Chailly haalt muziek uit Mahlers monstrum

Tot de weinige dirigenten die in staat zijn muziek te halen uit het raadselachtige monstrum dat Achtste Mahler heet, hoort Riccardo Chailly....

De uitvoering van donderdag was niet eclatanter of transparanter dan die van 1995, toen Chailly de Achtste presenteerde aan het slot van het Concertgebouw-Mahlerfeest. Maar die van '95 klonk al zo geacheveerd, dat het leek of ze aan de Van Baerlestraat niet anders doen dan dagelijks de Achtste van Mahler celebreren.

Nu ja, de ene uitvoering is er nog niet voorbij (1971, Haitink), of zeventien jaar later dient zich de volgende al weer aan (1988: eeuwfeest Concertgebouw, Haitink). Sinds het Mahlerfeest '95 lijkt er wat de speelfrequentie van de Achtste betreft zelfs sprake van een accelerando - al zullen de ambities van Chailly en zijn platenmaatschappij (een complete Mahlercyclus) het toeval in dit geval een handje hebben geholpen.

Door de bank genomen is de 'Symphonie der Tausend' in Amsterdam vooral een zaak van kwarteeuw-jubilea. De vraag blijft, wat het monster werkelijk betekent voor directies, dirigenten, een orkest en een publiek. De Achtste klinkt te zelden om algemeen vertrouwd te zijn, maar vaak genoeg voor een algemeen begrip van de contouren ervan: de Achtste is iets ontzaglijks. Zoals een mammoettanker, maar met dit verschil dat Mahlers Achtste uit twee delen bestaat.

Het Veni creator spiritus, waarin het ensemble met de deur in huis valt en op windkracht twaalf de komst afsmeekt van de Geest die ook de Schepper is ('vuur, liefde en balsem voor de ziel'), kan niettemin bekeken worden als een diapositief van het magische deel twee. Waarin een doorzichtiger, bij vlagen zelfs uitgesproken etherische verklanking van de rondzwevende zielen uit Goethes Faust II uitmondt in het opgelegd pandoer van een duizendkoppig slotgebulder ('Het is gedaan/het eeuwig vrouwelijke/trekt ons aan').

Wie het geduld heeft zich door fortissimo-decepties heen te bijten - Chailly's respect voor Mahlers geschakeerde dynamiek maakt dat daar veel gelegenheid toe is - moet de subtiliteit bespeuren waarmee kernmotieven, tegenstemmen, harmonieën en instrumentale refreinen in beide delen met elkaar corresponderen.

Met wat kwade wil valt in de Achtste een kleine Wagnerpotpourri te horen (Chailly signaleert in het programmablad een Bellini-invloed). Maar dat neemt niets weg van de brille van Mahlers toontaal, die met zijn flitsende harmonische wisselingen soms meer geschapen lijkt voor intieme octetzang en een eenzaam pianootje, dan voor de duizend koppen die Mahler het liefst voor zich zag.

Chailly, die niet alleen op de bakens koerst van een strakke koordiscipline en een gefilterde orkestklank, maar zich ook verzekerd heeft van solovocalisten die bijna vlekkeloos bij elkaar passen, lijkt er meer dan wie ook op gebrand die merkwaardige illusie van kleinschaligheid in stand te houden. De volle, maar lenige stemmen van solisten als de sopranen Sharon Sweet en Ruth Ziesak, de alten Petra Lang en Anna Larsson en de bariton Peter Mattei helpen hem er een eind in op weg.

Of de ware Mahler juist in een duizendkoppig klanklichaam gezocht moet worden, of in het door Chailly gehanteerde beperkingsideaal (circa 375 stemmen en instrumenten) is vraag twee.

Maar klinken doet het - zoals zondag te horen zal zijn op Radio 4. Al is de kans groot dat John Eliot Gardiner hem vroeg of laat voorbij zal willen streven met een 'authentieke' Mahler Acht, vertolkt met 22 zangers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden