Chocoladesculpturen bieden uitweg voor Congolese plantagearbeiders

In Congo, op een voormalige Unilever-plantage, begeleidt kunstenaar Renzo Martens bewoners bij de vervaardiging van chocoladesculpturen. En nu opent hij er zelfs een museum. Feestje?

De White Cube in Lusanga. Beeld Léonard Pongo

Dit is de weg waarover alles moet komen en gaan: 40 kilometer zand, modder, kuilen, weggeslagen stukken, haarspeldbochten. In de berm sjouwen mannen fietsen vooruit, beladen met zakken pinda's en palmolienoten. Als het heeft geregend, zakken de banden weg in de modder. Wie een brommer heeft, is koning.

We zijn op weg van Kikwit naar Lusanga, in het binnenland van Congo. Chauffeur Donan neemt elke bocht met doodsverachting en een brede lach. 'Dieu est le seul protecteur de ce véhicule', staat op de sticker in zijn cabine: de enige die dit voertuig beschermt is de Heer.

Als de laatste kilometer te voet en zwetend is volbracht, treffen we een mirakel aan: een openluchtcongrescentrum van twee verdiepingen aan de rivier, een kunstenaarswerkplaats onder een rieten dak, een kwekerij en een plantage en een minimuseum in aanbouw. De gastheer en bedenker staat te wachten: de Nederlandse kunstenaar Renzo Martens (43), gekleed in een, in deze omgeving van zweet en rood stof, onwaarschijnlijk wit, gestreken overhemd.

Welkom in kamp Kingangu, waar onder leiding van Martens voormalige plantagearbeiders worden omgeschoold tot kunstenaar.

Renzo Martens (met hoed). Beeld Léonard Pongo

De wereld veranderen

Het is een nogal opmerkelijke locatie voor dit ambitieuze en langlopende kunstproject, dit dorpje van zo'n twintig hutten. De kinderen - vijf, acht, tien per gezin - lopen elke dag 5 kilometer naar school. Er heeft altijd wel iemand malaria. Sinds kort is er 's avonds twee uur elektriciteit, dankzij een generator. Daarna nemen de krekels en de knagende termieten de stilte weer over.

En juist hier opent de White Cube, een museum dat voorlopig nog geen dak heeft, laat staan airconditioning, maar wel vier spierwitte muren. In totaal 120 vierkante meter, ontworpen door David Gianotten van het Nederlandse architectenbureau OMA, van Rem Koolhaas.

Martens werkt hier sinds 2014. De kunstenaar, afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie, werd in 2008 bekend met de controversiële documentaire Episode III - Enjoy Poverty. 'Ik wilde de wereld veranderen', zegt hij. In de film reist hij door het door oorlog verscheurde Congo en zet hij de bevolking aan hun eigen armoede te gelde te maken, bijvoorbeeld door, zoals westerse persfotografen, de ellende te fotograferen. Zonder resultaat overigens, geen persbureau wilde de Congolese kiekjes van zieke kinderen en verkrachte vrouwen kopen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Dansende kinderen bij de opening van de White Cube. Beeld Léonard Pongo

Hij oogstte succes met zijn film, maar geen Congolees profiteerde. Martens ging terug met een nieuw plan: hij zou plantagearbeiders opleiden tot kunstenaar en die de mondiale kunstwereld inloodsen. Beter nog, hij zou die kunstwereld naar Congo halen. Want hij wil de wereld veranderen, maar hij is geen ontwikkelingswerker; zijn gereedschap is de kunst.

Terwijl we schuilen voor een plotselinge hoosbui zet Martens uiteen wat plantages en kunst volgens hem met elkaar te maken hebben. Zoals hij het uitlegt: de westerse rijkdom wordt nog steeds verkregen door de handel in grondstoffen van elders - olie, diamanten, cacao, koffie, goud. Grondstoffen die overal ter wereld ten koste van anderen worden gewonnen.

Ook de culturele wereld werkt op die manier, zegt Martens. Denk aan de etnografische musea, waar niet altijd op integere wijze verkregen rijkdommen uit de niet-westerse wereld te zien zijn. Maar Martens noemt ook het Eindhovense Van Abbemuseum, een museum voor hedendaagse kunst met een geëngageerde koers, maar wél ooit gefinancierd door de tabaksindustrie. Zo draagt de ellende van anderen bij aan cultuur en economische groei in plaatsen als New York, Berlijn, Amsterdam.

Artistieke plantagearbeiders

Hier in Congo stichtten de gebroeders Lever ooit palmolieimperium Unilever. Lusanga heettte toen Leverville. Vraag het elke bewoner: generaties lang werkten ze zich halfdood - of echt dood - op de plantage of in de fabriek. 'Maar Unilever is één van de grootste sponsors van hedendaagse musea', zegt Martens. Hij wil de situatie omdraaien: de geldstroom de andere kant op laten vloeien.

Dus besloot hij plantagearbeiders om te scholen. Plantagearbeiders met artistieke mogelijkheden, verzameld in het collectief CATPC (Cercle d'Art Travailleurs de Plantation Congolaise; zie kader) maken nu kunst, voornamelijk sculpturen. Die worden door middel van 3D-techniek ingescand en in België, de voormalige kolonisator, afgegoten in hoogwaardige, niet-smeltende chocolade die weer is gemaakt van cacaobonen van Afrikaanse plantages. De werken zijn al tentoongesteld in Berlijn, Londen, Amsterdam en New York, en brengen veel geld op.

Sinds vorig jaar verdienen niet alleen de makers aan de chocoladesculpturen, maar worden van de opbrengsten ook de kwekerij en de plantage gefinancierd. Heel kamp Kingangu profiteert er dus van. En nu opent ook nog de White Cube, een witte, neutrale museale ruimte.

Martens' projecten zijn bepaald niet onomstreden. Sinds zijn film Episode III - Enjoy Poverty wordt hem neokoloniaal gedrag verweten. Hij wordt laatdunkend een 'blanc-sauveur' genoemd, een witte redder met een Jezuscomplex. Martens zelf is de laatste om dat te ontkrachten.

In een reportage van het VPRO-programma Tegenlicht stapt hij door kamp Kingangu en zegt dat plantagearbeiders zó tot kunstenaar zijn om te scholen. Je geeft ze klei, 'zo moeilijk is dat allemaal niet'. 'Ik ben, als witte kunstenaar van 40-plus, onderdeel van het probleem', zal hij tijdens deze dagen vaak zeggen.

Hij doet denken aan Fitzcarraldo, de hoofdpersoon uit de gelijknamige film (1982) van de Duitse filmmaker Werner Herzog. Fitzcaraldo, gespeeld door een waanzinnig ogende Klaus Kinski in vuil-wit tropenkostuum, wil een opera bouwen in de Zuid-Amerikaanse jungle. Het museum hier is al net zo vreemd, in een oord waar je alleen met grote moeite kunt komen, waar je plast en poept boven een gat in de grond. In Congo, 'leerschool voor het karakter, maar ook een kerkhof voor illusies', zoals David Van Reybrouck schreef in zijn monumentale boek Congo.

Aankomst van de sculpturen. Beeld Léonard Pongo

'Witte redder'

Een week eerder staat in de drukkend hete hal van de kunstacademie in de hoofdstad Kinshasa een student een sculptuur af te werken met een zwarte pasta. Directeur Henri Kalama Akulez ontvangt in zijn koele kantoor. Hij is kritisch over Martens' project. Hij somt op: 'Het is koloniaal, neerbuigend, ongepast. De witte redder Renzo Martens komt ons helpen. Ik heb er grote problemen mee.'

Hij ziet dat Martens wel iets voor elkaar krijgt. Eén van de kunstenaars, Matthieu Kasiama, is naar New York geweest, bijvoorbeeld. Maar hij vraagt zich toch af of al dat geld niet beter besteed kan worden. Kalama windt zich vooral op over de lezingen die gegeven gaan worden tijdens de openingsdagen van het project, door duur ingevlogen gasten. 'Ze gaan reflecteren op de kunstwereld, maar voor wie? Zou die kennis niet gewoon in Congo gezocht kunnen worden? De vraag moet zijn: hoe helpen wij onszélf in dit land.'

Ook in Lusanga, voorheen Leverville, weet iedereen dat er iets gaande is, daar bij monsieur Renzo. Lusanga is een spookstad; na het faillissement van de Plantation Lever Zaïre, de opvolger van Unilever als uitbater van de palmoliefabriek, verviel de fabriek tot een ruïne en verdwenen stroom en elektriciteit. Hoofdarts Édouard van het plaatselijke ziekenhuis (geen water, geen elektriciteit) heeft grote waardering voor Martens: 'Hij is een microbe, in de goede zin. Hij steekt mensen aan, dat gaat niet meer weg.'

Ook Soeur Suzanne, hoofd van de plaatselijke Congregatie van Armen, heeft haar scepsis laten varen. 'Hulp van buiten maakt je tot een bedelaar, maar ik zie dat Martens het anders aanpakt en bijdraagt aan de intellectuele ontwikkeling. Mijn hoop is dat er een school komt in die White Cube.'

Abt Gabriël Kwolo doceert over de ingewikkelde eigendomsrechten van het land en hoe Martens' organisatie aanvankelijk de tribale chef voor het hoofd stootte.

Marktmeesters Bamba-banga en Paulin willen eerst wat kwijt over 'de witten', de plantage-eigenaren uit het verleden. 'Les blancs ont tout pris', ze hebben alles genomen. 'En kijk nu naar ons. Er zijn geen kopers voor onze producten. Het enige wat wij willen van zo'n project is werkgelegenheid.'

Tekst gaat verder onder de foto.

De kunstenaars pakken het beeld uit van Djonga Bismar en Jérémie Mabiala, Le Bailleur de fonds. Beeld Léonard Pongo

Kamp Kingangu heeft inmiddels voor de drie dagen durende openingsmanifestatie een metamorfose ondergaan. Er zijn curatoren gearriveerd, professoren, de burgemeester, stamhoofd Lunguangu N'dikitana en zijn gevolg van danseressen, lage en hogere ambtenaren uit Kikwit die zich per jeep verplaatsen. Bij de congreshal is een zwerm knalrode plastic stoelen en tafels neergezet, met dank aan een biersponsor. De keuken kookt op houtvuren, de generator bromt continu. De filmploeg die de openingsmanifestatie vastlegt, oefent met een drone, tot opwinding van de aanwezige kinderen.

De aankomst van de chocoladebeelden uit New York is een plechtig moment. De kunstenaars van CATPC hebben deze afgietsels van hun werk nog nooit in het echt gezien. De kisten worden verwelkomd met palmbladerengezwaai, gezamenlijk de heuvel op gedragen en opengeschroefd met de enige in het dorp aanwezige schroevendraaier. Als het spierwitte vulmateriaal uit de kist stroomt en de beelden langzaam opduiken als uit een sneeuwstorm, wordt ze een welkom toegezongen. Kunstenaar Thomas Leba zit op de grond met het chocoladehoofd van zijn grootmoeder, dat straks op haar chocoladelichaam gemonteerd gaat worden, en laat zich gelukzalig fotograferen.

Martens' kunstenaars hebben besloten de White Cube tijdens de openingsmanifestatie vrijwel leeg te laten - er staat slechts één beeld in. Ernaast hebben ze een stelsel van traditionele, bamboe heiligdommen neergezet, met daarin een tentoonstelling van eigen werken en geautoriseerde afdrukken van grote namen als de Vlaamse Luc Tuymans en de Zuid-Afrikaanse Marlene Dumas.

Tekst gaat verder onder de foto.

Le Bailleur de fonds. Beeld Léonard Pongo

Kapitaal

Het beeld Le Bailleur de fonds ('de geldschieter', in het Engels heet het beeld The Art Collector) uit 2015 van Djongo Bismar en Jérémie Mabiala heeft zich tot beeldmerk van project In Lusanga ontwikkeld. Het staat als enige beeld, symbool voor kapitaal, in de White Cube.

Renzo Martens (in zwart pak), de burgemeester (in overhemd) en kunstenaars proosten op de White Cube. Beeld Léonard Pongo

Overdag zijn er lezingen die zo op Documenta of een andere grote kunstmanifestatie hadden kunnen plaatsvinden. Een van de sprekers is Suhail Malik van de prestigieuze kunstopleiding Goldsmiths MFA in Londen. Pas daarna neemt Martens het woord. Hij houdt een toespraak waarin hij vooruitblikt op de komende jaren. 'U kunt op mij blijven rekenen.'

's Avonds, tijdens een dampend concert, blijkt Martens' opluchting uit zijn ongeremde gedans met zijn vrouw Lisa, tussen tweeduizend toegestroomde bezoekers. In het donker glimmen de lampjes van het zendertje dat aan zijn broek hangt. Het filmen gaat continu door.

De meningen blijven verdeeld. 'Ik realiseer me constant dat ik in een kunstwerk van Renzo Martens rondloop', zegt Pathy Tshindele, oprichter van kunstenaarscollectief Eza Possible. 'Martens heeft het leven van die mensen op zijn kop gezet, hij kan dus nu niet zomaar weggaan. Ik vind het knap, maar ergens ook angstaanjagend.'

Ondersteboven

Twee schilderijen uit een beroemde serie over Congo van de Vlaamse schilder Luc Tuymans (uit 2000) reisden voor het eerst naar Congo. De kunstenaars van CATPC deden een bijzondere ingreep: het schilderij van de koloniale koning Boudewijn (een geautoriseerde kopie vanwege de klimaatomstandigheden) hingen ze op z'n kop. De bezoeker kan het beeld met behulp van een ander kunstwerk, de bril 'Upside Down Goggles' van Carsten Höller, weer rechtop zetten.

Vraagtekens

Echt kritisch is Vitshois Mwilambwe (net als Tshindele verbleef hij aan de Rijksakademie in Nederland), die in Kinshasa een ambitieus residency-programma draait. Hij is onder de indruk van wat hij gezien heeft in Lusanga, maar plaatst ook vraagtekens. 'Ik zie bij de kunstenaars in Lusanga drie mensen met talent, de anderen voeren in feite een opdracht van Martens en zijn equipe uit.

'En waar ik echt problemen mee heb: ze hebben Matthieu Kasiama naar New York gestuurd, een jongen die niet kan lezen of schrijven, die daar ongetwijfeld als een wilde is gezien. Waarom? Omdat The New York Times dan over je gaat schrijven. Ik zie weinig verschil met de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, waar je negers in een dorp kon bezichtigen.'

Moraal is in kamp Kingangu een vloeibaar begrip. Het perspectief kantelt met elke hoofdrolspeler die je kiest. Kies je Renzo Martens zelf, of kunstenaar Cédrick Tamasala, met zijn haarscherpe observaties en spirituele analyses? Of kunstenaar Jérémie Mabiala, die vooral zakelijk denkt? Kies je het perspectief van de bezoekende academici, van de ecologen en agronomen, of dat van die ene stokoude bewoonster die haar T-shirt omhoogtrekt, haar zieke lichaam toont en om geld vraagt?

Martens zelf schuift kritiek doorgaans terzijde. Hij wil de wereld veranderen, nog steeds. 'Mijn film Enjoy Poverty was een inktzwart pamflet. Ik heb nu, na deze dagen, echt het idee dat er toekomst is, dat het gaat werken.'

Tekst gaat verder onder de foto.

V.l.n.r.: Blaise Mandefu, Huguette Kilembu, Mbuku Kimpala en Cédrick Tamasala. Beeld Léonard Pongo

Enkele kunstenaars van martens' CATPC

Blaise Mandefu is traditioneel genezer, maakt installaties en poëzie. 'Mijn kunst en mijn genezingspraktijk werken altijd in drieën: verleden, heden en toekomst. Ik zie de White Cube als een graf voor onze ouders, voorouders en wat van ons gestolen is. Nu kunnen ze eindelijk rusten.'

Huguette Kilembi werkt in alle kunstdisciplines. 'Op mijn 17de moest ik van school, er was geen geld meer. Ik had lerares willen worden. Met mijn kunst wil ik nu een fokkerij financieren, maar niet hier in het dorp. Jaloezie is een moeilijk punt.'

Mbuku Kimpala, deelnemer sinds 2011, maakt sculpturen en video's. 'Ik ben als eerste gekozen uit veertig vrouwen. Mijn familie dacht eerst dat ik fetisj-objecten maakte, maar nu zijn ze bijgedraaid. Van het geld heb ik een winkeltje geopend en een perceel gekocht in Kikwit.'

Cédrick Tamasala, sculpturen, tekeningen en concepten: 'Ik kan mijn zoon nu onderhouden, dat is belangrijk. Maar even belangrijk is mijn ontwikkeling. Ik studeerde architectuur en daarna beeldende kunst, maar ik moest terug naar de plantage omdat het geld op was.'

Tekst gaat verder onder de foto.

V.l.n.r.: Jérémie Mabiala, Matthieu Kasiama, Iréne Kanga en Daniël Manenga. Beeld Léonard Pongo

Jérémie Mabiala maakt beelden sinds de jaren zestig: 'Ik heb plantages in Bas-Congo en een loods vol sculpturen. Ik zou mijn sculpturen wel naar Europa willen brengen. Maar mijn grootste probleem is transport. En hier bij CATPC zouden we Engels moeten leren, dat is de wereldtaal.'

Matthieu Kasiama sinds zijn bezoek aan New York 'Obama' genoemd: 'Mijn hoofd is opengegaan. In New York heb ik met een performance de slaven geëerd die daar het land hebben opgebouwd. Als we maar over het verleden blijven piekeren hebben we geen tijd voor de toekomst.'

Iréne Kanga maakt sculpturen en 'cartographies': 'Ik wist eerst niet wat kunst was maar ik leer snel. Binnen de groep kunstenaars zijn mannen en vrouwen gelijk, daarbuiten spreekt dat niet vanzelf. Dus het is belangrijk dat ik aan mijn familie uitleg wat ik doe.'

Daniël Manenga, CATPC-lid van het eerste uur: 'Mijn vader, stoker in de fabriek van de plantage, stierf heel jong. Ik herinner me zijn gezicht niet. Veel familieleden vonden de dood op de plantage. Met dit project is er een toekomst voor ons. Het is een groot moment.'

Kunst, chocolade, kapitaal

Het kapitaal moet terug naar waar het van oudsher vandaan komt, vindt Martens. Hoe dan?

Sinds 2011 resideert het door de kunstenaar Renzo Martens opgerichte IHA, Institute for Human Activities, in Congo. Voormalige plantagearbeiders, omgeschoold tot kunstenaar, zijn gegroepeerd in het CATPC (Cercle d'Art Travailleurs de Plantation Congolaise). De organisatie heeft een opmerkelijk businessmodel: kunstenaars produceren beelden van rivierklei die ter plaatste 3D-gescand worden en in België worden afgegoten in chocola, afkomstig uit Afrika.

Het resulteerde in tentoonstellingen in Londen, Berlijn, Amsterdam en New York, veel publiciteit en een eerste 50 duizend euro aan inkomsten. Het was het begin van wat Martens 'omgekeerde gentrificatie' noemt, oftewel: het kapitaal terugbrengen naar waar het van oudsher wordt gehaald. Na een valse start in Boteka, op een nog in werking zijnde plantage van het Canadese bedrijf Feronia, is het project nu gevestigd op de plaats waar het bedrijf Unilever in 1911 zijn eerste plantage begon. De Française Eléonore Hellio begeleidt de voormalige plantage-arbeiders, nu kunstenaars.

Het geld van de chocoladebeelden gaat deels naar de kunstenaars, deels naar de gemeenschap. Particuliere giften, fondsen en andere verdiensten zijn er ook, voornamelijk uit een film die er wordt gedraaid.

In 2016 is een kwekerij opgezet en een 'post-plantage', met hoogwaardige gewassen, waarvan het hele dorp profiteert. IHA kocht het terrein van ongeveer 20 hectare groot. Martens derde troef is een museum, de White Cube, dat symbool staat voor de kunstwereld. De archetypische white cube moet de komende jaren geld en aandacht genereren en een studieprogramma herbergen. Naast een kleine equipe van Nederlandse, Vlaamse en Franse medewerkers bestaan IHA en CATPC uit ongeveer twaalf vaste kunstenaars uit Kingangu en omgeving en uit een aantal Congolese milieu-experts, zoals de bekende bioloog en milieu-activist René Ngongo.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden