzy Gillespie, Louis Armstrong en Charlie Shavers.

Op dit onbaatzuchtig door pianist Cedar Walton begeleide ensemblewerk volgde een reeks solistische nummers, waarin de blazers wat meer de diepte in konden. Hargrove speelde een verrassend pittig I Cover the Waterfront, en Bailey liet de jonge garde nog eens horen hoe expressief een goed geplaatste 'lelijke' noot kan zijn, maar de vreedzame stemming week geen moment.

Jensen legde koesterend haar hand op Baileys knie, die op zijn beurt Harrells trompet even mocht vasthouden en het apparaat aan een bewonderende inspectie onderwierp. We Love You, C.T., lispelde Jensen in de microfoon, voor ze haar boterzachte versie van I Loves You, Porgy inzette. Alleen de aanblik van de griezelig roerloze Harrell was verontrustend: geen gevolg van overmatig druggebruik, zoals hier en daar in de zaal werd gefluisterd, maar een bijwerking van de medicijnen die hem in staat stellen ondanks zijn schizofrenie een carrière in de New-Yorkse jazztop te verwezenlijken.

Terry mocht natuurlijk het huzarenstukje leveren: het alleen met drummer Alvin Queen gespeelde miniatuur Brass & Brushes. Zijn solootje bestond uit niet meer dan wat streepjes, stippels en een enkel sierlijk boogje, maar was onbetwist de vermakelijkste van deze brave trompettistentop.

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden