BoekrecensieAfscheid – Gedicht uit de tijd van het virus

Cees Nootebooms dichtbundel Afscheid bevat ronduit betoverende beelden ★★★★☆

Cees Nooteboom werpt zich opnieuw op de vergankelijkheid van het bestaan en weet je met meesterhand mee te zuigen in wat ‘alle rechtop lopende wezens’ te wachten staat. 

Beeld Koppernik

Cees Nooteboom (1933), bekend om zijn proza, naar eigen zeggen bovenal dichter, was al even op streek met een nieuwe bundel toen ‘het geheimzinnige virus dat ineens de wereld beheerst’ zich aandiende. Het zou vreemd zijn, schrijft hij in het nawoord, ‘als het gedicht zich daar niets van aan zou trekken’.

Dus dat doet het, maar weinig nadrukkelijk. Veel meer is Afscheid. Gedicht uit de tijd van het virus een cyclus over de vergankelijkheid van het menselijk bestaan – een thema dat Nooteboom, zacht gezegd, niet voor het eerst bezighoudt. Nota bene al op zijn 22ste wijdde hij er zijn debuutbundel aan (De doden zoeken een huis, 1956).

In de vorm borduurt Afscheid voort op het vier jaar geleden verschenen Monniksoog. Wederom telt de bundel 33 samenhangende gedichten die zich ook heel best los laten lezen. Elk gedicht bestaat uit drie kwatrijnen plus een eenregelig staartje, dat in de beste gevallen het geheel een fraaie zwiep geeft. Dat klinkt als een keurslijf, maar het werkt wonderwel.

Natuurlijk, soms scheert de dichter vervaarlijk langs clichés (‘een boom in verte // ziet alles’), soms zijn de enjambementen behoorlijk flauw (‘af / wezig’), soms gebruikt hij nogal wat loze woorden achter elkaar (‘Hier is geen liefde, alleen maar geweld, / eenzaamheid, melancholie’). Maar dit zijn smetjes op een bundel die verder juist wars is van gewichtigheid, en bovendien ronduit betoverende beelden bevat. De dichter als ‘een eenzame reiger’ aan het water, die alles opschrijft wat hij ziet en hoort – ik zal het niet snel vergeten. Zinnetjes als: ‘Aan het tuinhek jengelt de wereld, het // rumoer van een krant’ evenmin.

Waarlijk te pakken had Nooteboom me in de derde afdeling van de bundel. Met meesterhand weet hij je mee te zuigen in wat hem, in wat alle ‘rechtop lopende wezens’ te wachten staat – in steeds kortere, steeds kortademigere regels. Hij beschrijft hoe het almaar stiller wordt om hem heen, hoe herinneringen zijn als ‘een knikker // vol kleuren die langzaam wegrolt / tot over de rand van de speelplaats //waar niets wordt bewaard, alles ooit / samen een leven’.

Hier spreekt een dichter die het onvermijdelijke fier in het gelaat tracht te zien, tot aan het bittere, bittere einde. Slotregels: ‘Blind loop ik verder, een vale hond / in de kou. Hier moet het zijn, / hier neem ik afscheid van mijn zelf / en word dan langzaam // niemand.’ Prachtig.

Cees Nooteboom: Afscheid – Gedicht uit de tijd van het virus. Koppernik; 56 pagina’s; € 17,00.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden