‘Carmen’ als delicaat mijnenveld

Met Carmen van Bizet loopt dirigent Marc Albrecht zich alvast warm als opera- en orkestchef in Amsterdam.

Marc Albrecht heeft net z’n eerste repetitie achter de rug met het Koninklijk Concertgebouworkest. Tevreden stapt hij de kantine van Het Muziektheater binnen. ‘Gelukkig hoef ik geen Carmen-clichés weg te poetsen, zoals vette vertragingen en logge articulaties. En de musici zijn razend nieuwsgierig. Dit zou weleens heel bijzonder kunnen worden.’

Met Bizets smokkel- en stierenvechtersdrama bekroont Albrecht een operaseizoen dat voor hem niet meer stuk kan. In september, met Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss, oogstte de 45-jarige Duitser ovaties. Dolenthousiaste musici, jubelende pers, publiek in vervoering.

Dat droomdebuut leverde hem meteen nieuwe klussen op. Het eerste verzoek klonk al niet mals: of hij in Carmen Mariss Jansons wilde vervangen, de met chronische hartklachten kampende maestro die tijd moest vrijmaken voor uitgebreid medisch onderzoek. Kort daarop werd Albrecht gepolst voor een interessante dubbelfunctie. De vraag was of hij chef-dirigent wilde worden van zowel De Nederlandse Opera (DNO) als het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO).

‘Yes!’ en ‘wauw!’ Die kreten klonken na het bewuste telefoontje, want ook Albrecht had aan Die Frau ohne Schatten een warm gevoel overgehouden. ‘Tussen het NedPhO en mij heerste zo veel vertrouwen. Elke avond ontdekten we nieuwe dimensies in de partituur, bijna alsof we improviseerden. Toen ik het aanbod kreeg, was ik ronduit ontroerd.’

Zijn helderblauwe kijkers zijn door de Duitse pers beschreven als ‘röntgenogen’. Vanwege het doorzicht dat Marc Albrecht biedt in vlezige partituren. Londense Wagnerliefhebbers verwelkomden hem in februari, na Der fliegende Holländer, als ‘a bright new star’. Onder Bayreuthgangers geldt hij al langer als het lockere alternatief voor de nogal zwaarwichtige Wagnertoon van stamdirigent Christian Thielemann.

Maar Albrecht wil het speelplan van De Nederlandse Opera niet louter opzadelen met Wagners en Straussen, hoe transparant ook. ‘In het Duitse repertoire denk ik eerder aan Zemlinsky en Schreker. Ook het hedendaagse muziektheater wil ik aanpakken, want daarvoor heeft het Nederlandse publiek zo’n open blik. En verder boeien de Italiaanse en Slavische opera me enorm.’

Zijn vierjarige contract loopt vanaf 2011-2012, wanneer Yakov Kreizberg het NedPhO verlaat. De DNO-positie viel vorig jaar al vrij, nadat Ingo Metzmacher zijn conclusies had getrokken uit een roerige Mozart/Da Ponte-cyclus.

Met het dubbele chefschap herstelt Albrecht de traditie die in de jaren negentig werd belichaamd door Hartmut Haenchen. Per jaar neemt hij drie opera’s voor z’n rekening. Buiten de bak, in het Concertgebouw, leidt hij het NedPhO nog eens zeven weken per seizoen. Dat een orkest opera en concerten combineert, vindt Albrecht ideaal. ‘Spelen in de Grote Zaal geeft zelfvertrouwen, het begeleiden van operazangers vanuit de bak scherpt het oor.’

Dat het Concertgebouworkest reikhalzend uitziet naar Carmen, de Sevillaanse femme fatale, verbaast niet. Volgens de orkestannalen kwam dirigent Pierre Monteux voor de laatste volledige opvoering in 1936 naar de Stadsschouwburg. Tijdens de afgelopen Kerstmatinee zijn de musici met een paar aria’s alvast lekker gemaakt door de Letse stermezzo Elina Garanca. Nu zingt de Bulgaarse Nadia Krasteva, geregisseerd door Robert Carsen.

‘Deze muziek zweet niet’ schreef de Carmen-bewonderaar Friedrich Nietzsche. ‘Soms laait de passie wel degelijk op’, corrigeert Marc Albrecht, ‘maar er komen inderdaad nogal wat momenten voor waarin de dans en het chanson de hoofdrol spelen.’

Sinds 2007 is hij de artistieke man van het Orchestre Philharmonique de Strasbourg. Door die grensstad waaien twee muziekculturen: de Duitse en de Franse. En vooral die laatste – kleurrijk, ritmisch, licht – komt Albrecht deze dagen goed van pas. ‘Ik streef naar een zuivere, eerlijke klank, weg van pathos. Vergeet niet dat Carmen een relatie heeft met de opéra comique. Bizet heeft veel opgestoken van Offenbach.’

En leverde een gedetailleerde partituur af. Dynamiek, articulatie, ademplekken voor zangers – Bizet heeft het allemaal acribisch genoteerd. Albrecht, ook al zo’n Feinwerker, wil de componist tot in de finesses volgen. ‘Bij pocchissimo ritenuto mag het ook maar een háártje trager.’ Voeg daarbij de opeenvolging van gezongen passages en gesproken dialoog, en in Carmen schuilt een delicaat mijnenveld. Marc Albrecht: ‘Het is voor de zangers spreken, zingen, fluisteren en weer verder. In die overgangen zit het gevaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden