Chris Peters is even springerig als lethargisch, jong en oud tegelijk

Dit is hét acteertalent van 2018

Wat Chris Peters vooral een intrigerende acteur maakt, zijn de tegenstellingen die hij in zijn verschijning verenigt. In zijn Tonio en Tebaldo vindt hij lichtheid in de zwaarte.

Foto Valentina Vos

Daar was hij opeens, uit het niets. Net van de toneelschool, 22 jaar en pardoes de spil van de belangrijkste Nederlandse film van de laatste jaren. Een mythische literaire figuur ook, hoofdpersoon van de 'requiemroman' Tonio van Adri van der Heijden. Tonio van der Heijden, de verongelukte zoon van de schrijver, werd opnieuw tot leven gewekt in de kunst - eerst in het boek, toen in de film. En ergens onderweg heeft hij het gezicht van Chris Peters gekregen.

Een mooi gezicht is het, waar al een zweem van tragiek vanaf te lezen valt. Maar dat is 'Hineininterpretierung'. Want Peters spéélt het, natuurlijk, en dat doet hij voortreffelijk: met die ietwat vermoeide ogen in het ronde kindergezicht. Een blik waaruit heus wel hoop spreekt: de droom van een glansrijke toekomst, als fotograaf, als filmmaker. Maar in diezelfde blik ook iets wat hem weerhoudt, de teleurstelling ergens al ingecalculeerd. Een voorzichtige, berustende glimlach. Gelatenheid, de suggestie van gemis. Op de foto als Oscar Wilde, gedoemd genie.

Dankzij zijn rol als Tonio in de gelijknamige film uit 2016 belandde Chris Peters vorig jaar al op nummer 3 van de acteertalenten op deze lijst. Dit jaar, na seizoen vijf van Penoza en met een nieuwe grote filmrol en een mooi toneelstuk in aantocht, stoot hij door naar de eerste plaats.

Adri van der Heijden vertelde in Het Parool hoe zijn vrouw Mirjam Rotenstreich op de set van Tonio bijna was flauwgevallen door de uiterlijke gelijkenis van Peters met hun gestorven zoon. Van der Heijden zelf werd getroffen door de manier waarop de acteur in de film op de fiets zit - dat onschuldige beeld bij voorbaat omineus: wankel, dromerig, in zichzelf gekeerd. 'Helemaal Tonio', aldus van der Heijden, 'tot de motoriek aan toe.'

Acteursintuïtie, noemen ze dat. Het is Peters' talent - zijn grondige research, zijn inlevingsvermogen, zijn verbeelding - waardoor het lijkt of hij samenvalt met Tonio.

Hoe het verder ging met Nora El Koussour (23)

'Mijn Gouden Kalf voor beste actrice is natuurlijk een van de pieken van afgelopen jaar en het is heel tof dat Layla M. voor de Oscars is ingestuurd. Op de opleiding in Maastricht, waar ik in het tweede jaar zit, kon ik door alle heisa ineens dichtklappen. Had ik het gevoel dat ik iets moest bewijzen, dat ik over alles wat ik zei goed moest nadenken. Nu heb ik daar geen last meer van. Ik schrijf nu met een studiegenoot een voorstelling over de gedateerde opvattingen over de positie van de vrouw op kunstacademies.'

Lees hier ons interview met Nora uit 2017.

Gijs Beukers

Maar wat Peters vooral een intrigerende acteur maakt, en spannend om naar te kijken, zijn de contrasten die hij in zijn verschijning verenigt. Zonder contrast geen drama en Peters heeft het contrast al in zijn gezicht, in zijn fysiek en zijn gestiek. Adri van der Heijden verwoordde het als 'licht spottende verlegenheid' en 'bedeesde overmoed'. Onmogelijke tegenstellingen. Hij heeft iets ongebreideld romantisch - de bleke teint, het vlassige snorretje, type 19de-eeuwse 'poète maudit' - en is tegelijk ook echt een twintiger van nu. Hij is even springerig als lethargisch, jong en oud tegelijk.

In zijn eerste toneelrol na school, in Buut, de naderende dood! van Jan Hulst en Kasper Tarenskeen muntte hij eveneens die tegenstellingen uit. In die voorstelling speelt hij de Joodse Chaim, prototype van de grootstedelijke millennial: ongebonden en ongrijpbaar, hoppend van hippe bar naar concept store; een en al verveling. Weer heeft Peters hier dat inerte, hangerige, dat nu eenmaal in zijn lijf zit. Tegelijk hunkert Chaim naar het hogere en droomt ervan deel uit te maken van zijn Joodse familie in Jeruzalem. Als hij daarover praat, krijgt zijn gezicht een utopische glans.

Peters omslagfoto op Facebook is een beeld uit diezelfde voorstelling: Chaim met ontbloot bovenlijf, weelderig opgesierd met tattoos, maar met een pront rood keppeltje op zijn achterhoofd. Een mooie, verwarrende mengeling van uiterlijke oppervlakkigheid en een diepe behoefte aan zingeving.

Op dit moment repeteert hij bij Toneelgroep Oostpool de rol van Tebaldo (Tybalt) in een nieuwe, frisse bewerking van Shakespeares Romeo en Julia in regie van Marcus Azzini. Azzini noemt Peters liefdevol 'one of a kind'.

De regisseur roemt zijn speelse, onderzoekende instelling in het repetitielokaal: hoe hij steeds de grenzen opzoekt en voortdurend iets nieuws uitprobeert. Maar, zegt hij, dat is nooit alleen vanuit de vorm. 'Chris houdt altijd de inhoud in de gaten. De drijfveren van zijn personage, het motief. Hij werkt van binnen naar buiten, nooit andersom.'

Hij is autonoom, fantasierijk en als acteur heel vrij, aldus Azzini. Tegelijk 'kleeft er leed aan hem'. Die dubbelheid zie je terug in zijn vertolking van Tebaldo, in deze versie een complexe, getroebleerde jongen met een trauma. 'Onze Tebaldo is niet zomaar redeloos kwaad. Hij heeft vrienden verloren en veel pijn gehad. Hij hunkert naar erkenning en wil graag gezien worden.'

Het is een tragische rol, maar Peters weet er luchtigheid in te brengen, zegt Azzini. 'Dankzij de vrijheid die hij heeft in het spelen en zijn humor. Hij is geestig op een vanzelfsprekende, onnadrukkelijke manier. Daardoor weet hij lichtheid te vinden in de zwaarte.'

Die humoristische kant kwam eerder al naar voren in zijn optreden in de videoclip bij Drank en drugs van Sam de Jong, waarin hij eerst een grasveld droogneukt, daarna een parkeerautomaat, een rood bestelbusje, een verkeersbord en een vuilniszak. Knettergek is hij daar. Knetterstoned, is de suggestie. En met zijn bleke, ongezonde teint en vettige haar oogt hij onverzorgd en verloren.

Komend jaar staat er voor Peters weer een grote filmrol op stapel: in Niemand in de stad, de verfilming van de roman van Philip Huff door regisseur Michiel van Erp. Daarin speelt hij de rol van Jacob van Wijnbergen, vriend van hoofdpersoon Philip en opnieuw zo'n raadselachtige, fascinerende figuur.

Coach, mentor, voorbeeld voor Philip is hij. Een warmbloedige, hartroerende intellectueel. Maar ook een klaploper, uitvreter en leugenaar. Een tweeslachtigheid waarmee Peters vermoedelijk opnieuw goed uit de voeten kan. Net als Tonio en Tebaldo komt Jacob te jong tragisch aan zijn eind. En in de vertolking van Peters is dat zowaar iets om je op te verheugen.

'Ja', zegt Marcus Azzini, 'dit wordt een heel grote.'


Bilal Wahib (18)

Zo jong en dan al zo'n indrukwekkend cv. Maar Bilal Wahib begon ook al op zijn 11de.

Hij is pas 18 en zit in het eerste jaar van de Toneelschool in Amsterdam. Niettemin heeft Bilal Wahib al een indrukwekkende lijst films en series op zijn cv, zoals A'dam-E.V.A., Broeders, Fissa, en Layla M. Vooral in die laatste maakte Wahib indruk als het broertje van de radicaliserende Layla. Als kind wilde hij al acteren. In een interview in de Volkskrant zei hij: 'Zodra ik een camera zag, stond ik ervoor.'

Op zijn 11de deed hij al mee aan programma's als Karaoke Kids en Puberruil. Een figurantenrol in Spangas op zijn 12de smaakte naar meer. Voor de camera staan geeft hem een enorme kick, zegt hij. 'Huiveringwekkend authentiek', was Wahib volgens de Groene Amsterdammer in tv-film Malik, waarin hij subtiel toonde hoe onder de haat van een ontsporende tiener een verlangen naar erkenning en liefde schuilt.

Komend jaar volgt voor Wahib een nieuwe grote publieksfilm: Taal is zeg maar echt mijn ding.

Foto Robin De Puy

Vanja Rukavina (28)

Gevlucht uit Serajavo en nu een van de grootste talenten van zijn generatie.

Toegewijd en gedisciplineerd, dat is Vanja Rukavina. En een van de grootste talenten van zijn generatie. Meteen na de Toneelacademie Maastricht, waar hij in 2011 afstudeerde, werd hij gescout door Toneelgroep Amsterdam. Bij dat gezelschap speelde hij al snel mooie, opvallende rollen, in onder meer In Ongenade, Kinderen van de zon, Opening Night, De pelikaan en De stille kracht.

Samen met drie vrienden maakte Rukavina in 2014 de bejubelde voorstelling Nobody Home, waarin ook zijn achtergrond een rol speelde: Rukavina is geboren in Sarajevo en kwam als vluchteling naar Nederland.

Rukavina is een bij uitstek technische speler met een vlekkeloze tekstbehandeling en een grote, broeierige intensiteit onder zijn onbewogen uiterlijk. Die combinatie past hij op dit moment zeer overtuigend toe in de rol van Damir Ahmedovic in The Nation bij Het Nationale Theater. Daarin schakelt hij virtuoos tussen hoogbegaafde knuffelmoslim en verongelijkte salafist en zet de toeschouwer steeds weer op het verkeerde been.

Foto Irene O'callaghan
Meer over