Interview Nigel Hamilton

Churchill lag dwars bij D-Day, zegt de biograaf van Roosevelt

75 jaar geleden, op 6 juni, landden de geallieerden in Normandië. Churchill wordt gezien als de man achter D-Day. Maar volgens Nigel Hamilton, biograaf van Franklin Delano Roosevelt, werkte hij juist tégen.

Beeld Typex

Het verhaal wil dat Winston Churchill de grote strateeg was van Operatie Overlord, de geallieerde armada die op 6 juni 1944 (D-Day) landde op de stranden van Normandië, deze week 75 jaar geleden. In werkelijkheid zette niet Churchill, maar Franklin Delano Roosevelt de invasie in het voorjaar van 1944 door, ondanks de weerstand van de Britse bondgenoot; Churchill lag dwars, vreselijk dwars.

Dat schrijft Nigel Hamilton in het zojuist verschenen derde deel van zijn biografie van Franklin Delano Roosevelt, War and Peace. ‘Ik vind het moeilijk te begrijpen dat historici en biografen het zogenaamde militaire genie van Winston Churchill voor zoete koek hebben geslikt’, zegt Hamilton, op bezoek bij het jaarlijkse congres van de Biographers International Organization in New York. ‘Andrew Roberts beweert in zijn recente biografie van Winston Churchill dat hij nooit de intentie heeft gehad Operatie Overlord uit te stellen. Dat is klinkklare onzin. Churchill wilde niets liever! Hij dacht werkelijk met een cordon sanitaire de Duitsers tot overgave te dwingen, een absurde gedachte. De meeste Duitse steden lagen toen al in puin, maar de wil van het Duitse volk was nog steeds niet gebroken.’

War and Peace is een bij tijd en wijle verbijsterend epos over menselijk onvermogen, stuurse koppigheid en Angelsaksische belangenpolitiek. Het behoud van de koloniën scheen voor de Britten zwaarder te wegen dan de strategische noodzaak om het Kanaal over te steken en een tweede front in het westen te openen. Vandaar hun obsessie met het Middellandse Zeegebied, de poort naar Indië. Roosevelt hield voet bij stuk. De invasie moest de Russen aan het Oostfront een steun in de rug geven, de bevrijding van de bezette gebieden versnellen en de weg vrijmaken naar het industriële hart van het Derde Rijk.

Nigel Hamilton: War and Peace. FDR’s Final Odyssey: D-Day to Yalta, 1943–1945. Houghton Mifflin Harcourt; 592 pagina’s; circa € 17.

Hamiltons betrokkenheid bij het onderwerp is niet alléén maar zakelijk; hij heeft Churchill persoonlijk gekend. Zijn vader sir Denis Hamilton, gerenommeerd hoofdredacteur van de Sunday Times in de jaren zestig en zeventig, landde 75 jaar geleden als jonge luitenant-kolonel op Gold Beach, de codenaam van de westerse geallieerde strijdkrachten voor de kust tussen La Rivière en Longues-sur-Mer. Nigel was toen net vier maanden oud.

‘We gingen elk jaar met vakantie naar Normandië en kampeerden in een grote legertent op het erf van een boer’, zegt de flamboyante zeventiger, biograaf van onder anderen Bill Clinton en John F. Kennedy. ‘Mijn broers en ik speelden op de stranden van Le Havre en in de Duitse bunkers aan de kustlijn. Mijn vader vertelde over de oorlog, maar als 5-jarige begreep ik niet waarover hij het had, kon ik mij geen voorstelling maken van wat hij daar had doorstaan. Ook begreep ik niet waarom we elk jaar weer naar Normandië met vakantie gingen.

‘Als journalist bij de Sunday Times raakte mijn vader bevriend met Bernard Montgomery, zijn bevelhebber tijdens D-Day. Na zijn pensionering van de Navo in 1958 vereenzaamde Montgomery. De vriendschap met mijn vader gaf hem een nieuw doel in zijn leven: mijn opvoeding. Monty maakte vaak de grap dat ik ooit zijn biografie zou schrijven. Ik zei tegen hem: ‘Veldmaarschalk, die dag zal nooit komen.’ Ik had de ambitie fictie te schrijven, poëzie. Maar zijn levensverhaal? Uiteindelijk werd het een driedelige biografie. Kort nadat ik het manuscript van het laatste deel had voltooid, stierf mijn vader.’

In 1964 ‘sleurde’ Montgomery de jonge Hamilton voor een weekend mee naar Chartwell, het landhuis van de Churchills in Westerham. Hamilton: ‘Ik herinner me de présence van Churchill, zijn hypnotiserende uitstraling. Een man die volkomen overtuigd was van zichzelf en oprecht geloofde dat hij het centrum was van het universum. Monty, een pestkop en provocateur, maakte Churchill wijs dat ik een socialist was. Churchill vertrok zijn kwajongensgezicht in een grimas, gromde naar me als een leeuw en sloeg zijn klauwen naar me uit.’

Nigel Hamilton.

