Charmant vredeswerker in de kunst

Pierre Janssen..

Rutger Pontzen

AMSTERDAM De jongere generatie kunstliefhebbers zal zijn naam waarschijnlijk nauwelijks iets zeggen. Daarvoor was hij al te lang uit beeld geweest. Maar voor de generatie die in de jaren zestig naar de tv heeft gekeken is Pierre Janssen altijd de charmante bemiddelaar gebleven van hoe je kunst kan bekijken en begrijpen. Een man die een onuitwisbare indruk heeft gemaakt, dankzij de uitzendingen van Kunstgrepen (1959-1975), waarin hij kunstwerken, van de prehistorie tot de moderne tijd, op een haast hypnotische manier aan de man bracht.

Onuitwisbaar ook door zijn lange gestalte (‘twee meter vijf’), onverhoedse armbewegingen en trillende handen (Janssen had een tremor in zijn handen).

Zoals zijn weduwe gisteren bekendmaakte is Janssen afgelopen zaterdag gestorven.

Kunstgrepen was Janssens grote publieke doorbraak; het was het eerste kunstprogramma op de Nederlandse buis en hij en regisseur Leen Timp wonnen er al in 1961 de allereerste Nipkowschijf voor. Maar je zou er haast door vergeten dat zijn carrière zich uitstrekte van 1946 tot 1982.

Eerst als (leerling-)journalist bij Het Vrije Volk, conservator en later directeur van het Stedelijk Museum in Schiedam, redacteur beeldende kunst van Het Parool, directeur van de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en tenslotte, van 1969 tot 1982, directeur van het Gemeentemuseum in Arnhem.

Daarna gaf hij nog lezingen en begeleidde hij, buiten de schijnwerpers, projecten van het bedrijfsleven en sponsoring van kunsten.

Maar in al zijn verschillende functies bleef Jansen dezelfde kunstbewonderaar en -ambassadeur. Wars van deftigheid en elitarisme, van hooghartigheid en Wichtigmacherei, geduldig zijn zaak uitleggend aan het volk, zoals de ‘jongens van de bedrijfsschool van Wilton-Feyenoord’ – een rol die hij had overgenomen van zijn grote voorbeeld, oud-directeur van het Stedelijk Museum Willem Sandberg, en die na hem door Henk van Os in diens tv-programma Beeldenstorm zou worden voortgezet.

Janssen was de man die, zoals Nico Scheepmaker schreef, als hij in Gizeh een slagroomklopper zou vinden, daaraan de hele Egyptische cultuur kon ophangen.

Kunst moest voor iedereen toegankelijk zijn. Het was de reden dat het Museum in Arnhem tijdens zijn directoraat gratis was. Dat hij zelf in het museum rondleidingen gaf en in gevangenissen lezingen verzorgde.

Onderliggend aan zijn publieke optredens en de verschillende directoraten was zijn geloof in de democratisering van de kunst. In wezen was Janssen een ‘kind van zijn tijd’, de jaren zestig en zeventig, waarin Joseph Beuys zijn bekende uitspraak deed: ‘Jeder Mensch ist ein Künstler’.

Zo dacht Janssen er ook over. Hij wilde iedereen het gevoel geven dat ze de kunstwerken zelf hadden kunnen maken. ‘Ik wil ze zover brengen dat zij zeggen: Ik ben een kunstenaar.’

Zijn openbare optredens hadden altijd iets van een ongewisse onderneming: hardop denkend, improviserend of semi-improviserend (de toeschouwer moest de indruk krijgen ‘dat ik alles ter plekke verzon’), wijzend naar voorwerpen, en met de ogen rollend, het hoofd ietwat scheef, zoekend naar woorden.

Vol enthousiasme en empathie voor de kunst en cultuur uit het verleden. En kritisch tegenover de verwording daarvan in het huidige tijdsgewricht. Met een ondertoon van teleurstelling, zoals hij kon spreken over het ‘opgeblazen geldvertoon van tegenwoordig’ of hoe doodongelukkig hij kon worden van al ‘die rotzooi op de televisie’ en de ‘wreedheden op straat’. Reden waarom hij zijn museumbaan als ‘vredeswerk’ zag.

Openhartig was Janssen ook over zijn persoonlijke leven, zijn twijfel, depressies, chaotische inborst en labiele staat – ‘O, wat zou ik graag wat evenwichtiger zijn.’ Hij dankte het aan zijn geestesgestel zich alles aan te trekken, overgevoelig voor indrukken van buitenaf. Het kwam ook voort uit zijn familieleven, waarin zijn vader, broer en zus op jonge leeftijd waren gestorven.

Maar die gevoeligheid was ook zijn grote kracht, wist Janssen zelf: ‘Je had dat dubbele, hè, dat zielige jongetje, geen vader meer, een niet gemakkelijke moeder, maar daarnaast was dat jongetje altijd bezig met totaal verzonnen toestanden. Ik moest wel, want er was zo veel dat ik niet kon.’

Kijken naar kunst en daarover gepassioneerd vertellen, het werd Janssens persoonlijke missie. Met als bijverschijnsel, zoals de kritiek destijds in dagblad De Tijd na de allerlaatste Kunstgrepen klonk, dat ‘Pierre Janssen 10 jaar lang boeiender dan zijn kunst’ was. Je zou met evenveel recht het tegendeel kunnen concluderen: dat persoonlijk charisma doorslaggevend is voor een geslaagde kunstoverdracht. Janssen heeft dat met zijn voorkomen en voordrachten op een overtuigende manier bewezen.

Pierre Janssen is 81 jaar jaar geworden.

Rutger Pontzen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden