Chinezen zijn export geworden

Veel zal er in Nederland niet van te horen zijn. De nieuwe stukken van Xu Shuya en Qin Wenchang die het Nieuw Ensemble woensdag onder leiding van Micha Hamel in het Funkhaus van de WDR in Keulen in première bracht, zijn komende zondag alleen nog in het nieuwe muziekcentrum in...

Pay-Uun Hiu

'De Chinezen zijn export geworden', constateert Joël Bons, artistiek leider van het Nieuw Ensemble. Twee jaar geleden bracht het ensemble een componistenportret van de in Frankrijk gevestigde Xu Shuya, en dan heeft het volgens Bons 'weinig zin dat nu nog uitgebreid in Nederland te slijten'. Bovendien verzorgde het Nieuw Ensemble enkele weken geleden in de Matinee nog de première van het bloedstollend mooie Nachtelijk banket van Guo Wenjing (zondag 27 februari op tv).

Het is ook de vraag of dit concert veel toe te voegen heeft aan het beeld dat in Nederland al bestaat van de Chinese componistengeneratie die begin jaren negentig hier furore maakte. Opvallend is dat stukken als Fan II (Mo Wuping, 1992), Chute en Automne (Xu Shuya, 1991 en Yi (Qu Xiaosong, 1990) nu pas hun eerste uitvoering in Duitsland beleefden. En dat allemaal dankzij de WDR die in het kader van een zesdelige jonge-componistenserie een opdracht aan Xu Shuya en het Nieuw Ensemble verstrekte.

Voor Duitse oren was de Chinees-Westerse klankvermenging wellicht nieuw en verrassend, voor Nederlandse wat bekender. Soms zelfs te bekend. De jongste componist in het gezelschap, de in 1966 in Mongolië geboren Qin Wencheng, liet in zijn stuk Huai Sha blijken dat hij goed geluisterd heeft naar zijn in het Westen gevestigde landgenoten.

Qin Wencheng (nu student van Nicolaus A. Huber) was er wel in geslaagd een fraaie ensembleklank neer te zetten, maar zijn idioom - met verwijzingen naar de traditionele Chinese muziek - is tegen het clichématige aan. Daarbij had hij nog knap lastige zangpartijen voor de ensembleleden voorgeschreven en dat was niet de sterkste kant van deze instrumentale virtuozen.

In zijn nieuwe werk Infinite bleek Xu Shuya (geboren 1961) wel degelijk een eigen stijl te hebben ontwikkeld die z'n wortels heeft in de westerse muziek van de twintigste eeuw. In de blokachtige opbouw van dit kwintet voor strijkers, fluit en klarinet, was de aanpak van Varèse te horen. Maar de verfijning en delicate klank in die blokken staan diametraal tegenover het geweld dat Varèse ontketende.

Verfijnd was ook de zangpartij door Xu Shuya zelf in Dawn on Steppe uit 1997 die telkens het ensemble aanstuurt en de rode draad in de compositie vormt. Maar ook voor Xu Shuya bleek zingen meer bij- dan hoofdzaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden