Interview Charlotte Haesen

Charlotte Haesen zingt chansons met het Tobalita Strijkkwartet: ‘We ademen samen’

Na een toevallige ontmoeting op straat, vonden zangeres Charlotte Haesen en altviolist Odile Torenbeek elkaar in hun liefde voor Franse chansons. Een hartstochtelijke romance tussen strijkers en zang volgde.

Charlotte Haesen. Beeld Linda Stulic

Het is zes jaar geleden dat de ouders van een wel heel bijzonder muzikaal bastaardkindje elkaars pad kruisten. Dat ging zo: zangeres Charlotte Haesen (30), die in 2012 nog jazz-zang studeerde aan het conservatorium in Amsterdam, besloot op een zomerdag, op de Amsterdamse Noordermarkt, met een gitarist, zomaar wat chansons te gaan zingen. Haesen, die in het piepkleine Waalse dorpje Eben-Emael was opgegroeid, had heimwee naar haar moedertaal. ‘Chansons zingen was de manier om dat gemis draaglijk te maken.’

Odile Torenbeek, altviolist bij het Tobalita Strijkkwartet en het Nederlands Philharmonisch Orkest, mét een jeugd doordesemd van de Franse liedkunst, liep wat over de markt te struinen toen ze als door de bliksem werd geraakt door Haesens stem. Een kraampje met jurken diende als beschutting om onbespied en ongegeneerd haar tranen de vrije loop te laten. De aanstichter van al die emotionele beroering was zich nergens van bewust. Haesen: ‘Ik kreeg wel even later van Odile’s man een uitnodiging om op haar verjaardag te komen zingen.’ En daar ergens, toen ongeveer moet de kiem zijn gelegd voor een muzikale hybride: Chansons met strijkkwartet.

Vorig jaar al namen chanteuse en strijkers in eigen beheer een eerste album op. Het diende als ‘visitekaartje’ van een jonge zangeres die zich het Frans muzikale erfgoed, dat hier een bestaan in de marge leidt, eigen had gemaakt. Er waren toen al wat lyrische recensies en ook een optreden bij het tv-programma Podium Witteman.

Vorige week verscheen het album Du Bout Des Yeux bij een officieel platenlabel. Onder de projectnaam Café Des Chansons namen Haesen en Tobalita twaalf Franstalige klassiekers op en een eigen nummer van Haesen. Het frivole Débit De L’eau, Débit De Lait van Charles Trenet kreeg er een plek, het levenslustige Paris Canaille van Léo Ferré en het melancholische Les Moulins De Mon Coeur, dat is bewerkt tot een duet met bariton Thomas Oliemans; ze fonkelen op de plaat. Door de kleinschalige instrumentatie krijgen de nieuwe versies een direct en intiem karakter. Haesen vermijdt daarbij elke vorm van vocale opsmuk en is trefzeker in haar tekstbehandeling.

Criteria

‘Ik moest een link kunnen leggen met mijn eigen gemoedstoestand of ervaring en het vervolgens vanuit die beleving zingen’, legt ze uit op een Amsterdams terras.

Ook een belangrijk criterium voor Haesens keuzes: ‘De liederen moesten een min of meer verhalend karakter hebben, dat ik recht kon doen met mijn zang. Zelfs luisteraars die het Frans niet machtig zijn, moeten door de emotie en het muzikale drama de essentie kunnen vatten.’

De voorkeur voor het verhalende, legt Haesen uit, heeft te maken met haar bijzondere familiesamenstelling. Haesen heeft een Nederlandse vader, een Burundese moeder, een Franse grootvader en een Rwandese grootmoeder.

‘Bij ons thuis werd Frans gesproken, wat dus niet mijn vaders eerste taal is. In mijn jeugd moest ik niet alleen naar zijn woorden luisteren, maar ook naar hun lading. Zo werkt het ook bij chansons. Daar moet je ook achter de woorden kijken, luisteren naar de lyriek, om te weten te komen wat de zanger wil vertellen.’

Onnatuurlijk

En ook al was ze voor de ontmoeting met Torenbeek nog nooit op het idee gekomen om haar zang aan strijkers te paren, het bleek een combinatie die natuurlijk aanvoelde.

‘Omdat strijkers zo dicht bij de menselijke stem staan. Niet alleen qua klankkleur en het feit dat je traploos van de ene noot naar de andere kunt glijden, maar ook omdat de beperking van de ademhaling iets gemeen heeft met het bespelen van een strijkinstrument. De tijd waarmee je in één ademtocht een noot kunt voortbrengen, is ongeveer gelijk aan hoe lang je met een strijkstok een snaar kunt aanstrijken. Zo kun je dezelfde spanningsbogen creëren.’

Toch, het was even wennen: de chanteuse die zich liet gidsen door haar gevoel versus het kwartet dat consciëntieus en secuur van partituur speelde. ‘In het begin waren we net twee danspartners waarvan de ene een tango deed en de ander klassiek ballet danste. Dan nam ik voor een frase alle tijd waardoor het kwartet me inhaalde en ik er weer achter aan moest hollen.’

Maar ze zijn naar elkaar gegroeid. ‘We ademen samen.’

Brel

Als je nu vraagt welk chanson op het album haar favoriet is, kijkt ze je beduusd aan, alsof ze ter plekke, uit haar eigen kinderen haar lievelingetje moet kiezen. Want met elk van de nummers heeft ze weer een andere, persoonlijke relatie. ‘Ik voel me bij elk lied anders.’

Nou vooruit dan: La Chanson des Vieux Amants van Jacques Brel. ‘Toen we die opnamen in de studio moest ik huilen. We deden dat nummer met zijn allen in één take en werkelijk alles klopte.’ Ah ja Brel, als er iemand in het genre een meester was in het vertellen van verhalen, dan was hij het wel. Ze zag hem in haar ooghoeken, maar was nog een beetje huiverig voor een directe confrontatie. ‘We speelden al twee jaar samen en ik had Brel nog niet eens aangeraakt. Je moet er volwassen genoeg voor zijn, anders doe je de complexe emoties in zijn liedjes geen recht aan. Ik vond dat ik er nog niet klaar voor was.’

Inmiddels wel. Op Du Bout Des Yeux staat ook Haesens versie van Brels Orly, een hartverscheurend ooggetuigenverslag van twee geliefden op het vliegveld van Parijs. Als je Haesen vraagt wat het nummer zo complex maakt om te vertolken, ontpopt zich voor je ogen de rasverteller die gedachteloos met gebaren haar verhaal ondersteunt.

‘Het is een ontzettend eerlijke en pijnlijke geschiedenis van twee mensen die ondanks een enorme wederzijdse aantrekkingskracht afscheid van elkaar moeten nemen. Hoe ze zich steeds losmaken van elkaar en toch weer naar elkaar bewegen (Haesen balt haar handen tot vuisten en laat ze vervolgens in elkaar grijpen). Net de zee die opkomt en wegtrekt (een hand maakt een vloeiend stijgende beweging die weer daalt). Brel zingt ook dat die gevoelens zo krachtig zijn als de zee. Maar uiteindelijk gaat hij weg en blijft zij. Elle reste là (handen berustend op tafel). En dan is alles stil... Zo mooi!’

Café des Chansons – Du Bout Des Yeux (Challenge Classics). Op 5/10 is de presentatie van het album in Splendor in Amsterdam. Daarna vindt een tournee in Nederland plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden