Chinezen rukken op in Silicon Valley

Ooit voerden Aziatische firma’s uit wat westerse computerfirma’s hadden bedacht. Tegenwoordig draaien ze vaak zelf aan de knoppen in Silicon Valley....

Jarenlang was het een relatief statisch proces; computerfabrikanten met goed geëquipeerde onderzoeks- en ontwerpafdelingen, zoals Hewlett Packard en Apple, ontwikkelden en ontwierpen hun nieuwste computers in de Verenigde Staten en huurden vervolgens een Chinese of Taiwanese fabrikant in om dat product in zo groot mogelijke hoeveelheden en tegen zo laag mogelijke prijzen te produceren. Maar in die traditionele verdeling van werkgelegenheid komt de laatste tijd verandering.

Veel van de Aziatische bedrijven die de afgelopen decennia door westerse bedrijven werden ingehuurd, zijn het stadium van pure productie inmiddels voorbij en richten zich in toenemende mate ook op de look en feel van de computers, de smartphones en zelfs de websites van morgen.

Grote traditionele Taiwanese en Chinese fabrikanten hebben zich in een paar jaar tijd ontwikkeld tot investeringsmaatschappijen en hebben vervolgens een groot netwerk opgebouwd in Silicon Valley. Langs die weg investeren ze in chip-, software- en ict-dienstverleningsbedrijven om zich de laatste technologieën toe te eigenen. En sommige van hen zijn bereid veel meer risico’s te nemen dan de traditionele durfkapitalisten die actief zijn in Silicon Valley.

‘In het verleden kwamen fabrikanten en investeerders onder valse voorwendselen binnen om informatie te krijgen over technologieën van andere bedrijven’, zegt Bobby Chao, directeur van de Chinese investeringsmaatschappij DFJ DragonFund. Het bedrijf is actief in China en de Verenigde Staten. ‘Nu zijn diezelfde bedrijven veel meer betrokken, zichtbaarder en ze vragen geld voor hun diensten.’

Toen de fabricage van elektronica een aantal decennia geleden werd uitbesteed aan lagelonen-landen waren veel mensen bang dat dat ten koste zou gaan van de Amerikaanse economie. Maar voorstanders van de verplaatsing van arbeid wezen erop dat de risico’s voor Amerika klein waren zolang de hoogwaardige arbeid zoals onderzoek en ontwikkeling in de VS zou blijven. Nu steeds meer Aziatische investeringsmaatschappijen toptechnologie kopen in Silicon Valley en die zelf verder ontwikkelen, bestaat het gevaar dat Amerikaanse bedrijven ook die hoogwaardige arbeid verliezen.

‘Aziatische fabrikanten zijn veel competitiever geworden op het gebied van innovatie en in sommige gevallen concurreren ze al direct met hun eigen klanten’, aldus Patrick Moorhead, bestuurder van de chipgigant AMD.

Dat investeringen van Aziatische bedrijven hun vruchten beginnen af te werpen, is deze week te zien op de Consumer Electronic Show in Las Vegas. Bezoekers zullen er laptops vinden die geen opstarttijd hebben en televisies die, in plaats van op een afstandsbediening, reageren op bewegingen van de kijker. Deze vindingen zijn het resultaat van strategische investeringen in technologie door Aziatische bedrijven, zoals Quanta. Dit in Taiwan gevestigde bedrijf was lange tijd de voornaamste producent van van pc’s voor Dell, Acer en HP, maar heeft zich inmiddels omgevormd tot investeringsmaatschappij.

Afgelopen oktober investeerde Quanta bijvoorbeeld 10 miljoen dollar (7 miljoen euro) in Tilera, een nieuwkomer in de chipsector die met nieuwe processortechnologie de concurrentie aan wil met Intel en AMD.

Vlak daarna stak Quanta 16 miljoen dollar in Canesta. Chips van Canesta maken het mogelijk dat computers, televisies en telefoons objecten 3-dimensionaal kunnen bekijken. Daardoor wordt het voor consumenten bijvoorbeeld mogelijk documenten op hun computer te verplaatsen door simpelweg met de handen te bewegen.

Hoewel de technologieën uiteindelijk voor alle computerfabrikanten te koop zullen zijn, heeft Quanta dankzij zijn investeringen wel een tijdelijke voorsprong op het gebied van ontwerp en ontwikkeling. Als de chips van Canesta aanslaan, zullen ze bij Quanta in hun vuistje lachen. Canesta werd in de afgelopen tien jaar door meer dan honderd Amerikaanse investeringsmaatschappijen de deur gewezen. De investering zou te riskant zijn.

Ambitieuze Taiwanese elektronicafabrikanten zijn ook steeds vaker actief als investeerders in hun eigen sector. AMD-bestuurder Moorhead bevestigt hun toenemende invloed: ‘Ze hebben een steeds grotere stem in wat technologiebedrijven hier doen, tot en met de details van het productieproces’, zegt hij. ‘We hebben meer contact met hen dan ooit tevoren.’

Een aantal bedrijven dat vroeger alleen fabriceerde voor westerse bedrijven, produceert alleen nog spullen onder eigen naam en heeft een investeringsmaatschappij opgezet naast zijn bestaande activiteiten. Acer en Asustek bijvoorbeeld, de bekendste merken van Taiwanese bodem, zijn mede vanwege hun investeringsactiviteiten op weg naar wereldwijde naamsbekendheid. De voormalige bestuursvoorzitters van de productiebedrijven zijn inmiddels vaak de bazen van de daaruit voortgekomen investeringsmaatschappijen.

Start-up Device VM uit Silicon Valley heeft software ontwikkeld die computers laat opstarten in 5 seconden. Asustek en Acer hebben via hun investeringsvehikels beide geld gestopt in het bedrijf en de software van het bedrijf zit nu al op computers van fabrikanten zoals HP, ’s werelds grootste computerfabrikant.

‘Aziatische bedrijven die nu investeren in Amerikaanse start-ups hebben het idee dat ze in het verleden zijn misdeeld’, zegt Bobby Chao van DFJ DragunFund. ‘Nu ze geld hebben, zijn ze bereid veel risico’s te nemen om dat goed te maken.’ Voor bedrijven in Silicon Valley is dat een zegen. ‘Het is fantastisch dat er nieuwe bronnen zijn waar we geld vandaan kunnen halen’, aldus bestuursvoorzitter Spare van Canesta.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden