Beschouwing Dior-tentoonstelling in V&A

Christian Dior in het V&A: ruim baan voor dromen en buitenaardse perfectie

Prinses Margaret in wat op een jurk lijkt, maar eigenlijk een rok met een asymmetrisch off-the-shoulder korsetlijfje is. Beeld Cecil Beaton, Victoria & Albert Museum, Londen

De oer-Franse ontwerper Christian Dior was dól op Groot-Brittannië, en dat land op hem. In het Londense V&A Museum is te zien hoe de planeet Dior ruimte biedt aan dromen en buitenaardse perfectie.

Het zal niet in veel modegeschiedenisboeken staan, maar de oer-Franse ontwerper Christian Dior (Granville, 1905) was dól op Groot-Brittannië. Dol op het Britse fatsoen en de architectuur, dol op Engelse rozen. En of dat nog niet dol genoeg was: hij hield zelfs van het Britse eten. De liefde was geheel wederzijds, waardoor Diors jurken op het eiland als warme sandwiches over de toonbank gingen, tot aan het koninklijk paleis aan toe. 

Toen modecurator Oriole Cullen van het Londense Victoria & Albert Museum begin vorig jaar de grote en bejubelde tentoonstelling Christian Dior, couturier du rêve in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs zag, begon er daarom iets te kriebelen: het idee om de tentoonstelling naar Londen te halen. Deze omvangrijke expositie, zo was de gedachte, moest ook voor het Dior-enthousiaste Britse volk te zien zijn. En andersom verdienden Dior-fans het om meer te weten over het Britse hoofdstuk uit Diors korte carrière.

Dat Britse hoofdstuk lag eigenlijk al in ’s mans afkomst besloten. Zijn geboortehuis stond in Bretagne, en elke keer als de jonge Christian over zee naar de einder tuurde, tuurde hij richting het Verenigd Koninkrijk. In 1926 stuurden zijn ouders – kunstmesthandelaar Maurice en zijn vrouw Madeleine, die met Maurices mest haar rozentuin tot grote bloei bracht – hem voor een paar maanden overzees om zijn Engels te perfectioneren. Christian raakte verkikkerd op het land en vooral op de aristocraten; de aristocraten op hun beurt voelden zich senang in zijn kuise, keurige en ultravrouwelijke ontwerpen. Schrijver Nancy Mitford was een van zijn eerste Britse fans met blauw bloed. In 1949 volgde de 18-jarige prinses Margaret, die dat jaar haar eerste bezoekje bracht aan het Parijse atelier van de couturier. In haar hippe kielzog, dat spreekt, volgden talloze Britse debutantes en hun moeders. Dior besloot in 1950 een speciale Britse show te geven en opende in 1952 een filiaal van zijn modehuis in Londen. Vandaar dat er in de depots van een aantal Britse musea aardig wat Dior-creaties zijn opgeslagen, gedragen door rijken en royals.

De jurk die prinses Margaret droeg ter ere van haar 21ste verjaardag. Beeld Adrien Dirand

Waar er normaal twee jaar staan om een tentoonstelling van dit kaliber op te zetten, daar moest Cullen de klus nu in tien maanden klaren. Het was geen simpele knip-en-plakoperatie: de tentoonstelling een op een kopiëren was onmogelijk, omdat een groot deel van de in bruikleen gegeven jurken vanuit Parijs terug moest naar de musea en archieven waar ze vandaan kwamen. Daarbij wilde Cullen een hele zaal wijden aan het Britse hoofdstuk en moest het imposante decor uit de krankzinnig hoge zalen van het Musée des Arts Décoratifs worden aangepast aan de geringere afmetingen van het V&A. Om precies te zijn: aan de nieuwe door Amanda Levete ontworpen ondergrondse Sainsbury Gallery. Kleine waarschuwing vooraf: wie de tentoonstelling gaat bezoeken op een regenachtige dag, doet dat beter niet op hoge hakken of leren zolen. De entree van de Sainsbury Gallery wordt gevormd door een binnenplein, bestraat met elfduizend handgemaakte, spekgladde porseleinen tegels van Koninklijke Tichelaar Makkum. 

Eenmaal binnen, in het 18 meter diepe souterrain, wacht een grootse tentoonstelling die voor wie de grandioze Parijse versie zag, kán ogen als een déjà vu. Maar niets is wat het lijkt: bij nadere inspectie blijkt de Londense versie nieuwer dan gedacht. Nog niet de helft komt overeen met het Franse voorbeeld; 60 procent van de getoonde couture was niet in Parijs te zien.

Cullen heeft, zo vertelt ze daags voor de opening, het mode-archief van het V&A grondig doorgespit, op zoek naar kleding, accessoires en documenten. Ze heeft contact gelegd met andere Britse musea – vooral in het modemuseum in Bath bleken de nodige schatten te vinden. Ze hield nauw contact met de Dior-archieven in Parijs en belde stad en land af op zoek naar particulieren met stukken van of verhalen over Dior. Zo kwam er het nodige boven water, ook van de relatief onbekende lijn CD Models, de ‘betaalbare’ kant-en-klare versie van zijn Parijse couture die Dior vanaf 1952 speciaal voor de Britse markt van Britse stoffen liet maken door lokale kleermakers. CD Models waren te koop voor eenderde van de Parijse prijzen. De salon werd gerund door Laura Ward, de gravin van Dudley, die een verdraaid handig adellijk netwerk had. 

Christian Dior, Bar-jasje (1947). Beeld Laziz Haman

In het Britse zaaltje staan veertien jurken en deux-pièces te schitteren, waaronder enkele CD Models. Er staan ontwerpen als de Nonette en de Daisy, gedragen door prima ballerina Margot Fonteyn en Nancy Mitford, en de bloedrode debutantenjurk van schrijver Emma Tennant. Middelpunt én hoogtepunt is de speciaal voor de expo gerestaureerde couturejurk die prinses Margaret droeg toen ze ter ere van haar 21ste verjaardag werd geportretteerd door Cecil Beaton – het portret hangt er levensgroot naast. Opvallend is wel dat de jurk op de foto stralend wit is, terwijl het origineel in de vitrine gelig van kleur is. Beaton heeft de jurk extra wit gemaakt in de doka, zegt Cullen. De jurk is gewoon geel gepaft door de kettingrokende Margaret, schreef de Britse pers vilein.

Tussen de flamboyante Margaret en de brave Christian klikte het na de eerste jurk uit 1949 wonderwel. Samen organiseerden ze in 1954 zelfs een liefdadigheidsmodeshow in Blenheim Palace in Oxfordshire – geboortehuis van Winston Churchill – om geld in te zamelen voor het Rode Kruis. In oktober 1957 stierf de couturier, amper tien jaar na de oprichting van zijn modehuis, voortijdig aan een hartaanval (of aan een dwarse visgraat, volgens sommigen) en moest er met spoed een opvolger gezocht worden. De keus viel op Diors assistent, de piepjonge zenuwpees Yves Saint Laurent, die in 1958 werd uitgenodigd om een tweede liefdadigheidsmodeshow te geven op Blenheim Palace.

Daarmee was de ontwerper Dior wel dood, maar zijn huis nog springlevend. Het werd zelfs, vindt Cullen, het meest prestigieuze modehuis uit de geschiedenis, omdat geen ander huis zo veel grote en legendarische namen aan het roer heeft gehad. Na Saint Laurent volgden nog de Fransman Marc Bohan, de Italiaan Gianfranco Ferré, de Brit John Galliano (eruit gebonjourd na het bezigen van racistisch dronkemansgelal), de Belg Raf Simons en de huidige én eerste vrouwelijke hoofdontwerper: de Italiaanse Maria Grazia Chiuri. Gevraagd naar de weerslag van de maatschappelijke ontwikkelingen tussen 1947 en nu op de collecties van Dior, zegt Cullen dat die wel degelijk zichtbaar zijn. Bij Dior werden weliswaar geen scandaleuze minirokken, hippiejakken of punklooks vertoond in de jaren zestig, zeventig en tachtig – het bleef mode voor dames uit de betere, bravere kringen – maar onder Marc Bohan ging Dior heus wel mee de swinging sixties in, met kortere rokken en lossere silhouetten. Voor de relatief onbekende en onderschatte Bohan heeft Cullen sowieso veel waardering gekregen bij het samenstellen van de expositie. Hij was een stille kracht, die zeer vaardig was waar het maatwerk betreft, en nooit uit het oog verloor dat niet de jurken maar de klanten het belangrijkst waren. Zijn devies: ‘Houd altijd de vrouw in gedachten.’

Toiles van ontwerpen van Christian Dior: proefuitvoeringen in katoen die dienden om de pasvorm te controleren. Beeld Adrien Dirand

Wat de tentoonstelling ook laat zien: de ontwerpers die ooit onder de naam Dior ontwierpen, hielden stuk voor stuk de oude meester in gedachten: zijn kenmerkende zandlopersilhouet komt bij alle ontwerpers voorbij, broeken zijn er amper, maar Christians geliefde tere bloemdessins des te meer. Soms is alleen aan de schoenen onder de jurk af te lezen of een jurk recent of lang geleden gemaakt is. Over dat kenmerkende zandlopersilhouet, voor wie het niet weet: Christian brak in 1947 door met wat de geschiedenis inging als de New Look, gevormd door een zogeheten getailleerd Bar-jasje en een wijd uitwaaierende rok van meters stof. Enigszins lachwekkend in een tijd dat stof nog steeds op de bon was, en voor sommige vrijgevochten vrouwen voelde het als een stap terug, het keurslijf in – de taille van het Bar-jasje op de expo meet slechts 48,3 centimeter. Totaal in tegenspraak met de feministische leuzen die de huidige hoofdontwerper Chiuri de afgelopen jaren op haar kleding heeft afgebeeld. ‘Maar Dior was geen anti-feminist’, haast Cullen zich te zeggen. ‘Niemand dwong de vrouwen in die tijd om weer strakke jasjes en jurken te dragen, het was hun eigen keuze.’ Bovendien: ook feminist Chiuri heeft een eigen versie van het Bar-jasje gemaakt. 

Prinses Margaret en Christian Dior in Blenheim Palace, 1954. Beeld Getty Images

Zo tikt de expositie hier en daar heel even het leven buiten danssalons en couture-ateliers aan, maar voor echte, rauwe realiteit is er geen plek. De planeet Dior is een idyllische stek waar geen ruimte is voor dissonanten – denk aan de rappe exit van Galliano – maar des te meer voor dromen en buitenaardse perfectie. De zalen zijn wonderschoon ingericht en aangekleed met futuristische ledschermen of hangende tuinen van papieren bloemen, de kleding is uitmuntend gepresenteerd op afwisselend witte Stockmans (de Rolls-Royces onder de etalagepoppen), zwarte of onzichtbare poppen. De grote finale vormt de ballroom, waar rodeloperoutfits staan die de afgelopen zeventig jaar zijn gedragen door coryfeeën als Lady Diana, Julia Roberts, Jennifer Lawrence en Rihanna. Absolute droomjurken, die je uitgebreid kunt blijven bekijken vanaf de banken die erbij staan opgesteld.

De tentoonstellingstitel Designer of Dreams is, kortom, uitstekend gekozen: in deze expositie is mode het perfecte antidotum tegen weltschmerz en daagse muizenissen. Bij de feestelijke opening, waar het een vrolijk va-et-vient was van paradijsvogels en obers met grote flessen champagne, sprak V&A-directeur Tristram Hunt met het volume en de geestdrift van een vakbondsleider: ‘Forget Brexit, enjoy fashion.’

Christian Dior: Designer of Dreams. Victoria & Albert Museum, Londen. Tot 14/7, tickets vanaf 20 pond.

Schoenen

‘Je kunt nooit genoeg zorg besteden aan het uitkiezen van schoenen. Te veel vrouwen denken dat, omdat ze laag bij de grond gedragen worden, schoenen er niet toe doen, maar het is júíst aan haar schoenen af te lezen of een vrouw elegant is of niet.’

Uit: The Little Dictionary of Fashion – A Guide to Dress Sense of Every Woman van Christian Dior, verkrijgbaar in het speciale Dior-winkeltje aan het einde van de expositie (niet te verwarren met de gewone museumwinkel van het V&A).

Geen jurk

De jurk die prinses Margaret op de eerste foto draagt, was eigenlijk geen jurk: hij bestaat uit een losse rok met een asymmetrisch off-the-shoulder korsetlijfje, ­gemaakt van synthetische tule, destijds heel modern en hoogst ongebruikelijk voor een royal. Toen ze de jurk zag, grapte Margaret dat de decoraties haar aan aardappelschillen deden denken. Voor de tentoon­stelling in het V&A werd de jurk minutieus gerestaureerd in het Museum of ­London. Margaret droeg de jurk met lange witte handschoenen in 1951 naar het Bal du Cercle Interallié in het Hertford ­British Hospital in Parijs, in gezelschap van Sir Oliver Harvey.

Duurzame mode in het hart van koopjesland
Klaar met fast fashion? Ga dan eens langs bij Fashion for Good. Daar leer je hoe je jouw garderobe kunt verduurzamen. V-vlogger Lisa is fan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.