Nigel Hamilton (1944), geboren Engelsman, emigreerde in 1988 naar de Verenigde Staten en publiceerde in 1992 het eerste deel van zijn biografie van John F Kennedy. JFK  Reckless Youth werd een New York Times-bestseller, verfilmd als televisieserie en overladen met prijzen. Toch verscheen het tweede deel nooit, als gevolg van heftige tegenwerking van de familie Kennedy. Hamilton heeft een speciale band met Nederland. Zijn vader nam deel aan Operatie Market Garden, vocht eind 1944 bij Nijmegen. Nigel Hamilton promoveerde in 2016 bij het Biografie Instituut op het tweede deel van zijn Rooseveltbiografie. Samen met Hans Renders publiceerde hij vorig jaar The ABC of Modern Biography.

Het bezoek is om nog een andere reden memorabel: ‘Monty deelde me tijdens dat weekend in alle vertrouwelijkheid mee dat Churchill een groot staatsman was, maar als opperbevelhebber van de Britse strijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog vond hij hem een regelrechte ramp. In 1940 wist Churchill met zijn legendarische toespraken het land te motiveren de oorlog voort te zetten. ‘We shall never surrender.’ Het darkest hour was ook zijn finest hour, maar daarna ontpopte hij zich tot een militaire onbenul, die niets begreep van moderne oorlogsvoering. Zijn idee-fixen dreven zijn militaire staf tot wanhoop. Eentje daarvan was de bevrijding van Rome, de Eeuwige Stad. Strategisch gezien van nul en generlei waarde. De landing op de Italiaanse kust bij Anzio in januari 1944 was een Brits initiatief en een militaire catastrofe van de eerste orde. De man die vreesde dat de stranden van Normandië doordrenkt zouden worden met het bloed van Amerikaanse en Britse jongens, offerde de levens van zevenduizend militairen op voor een onzinnige operatie.’

In de avond voor D-Day bracht Churchill een bezoek aan Montgomery in zijn privévertrek, vertelt Hamilton. ‘Hij barstte in tranen uit, zo overtuigd was hij dat de invasie op een fiasco zou uitlopen. Monty siste zijn commander in chief toe dat hij zich moest vermannen. De Duitsers putten moed uit iedere weifeling van het bondgenootschap. Met zijn dwarse opstelling tijdens de Conferentie van Teheran met Roosevelt en Stalin in november 1943 zette Churchill het imago van de onverbrekelijke eenheid van de Grote Drie op het spel. Zolang de Duitsers zich niet onvoorwaardelijk hadden overgegeven, zou die hoe dan ook in stand moeten blijven.’

Met zijn driedelige biografie van president Roosevelt wilde Nigel Hamilton het verloop van de Tweede Wereldoorlog vanuit het perspectief van het Witte Huis bekijken. Tot nu toe is ons beeld van die oorlog vooral door Downing Street 10 ingekleurd. Roosevelt had de pech dat hij te vroeg gestorven is, hem werd niet de tijd van leven gegund zijn memoires te schrijven, zoals Churchill dat na de oorlog wel heeft gedaan.

Hamilton: ‘Niemand in het westen begreep beter dan Roosevelt dat een invasie in Noord-Frankrijk noodzakelijk was om de Duitsers te kunnen verslaan. Alleen met de val van Berlijn kregen de geallieerden hen op de knieën, zo was zijn overtuiging, en Hitler gaf hem daarin volkomen gelijk. Roosevelt maakte de onvoorwaardelijke overgave van de nazi’s tot inzet van de oorlog, om een tweede dolkstootlegende te voorkomen. Tegelijkertijd geloofde hij met de oprichting van de Verenigde Naties een duurzame wereldvrede te bewerkstelligen. ‘Idealistisch realisme’ noem ik dat in mijn boek. Het was Roosevelt die de Britten weer in het gareel kreeg in Teheran. Hoeveel persoonlijke moed was ervoor nodig om generaal George Marshall, de gedoodverfde kandidaat voor het oppercommando van D-Day, te passeren voor een vrij onbekende, relatief jonge generaal in zijn militaire staf: Dwight David Eisenhower? Zijn politieke instinct was zijn feilloze mensenkennis.’

De mentale en fysieke aftakeling in het laatste jaar van Roosevelts leven is hartverscheurend, zegt zijn biograaf. ‘Een paar weken na zijn terugkeer uit Teheran stortte Roosevelt in, alle symptomen wijzen op hartfalen. Zijn broze gezondheid weerhield hem er niet van zich verkiesbaar te stellen voor een vierde termijn, al had hij nauwelijks de energie om campagne te voeren. Diep vanbinnen hoopte hij wellicht de verkiezingen van Tom Dewey te verliezen.’ In zijn buitenhuis in Warm Springs werkte Elizabeth Shoumatoff aan het laatste portret van de president. Hamilton, zichtbaar ontroerd: ‘Shoumatoff kreeg het niet over haar hart dat portret te voltooien. Toen Roosevelt voor haar poseerde, kreeg hij de fatale hersenbloeding waaraan hij nog dezelfde middag zou overlijden. Ook ik heb niet de illusie de definitieve biografie van Roosevelt geschreven te hebben. Definitieve biografieën bestaan niet.’

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Dit is zijn eerste bijdrage voor de Volkskrant. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden