ColumnWitteman heeft iets gelezen

Ciske de Rat meets Frits van ­Egters; wat is dit voor een onversneden kitsch?

null Beeld
Beeld

Heel soms krijg ik even wat vertrouwen in de mensheid, namelijk bij het zien van zo’n openbaar mini­bibliotheekje, zo’n boekenkastje op straat of elders in de openbare ruimte waar je zomaar mag pakken wat er van je gading is, en kwijt kunt wat je niet meer wilt hebben. Zo gezellig, lief en handig!

‘Ja, maar daar staat toch nooit wat behoorlijks in’, zegt nu menigeen, ‘Pinkeltje ontmoet Wolkewietje waar de laatste pagina aan ontbreekt, of een schelpencatalogus van de Schiermonnikoogse waddenvereniging, of iets van Yvonne Keuls…’

Inderdaad kwam ik laatst in zo’n boekenkastje Het verrotte leven van Floortje Bloem tegen, een van Keuls’ ‘sociale romans’ uit de jaren ’80, over een tienermeisje dat ten onder gaat aan drugs en prostitutie. Je had in die tijd veel van die boeken; Het Duitse Christiane F. Wir Kinder vom Bahnhof Zoo, het Amerikaanse Go Ask Alice (dat iedereen van mijn ­generatie kent als Het onkruid en de bloem, met dat doodenge meisjeshoofd op het omslag, omzwermd door pillen en capsules), ­allebei megabestsellers, net als die knallers van Yvonne Keuls, De moeder van David S. en Floortje Bloem, dus.

Ik was een tiener, dus ik vrat die boeken, die overigens op mij een heel ander effect hadden dan de schrijvers bedoelden: mijn fascinatie voor drugs werd er alleen maar ­groter door. Ik was vooral stikjaloers op Christiane F., die zo benijdenswaardig mager was, met dat bloedmooie, grootogige poppengezichtje, zich lekker niks van haar ouders aantrok en knetterstoned naar de heerlijkste popconcerten ging, van David Bowie nota bene! Nee, die heroïne was helemaal zo’n slecht idee nog niet. Zelf blowde ik heel wat af, maar mager werd ik daar allerminst van, en heroïne wilde maar niet gangbaar worden, op het Stedelijk Gymnasium te Haarlem.

Ook Floortje Bloem was zo’n fijn boek, tenminste in mijn herinnering. Ik sleurde het, zowat vier decennia later, uit dat minibibliotheekje mee en herlas het gretig. Nou, het kán niet op, wat Floortje allemaal overkomt.

Als baby afgestaan door haar moeder, een warm adoptiegezin waarvan de vader plots omkomt en de moeder instort, een nieuw adoptiegezin waar ze misbruikt wordt, liefdeloze kindertehuizen, terugkeer naar haar biologische moeder en stiefvader waar het óók weer misgaat, een verhouding met een pedofiel (die overigens niet als een smeerlap wordt neergezet maar als een tedere kindervriend; dat kón gewoon, in de jaren ’80!) , ­leven op straat, drugs, prostitutie, nare pooiers en pushers, machteloos falende geitenwollensokkenhulpverleners met koddig welzijnswerkersjargon en een knuffelkonijn (van de lieve pedofiel gekregen) als énige ware vriend in alle ­ellende.

‘We zijn neergestort, konijn’, zei ik. (…) We moeten gewoon wachten tot ze ons komen redden. Maar dan moeten ze ons ­natuurlijk wel eerst missen. Nou, wie zal ons missen, konijn? (…) Konijn, ik zal je vertellen, dat is een depressie, dat zei die dokter, weet je nog wel? Hij zei dat het van die peppillen kwam. Dat zal best wezen, maar ik had het al. Want ik ben vroeger iets verloren. En iedere keer dat ik weer iets verlies, dan verlies ik wat ik vroeger verloren ben.’

Ciske de Rat meets Frits van ­Egters. Lieve hemel, wat een onversneden kitsch! Die pompeuze overdaad aan leed, die flat characters, en die tranentrekkende illustraties ook, van dat konijn dat allengs verfomfaaider raakt en ten slotte uit elkaar valt… hoe kón ik dit boek indertijd zo verslonden hebben, en honderdduizenden met mij?

Ik moet gauw maar weer eens Wir Kinder vom Bahnhof Zoo herlezen. Misschien dat ik dan tóch weer een beetje zin krijg in heroïne.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden