Cijfers, kaartjes, diagrammen en leuke feitjes

Een ‘uitgehangen boek’ wordt de Architectuur Biënnale in Venetië in de wandelgangen genoemd. Maquettes van concrete plannen zijn op een hand te tellen....

Een skate-meisje, een immigrante, een verpleegster, een bekende actrice – op grote gekantelde plasmaschermen vertellen ze hun persoonlijke verhaal aan de kijker. Over hoe ze de stad ervaren, hun buurt, het park om de hoek, over de goede kanten en de slechte. Ook architecten, stedenbouwkundigen, opdrachtgevers en ministers (weer alleen vrouwen) komen aan het woord, over hun plannen en ontwerpen – je hoeft maar voor hen te gaan staan of hun stem klinkt in de koptelefoon. Het is de theorie van de stad versus de praktijk.

Het Spaanse paviljoen met het thema Nosotras, las ciudades (‘Wij, de steden’) is exemplarisch voor de tiende editie van de architectuurbiënnale van Venetië waaraan vijftig landen deelnemen: maquettes van concrete plannen zijn er op een hand te tellen. Stond de vorige biënnale met de titel Metamorphosis nog geheel in het teken van een nieuw soort architectuur, van de nieuwe beeldtaal van blobs en vloeiende vormen, dit keer staat de architectuurtentoonstelling op het terrein van de Arsenale (de oude scheepswerven) en de nabijgelegen Giardini misschien wel het minst van alle jaren in het teken van architectuur.

Met het thema ‘Steden’ is het de biënnale van de grote schaal, van de cijfers, de kaartjes, statistieken en diagrammen. Tenslotte, zo wordt in de eerste zaal van de hoofdtentoonstelling gesteld, woont op dit moment de helft van de wereldbevolking in steden, een getal dat in 2050 zal zijn opgelopen tot 75 procent.

‘Deze biënnale is een grote sprong vooruit in de discussie over onze steden’, zei de Britse architect Richard Rogers, die tijdens de opening gisteren de Gouden Leeuw voor zijn gehele oeuvre ontving uit handen van zijn goede vriend Renzo Piano. ‘En het is aan ons en aan de politici om mooie steden te ontwikkelen die goed functioneren.’

Op de hoofdtentoonstelling Cities, Architecture and Society, het werk van de Londense econoom Richard Burdett, worden zestien groeisteden – van Tokio, Mumbai en Johannesburg tot Los Angeles, Berlijn en Sao Paulo – getalsmatig doorgelicht, aangekleed met prachtige luchtopnames, straatbeelden, video’s en stadsgeluiden. Standaardcijfers over veiligheid/criminaliteit, energieverbruik/vervuiling worden gepresenteerd naast leuke feitjes: dat mensen in Sao Paolo bijvoorbeeld gemiddeld vier á vijf uur per dag vast zitten in het verkeer of dat de dichtheid in New York in het spitsuur 30,4 duizend mensen per uur bedraagt. Per stad wordt steeds ingezoomd op de specifieke problematiek die de enorme groei met zich meebrengt. Een tentoonstelling van veel vragen en weinig antwoorden waarmee Burdett de architecten wil uitdagen na te denken over ‘hun rol om de megasteden zo te ontwikkelen dat ze leefbaar worden en blijven’.

In het Nederlandse architectuurkamp, vrijdag bijeen op de opening van het Rietveldpaviljoen, roept de opzet van de biënnale gemengde gevoelens op. Een ‘kaartenbak’ en een ‘laserprintbiënnale’, een ‘uitgehangen boek’ heet het. Toch vindt architecte Francine Houben (Mecanoo) de opzet wel goed. ‘Twee jaar geleden was het veel glamour, veel computermodellen, nu is het perspectief meer verplaatst naar de gewone burger. Het is weer back to basics. Wat is de stad? Dat zijn al die mensen, maar ook bijvoorbeeld de achtergestelde wijken.’

Haar werk – een woningbouwproject in een verpauperde wijk van Sheffield – is dit jaar alleen in het Engelse paviljoen te zien. Het Rietveldpaviljoen toont überhaupt geen recent werk van Hollandse bodem. Maar een historisch overzicht van originele perspectieftekeningen, van Plan Zuid van Berlage tot de schetsen voor de Oostelijke eilanden, IJburg en de Zuidas – een greep uit de collectie van het NAi. ‘We hadden tijdens de vorige biënnale het onderwerp van de metacity al gedaan’, verklaart curator Martien de Vletter. ‘Bovendien was er heel lang geen budget, waardoor we weinig tijd hadden. Nu is het ambacht ons uithangbord. Als de stroom hier uitvalt, komt iedereen naar ons toe.’

In de paviljoens van de meeste andere landen in de Giardini is de link met de stad wel gemaakt. Zo heeft Denemarken, omgeven door steigers en groen bouwdoek, zich op de booming cities in China gestort. Geeft Korea met Catalogue City een inkijkje in haar woningenmarkt die gedomineerd wordt door commerciële loterijen waar je eerst ‘het recht’ moet winnen om een appartement te kopen. En biedt Amerika perspectieven voor New Orleans na Katrina.

Publieksfavoriet met stip is Frankrijk. Hier geen papieren steden, maar een echte gemeenschap, gevormd door de 25 leden van het jonge Parijse kunstenaarscollectief EXYZT. Drie weken bivakkeren ze al in het statige Franse paviljoen, dat zij hebben voorzien van een keuken, een laboratorium/werkplek en superknusse slaaptentjes. Op het dak: een douche, een sauna, een zwembad én een prachtig kraaiennest. Bezoekers staan er steeds voor in de rij. Metavilla-bewoner Gonzague Lacombe: ‘Het is de eerste keer en ik hoop niet de laatste dat een paviljoen bewoond wordt. Maar we houden wel van een feestje. Vanavond komt het Hongaarse paviljoen weer voor ons koken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden