Carter demonstreert haar Betty-bebop

Betty Carter & Trio, Jean 'Toots' Thielemans. Concertgebouw Amsterdam, 6 oktober...

De jaren zijn vaak onbarmhartig voor jazzzangers, van wie er heel wat aan hun neergang beginnen vóór ze de leeftijd van Betty Carter hebben bereikt. Op haar 67ste klinkt ze nog steeds zuiver en verbazingwekkend lenig. Carter zingt een melodie nooit rechtuit - vooral niet als het een bekende is. Als ze Body and Soul interpreteert, maakt ze een nieuwe melodie door de oude te vervormen. Ze racet te snel door een zin, neemt een oncomfortabel lange pauze om haar trio weer langszij te laten komen, en neemt vervolgens met een snelle sprint opnieuw de kop. Niet dat ze de betekenis van een tekst negeert, maar net als in de melodie ziet ze er vooral een springplank naar de improvisatie in.

Carter was zo nauw verbonden aan de moderne stijl van de jaren veertig, dat ze jarenlang Betty Bebop werd genoemd. Beboppers hielden ervan snelle stukken krankzinnig snel te spelen, en ballads haast belachelijk traag. Carter blijft trouw aan dat oude principe. De standard I Should Care zong ze maandagvond zo snel, dat de woorden als in een lawine over elkaar heen tuimelden, waarna If I Should Loose You - een duet met pianist Bruce Flowers - als stroop werd uitgegoten.

Maar ze houdt tegenwoordig ook van medium tempo's, waarin ze werkelijk speelt met haar trio (het ontdekken van jong talent is een van haar talenten: haar andere recente ontdekkingen zijn bassist Neal Caine en drummer Eric Harland). Met haar handgebaren dirigeert ze het trio even bedreven - en minder opdringerig - als een moderne-muziekspecialist.

Ze heeft zo'n natuurlijk swing, en haar band reageert zo alert, dat het trio de muziek in volle vaart over een hordenparcours kan laten galopperen. Ook Carters gevoel voor dynamiek heeft haar trio overgenomen. Haar zang is sinds lang zo persoonlijk, dat je het geen pure bebop meer kunt noemen: het is Betty-bebop.

Toots Thielemans, die met zijn trio met pianist Bert van den Brink de avond opende, blijft de koning van de jazzharmonica. Op de chromatische mondharp combineert hij elegante Europese swing à la Stephane Grappelli met de gevocaliseerde klankverbuigingen van bluesspelers als Sonny Terry, en een vleug van John Coltranes snelle uithalen.

Thielemans bracht een paar liedjes die hij al vele, vele jaren speelt, zoals Bluesette, waarin hij zichzelf al fluitend op gitaar begeleidt, en waarin hij soms begrijpelijkerwijs wat minder betrokken klinkt. Op zijn vijfenzeventigste heeft Toots - net als Carter - de leeftijd waarop hij helemaal niet meer op het podium hoeft te improviseren. Dat hij de helft van de tijd toch de moeite nam was niet alleen eervol, maar ook genoeg.

Kevin Whitehead

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden