ReportageVogels op het balkon

Caspar Janssen doet vanaf zijn balkon mee aan de Nationale Tuinvogeltelling

Op zijn balkon maakte Caspar Janssen een ­voedertafel voor vogels, die hij via een webcam kan ­bekijken.Beeld Najib Nafid

In de winter komen de vogels naar de stad. Om ze te helpen, en om ze te kunnen bekijken, richtte Caspar Janssen een voedertafel in. Mét webcam. 

Terug op het balkon. Winter in de stad, vogeltijd. Dan komen de wintergasten, de bosvogels, naar de stad voor voedsel. Dan zijn vogels goed te zien en het is ook de tijd om ze bij te voeren, officieel om ze te helpen, maar eigenlijk gewoon voor het goede gevoel. Voor de sfeer is het zeker goed. Ik heb een excuus, want vogels zijn ook onderdeel van mijn beestjesbevorderende balkonproject. Wilde bijen, vlinders, andere insecten, maar ook vogels wil ik een aangename plek bieden. Voor zover dat mogelijk is op een balkon. Het is in ieder geval niet voor niets dat de vuurdoorn er staat, en bijvoorbeeld de aalbesstruik. Vanwege de bessen, vanwege de dekking die vogels er kunnen vinden. Mijn project staat op een laag pitje, de planten op het balkon zijn in rust, of dood, de bladeren worden nu door schimmels en bacteriën omgezet tot vruchtbare grond. Al ziet de klimop er nog verdacht levend uit en staat er een wilde peen in bloei. Het is dan ook een winter van niks.

De afgelopen twee maanden was ik nauwelijks op mijn balkon. Alleen om op te ruimen, om wat planten die ik in het vroege voorjaar niet nodig heb weg te halen en te verplaatsen naar elders. En om de tuinstoelen en de tas met lege flessen weer op het balkon te zetten. Omdat de winter zacht is, wachtte ik lang met het plaatsen van mijn supersonische, zelfgemaakte, duiven buitensluitende balkonvoedertafelconstructie. De zanglijster zong inmiddels al, ik hoorde hem al in december, zij het nog niet al te uitbundig. Ook roodborstjes hoorde ik opeens weer, overwinteraars uit Scandinavië, neem ik aan. De zang van de zanglijster is, zeker in het vroege voorjaar, niet te missen, luid en helder. Op mij heeft die zang een geruststellende, vrolijk makende werking, maar het zou me niet verbazen als de zanglijster zelf er andere gevoelens bij heeft. Het klinkt vaak alsof hij bijna boven zijn macht zingt, dagenlang, wekenlang, in de hoop dat er zich een potentiële partner meldt. Al die moeite, iedere dag weer. Maar afgelopen jaar zag ik al in maart of april dat ze stelletjes vormden, ze meldden zich toen ook gezamenlijk op mijn voedertafel.

Een gaai.

Twee weken geleden, net na de jaarwisseling, ben ik dan toch maar begonnen met het voeren, ondanks de zachte winter. Pas afgelopen weekend had ik alles echt goed op orde. Mooi op tijd voor de driedaagse Nationale Tuinvogeltelling die komend weekend plaatsvindt, vanaf vrijdag. Er kwam nog best wat bij kijken, bij dat op orde brengen. Dat komt ook omdat ik een cameraatje heb gericht op de voedertafel, een livecam, zoals dat heet. Al het voedsel moet dus geconcentreerd worden op één plek, anders komen de vogels niet in beeld. Tegelijkertijd is het zaak om de duiven uit de buurt te houden. Niet omdat ik een hekel heb aan die paar houtduiven die al jaren achter mijn huis leven, wel omdat ze voordat je het weet gaan bivakkeren op het balkon, en alles onderpoepen. Ook mijn onderbuurman is er niet blij mee. Dus zet ik planten om de voedertafel heen, opdat ze op geen enkele manier bij het voer kunnen komen. Maar dan wel zo dat de gaai en de ekster en de merels er nog net wel bij kunnen. Je manipuleert wat af, ook als zelfstandig, kleinschalig natuurbeheerder.

De fileberichten van afgelopen zondag. Een merel zit op de voedertafel, een pimpelmees op de rand van de constructie van gaas eromheen. Wachten. Op de balkonbakken een koolmees, ook wachtend. En in de Amerikaanse cipres, die op drie meter van het balkon staat, in de tuin van de onderbuurman, nog meer wachters. Houtduiven, meesjes en, afwisselend, een ekster en een gaai. De merel, een mannetje, zwart met oranje snavel, heeft geen haast, maar neemt dan toch op een bepaald moment een beslissing: even genoeg rozijnen gegeten. En weg is hij. De pimpelmees is sneller, hij pikt een nootje uit de bak en vliegt bijna paniekerig weer weg, alsof hij zojuist iets illegaals heeft gedaan. Bij de koolmees gaat het ongeveer hetzelfde. Alhoewel: sommige koolmezen zijn brutaler. Die maken het zich gemakkelijk op de voedertafel, eten rustig hun nootjes en af en toe wat zaden, die zijn niet bang. Dat geldt al helemaal voor de gaai. De gaai neemt er echt zijn gemak van, die waant zich de koning van de voedertafel. Hij is zo ongeveer de grootste vogel die mijn gaasconstructie toelaat. De ekster zou nog net passen, maar die heb ik nog niet binnen gezien, hij durft het niet aan. Wel lukt het de ekster om in de smalle ring om de kooiconstructie heen een plekje te vinden, met zijn kop door het gaas heen kan hij dan net bij de rozijnen, die zijn voorkeur hebben. 

Eenmaal geïnstalleerd op mijn voedertafel verzamelt de gaai ladingen pinda’s, zijn bezoekjes duren vaak meer dan een minuut. Tussendoor pikken ook de zanglijster en de roodborst hun graantje mee. En dat vind ik dan hoogtepunten. Ander hoogtepunt, maar niet op mijn balkon: ik hoor ’s ochtends voor het eerst weer een grote bonte specht, achter mijn huis. Een vaste wintergast, en ik vroeg me al af waar hij bleef.

Ik volg de ontwikkeling op het balkon op mijn telefoon, daar zie ik de beelden van de livecam. Het is lichtelijk verslavend, ik kijk in de huiskamer, in de keuken, op de krant, in het café of elders. Ik had het cameraatje hier al eerder staan, afgelopen zomer, toen ik op afstand in de gaten wilde houden wat er zoal aan wilde bijen, vlinders en hommels afkwam op de insectvriendelijke planten op mijn balkon. 

Wat bij die insecten niet werkte – te klein – werkt bij vogels wel: die kun je dus gewoon zien en herkennen. Ik zie ook wel verontrustende taferelen vanaf een afstand. De consequenties van een fout die ik afgelopen weekend maakte. Ik miste de vinken nog (die komen doorgaans ook later naar de stad) en ik zou zo graag huismussen willen helpen, waarmee het slecht gaat in de stad. Niet voor niets heb ik drie nestkastjes voor huismussen opgehangen aan de buitenmuur. Om de mussen en de vinken en – wie weet – groenlingen toch te lokken leg ik wat bruin brood, zonnebloempitten en zaden in de plantenbakken aan de reling. Op locatie kijk ik later machteloos toe hoe drie houtduiven alles binnen een uur opeten, de grote tijm vertrappen, het terras van mijn onderbuurman onderpoepen en ook nog eens boven op de camera gaan zitten, waardoor het beeld vervaarlijk begint te bewegen. Mussen hebben zich nog niet gemeld.

Caspar Janssen vult het voedselaanbod voor de vogels aan. Beeld Najib Nafid

De vraag is natuurlijk: heeft het nut, dat voeren. Daar zijn de meningen over verdeeld. Tot een jaar of dertig terug werden vogels hooguit bijgevoerd als de winters heel streng waren. Maar verder deed de natuur gewoon zijn werk. Door voeren zou je populaties zelfs kunnen verzwakken, omdat ook de zwakste exemplaren overleven. Maar die opvattingen zijn veranderd. ‘De sperwer weet wel raad met de zwakke exemplaren’, zegt Jan Schoppers, die zich bij Sovon Vogelonderzoek bezighoudt met stadsvogels. En die sperwer profiteert dus in ieder geval. Schoppers: ‘Ik ben er zelf ook wel anders over gaan denken. Vooral voor zaadeters heeft voeren wel degelijk nut. De huismus eet bijna jaarrond zaad, en de mus heeft het moeilijk in het stedelijk gebied. Dat komt vooral door het verdwijnen van ruigtes, stukjes grond met struiken, heggen en hagen. Het kan geen kwaad om mussen een handje te helpen. Maar het beste is natuurlijk om de tegels uit je tuin te halen, en om inheemse struiken te planten, zoals haagbeuk, klimop en liguster. Besdragende planten ook.’ Jip Louwe Kooijmans, stadsvogelkenner en onder andere werkzaam voor Vogelbescherming Nederland, onderschrijft dat: ‘Het begint met een geschikte omgeving. En ja, het voeren is natuurlijk vooral een vorm van zelfbevrediging voor mensen. Maar toch: door dat voeren zien mensen ook hoeveel soorten vogels er zijn, en dat kan ze doen bewegen om ook hun tuin vogelvriendelijker in te richten.’ Er is inmiddels een flinke markt voor vogelvoer. Er eten hele families van. Ook Vogelbescherming Nederland verkoopt een uitgebreid assortiment aan voedersystemen en voer.

Ik verfijn intussen het voedselaanbod. Een zadenmengsel, nootjes, rozijnen, appels, zonnebloempitten, dode meelwormen, en een zadenpakket met ook bessen. Iedere vogel heeft zo zijn voorkeur, maar vooral de rozijnen (merel, zanglijster, ekster) en nootjes (gaai, mees) zijn populair. De appel blijft vooralsnog onaangeroerd liggen.

Alvast een proeftuinvogeltelling, via de livecam. Op maandagochtend noteer in een halfuurtje tijd: gaai, merel, pimpelmees, koolmees, houtduif (op de balkonreling). Ik hoop nog verrast te worden in de komende weken.

Een Merel

Caspar Janssen probeerde afgelopen jaar een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te maken. Hij deed daar tweewekelijks verslag van. Dit is een eenmalige winteraflevering over vogels. In het voorjaar verschijnt nog een slotaflevering van deze rubriek.

Wat voeren?

Wie strikt in de leer is voert geen pinda’s of rozijnen, want die komen van nature niet in Nederland voor. Maar ja, juist pinda’s en rozijnen zijn erg populair. In het geval van pindakaas gebruik speciale vogelpindakaas en geen mensenpindakaas, daar zit te veel zout en suiker in. Gebruik geen netjes. Biologisch voer is zeer aan te raden. Voer vanaf het voorjaar geen pinda’s meer, wel meelwormen, voor de insecteneters. Het einde van de winter is doorgaans de moeilijkste periode voor vogels, voedertafels zijn dan erg populair.

Lees verder 

Caspar Janssen schreef eerder over hoe zelfs een klein stadsbalkon mooi en nuttig kan worden. 

En ook al hou je van vogels, soms moet je besluiten om te stoppen met het voeren van je koppel merels, ontdekte hij.  

Voor wie alleen maar kan denken aan het einde van de winter: enkele tips voor een nieuwe lente

De tuinvogeltelling vindt plaats op 24, 25 26 januari

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden