Review

Chris Ware heeft een monster gebaard - een monumentaal stripboek van 4 kilo

Boek (non-fictie) - Monograph van Chris Ware

In een monumentaal boek blikt de Amerikaanse stripmaker Chris Ware terug op dertig jaar kunstenaarschap. Niemand in zijn branche is zo origineel en invloedrijk.

Chris Ware heeft een monster gebaard. De Amerikaanse stripmaker, die als geen ander een air van bescheidenheid cultiveert, brengt een monumentaal boek op de markt dat 4 kilo weegt en 60 centimeter hoog is. Het heet Monograph en blikt terug op Ware's kunstenaarschap in de afgelopen dertig jaar. Geen spoor van bescheidenheid dus.

Gelijk heeft hij, want niemand is zo origineel als Ware en zo invloedrijk binnen zijn branche. Hij ontwierp tientallen covers voor The New Yorker en publiceerde langlopende stripverhalen in New York Times Magazine en The Guardian.

Monograph
Non-fictie
****
Chris Ware
Met een inleiding van Art Spiegelman en Françoise Mouly.
Rizzoli International Publications; 59,90 euro

Eind jaren tachtig werd hij opgemerkt door Art 'Maus' Spiegelman, die hem uitnodigde bijdragen te leveren aan zijn baanbrekende tijdschrift RAW. In rap tempo vestigde Ware vervolgens zijn faam, met het in losse afleveringen verschenen meesterwerk Jimmy Corrigan - The Smartest Kid on Earth. Hierin etaleerde hij al meteen een paar van zijn handelsmerken: de minderwaardigheidscomplexen van zijn personages, het heen en weer springen in tijd en ruimte, geraffineerde typografie en een speelse omgang met de formats waarin zijn verhalen verschijnen. Een terugkerend figuur daarin is de karikatuur van de auteur zelf: hoog voorhoofd, dun mondje, bril met stalen montuur.

Verwacht van Ware geen standaardstrips. Zijn vorige opus was Building Stories, een doos met veertien boeken en boekjes die samen een universum vormen, met een manke bloemenverkoopster als centrale figuur. In welke volgorde je een en ander moet lezen wordt er niet bij verteld, in deze postmoderne roman mag je dwalen waar je wilt.

Vanwege de complexiteit van zijn werk vergelijken Amerikanen Ware graag met James Joyce, maar vanwege de narratieve kronkels is Italo Calvino misschien raker.

In Monograph is een spread opgenomen met Ware's naaktstudies, waar hij laat zien dat hij het menselijk lichaam heel academisch en klassiek kan neerzetten. Een groter contrast met zijn strips is moeilijk denkbaar, want hierin stappen simplistische figuurtjes door verhalen die als een precisie-uurwerk zijn geconstrueerd. Opzienbarend in Monograph zijn ook de vele schaalmodellen van huizen die Ware door de jaren blijkt te hebben gebouwd. Deels om het knutselplezier, maar ook vanwege het nut dat deze maquettes hebben voor het construeren van zijn strips, waarin je dwars door de muren van getekende kamers naar andere tijden en andere personages kunt kijken.

Ware (1967) is geboren in Omaha, Nebraska, studeerde in Austin, Texas en woont in Chicago. Om die reden noemt hij zichzelf een 'midwestern cartoonist' die zich verre houdt van de metropolen aan de oost- en westkust.

Wat Ware gemeen heeft met die andere kampioen van de Amerikaanse stripkunst, Robert Crumb, is nostalgie naar vooroorlogse tijden en een afkeer van het moderne leven: het is geen toeval dat ze allebei banjo spelen. Ze hebben ook een zekere zelfhaat gemeen.

In het oeuvre van Ware is een speciale rol weggelegd voor de kleine lettertjes die ironisch commentaar leveren op de auteur. Achter in Monograph staat: 'Mijn dank (en verontschuldigingen) gaan uit naar jou, wie je ook bent, dat je tijd en geld hebt willen steken in het bovenmaatse kunstboek van een emotioneel beschadigde striptekenaar uit de Midwest.'