Achter het boek Carine Crutzen

Carine Crutzen over het schrijven van haar debuut: ‘Het nest waaruit je komt, is zó bepalend’

Hoe schrijft de schrijver? Toneelspelen en schrijven gaat niet samen, merkte actrice Carine Crutzen (58). Dus ging de carrière op pauze voor een roman over haar jeugd, waarin geen woord verzonnen is.

Carine Crutzen. Beeld Els Zweerink

Een paar jaar geleden bevond ze zich in niemandsland. Haar beide ouders waren gestorven, haar beide kinderen het huis uit. ‘Wie ben ik nog? Geen dochter meer, geen zorgende moeder. Vrouw van? Welke vrouw? Moet alles niet anders? Wat wil ik nog? Ik ben 55, er is nog tijd.’

Dat schrijft actrice Carine Crutzen (Heerlen, 1961) in haar eerste boek Uit het Zuiden, een autobiografische roman in gecondenseerde, beheerst geschreven fragmenten, waarin ze terugblikt op haar leven buiten het werkende bestaan. Dat was het resultaat van de vele existentiële vragen die ze zich drie jaar geleden stelde; ze nam een tijdje afstand van theater, film en tv, en ging zitten schrijven, in een vakwerkhuisje, gelegen in het landschap van haar jeugd.

Uit het Zuiden, heet uw boek. Met een hoofdletter.

‘Zoals u hebt gezien, staat er geen enkele plaatsnaam in het boek. Het Zuiden is het zuiden van de wereld, of mijn zuiden. Ik kom ervandaan, het is mijn bron. Bij wijze van verzamelnaam heb ik het een hoofdletter gegeven. Ik zal altijd uit het zuiden blijven komen. Alleen is een deel van mij, een levend deel, mijn ouders namelijk, daar niet langer. Er is geen noodzaak meer voor mij om ernaartoe te gaan – ik heb geen broers of zussen, alleen een halfbroer, maar met hem heb ik geen contact.

‘Met het sterven van mijn ouders – mijn vader in 2009, mijn moeder in 2013 – was het ook een beetje alsof mijn jeugd doodging, een gemis dat ik met niemand kon delen. Er kwamen herinneringen boven, en beelden, die ik moest opschrijven. Ik wilde ze uit mijn hoofd, en op papier. Maar ik moest ook toneelspelen. En spelen en schrijven, dat gaat niet samen. Eind 2015 heb ik besloten even geen werk meer aan te nemen.’

U heeft gekozen voor korte hoofdstukken, scènes eigenlijk, vaak beginnend met een constatering: ‘Aan de muur in de keuken hangt een zwarte bakelieten telefoon.’

‘Wat ik mooi vind aan die vorm, is dat de scènes zich presenteren zoals herinneringen opkomen: in flarden, in beelden. Concentreer je je daarop – waarom herinner ik me dit? –, dan ga je vervolgens dingen weer ruiken, proeven, en wordt het intenser. Hetzelfde als met spelen, alleen geef ik het nu niet vorm in acteren, maar in taal. Dat is voor mij niet iets geheel anders.’

Carine Crutzen. Beeld Els Zweerink

Behalve dan dat dit uw eigen tekst is, en niet die van Albee of Tsjechov.

‘Dat is natuurlijk een groot verschil. Maar de tekst van een ander maak je je eigen. Mensen vergissen zich als ze zeggen: ‘Je wordt die rol.’ Nee, dat bestaat helemaal niet. Het blijft mijn lichaam, en mijn stem. Ik heb iets van een ander personage naar mij toe vertaald. Als ik in Wie is er bang voor Virginia Woolf? sta te vloeken en tieren als een liederlijk wijf, zonder enige gêne, dan heet dat acteren. Maar ook dát ben ik zelf.

‘Er overkwam mij iets vreemds, wat ik nooit had verwacht, toen ik laatst Uit het Zuiden insprak als luisterboek: ik schoot soms vol. Jézus, dacht ik, wat genant is dit. Het is gewoon mijn eigen tekst! Die ik tijdens het schrijven eindeloos had nagelezen en ook al hardop had voorgelezen. Maar pas bij het officieel inspreken, bestemd voor een publiek, riep het die emoties op.

‘Mijn leven is niet uniek. Maar misschien lukt het me om dingen te verwoorden, kleine soms, die betekenisvol zijn en waarmee ik mensen kan raken. Zoals overigens ook de grote dingen, het sterven van je ouders, door bijna iedereen wordt meegemaakt. Ik wil vertellen hoe het is, zonder veel bijvoeglijke naamwoorden of lange zinnen. Ik doe een heleboel níét. Feitelijk blijven, dat wilde ik. En dan hoop ik dat er tussen die feitelijke regels iets bij de lezer gebeurt.’

Had u een voorbeeld, een bewonderd auteur?

‘Nee, want als lezer kan ik juist houden van de rijke en gulle taal van Couperus of die meanderende zinnen uit Een liefde van Van Deyssel, waarbij ik in mijn schooltijd wegzwijmelde. Maar mijn scriptie op het Bernardinus-gymnasium ging over de novelle De straat van Ina Boudier-Bakker: nieuwe zakelijkheid, kort. Dat vond ik óók heel mooi.’

Komt uw voorliefde voor scènes voort uit de omgang met toneelteksten, waarin ook kernachtig allerhande emoties aan de orde komen?

‘Natuurlijk, je kunt zien dat ik uit de dramawereld kom. Want ook daarbij, als ik een Nederlands scenario onder handen heb, is het eerste wat ik doe: schrappen. Uitleg is overbodig, hinderlijk zelfs. Daarom zijn soaps vaak zo vervelend.’

Uit het Zuiden is bescheiden van omvang, maar er komt veel aan de orde: de angsten en het geluk van een kind, de ontdekking dat moeder depressief is, incest bij de buren. De keer dat Carine meeging met haar zwangere moeder, die ongerust is omdat ze geen leven meer voelt in haar buik, en die van de dokter hoort dat ze thuis moest wachten ‘op wat komen gaat’. Papa komt van kantoor om moeder en dochter op te halen. Buiten omhelzen haar ouders elkaar. Dan schrijft Crutzen: ‘Mensen lopen voorbij, auto’s toeteren. De straatlichten gaan aan. Ik speel met de ketting die over de stoep tussen paaltjes hangt. Als ik erop ga zitten kan ik schommelen misschien.’

Zo eindigt die scène, die slechts een pagina beslaat. Zolang u over het kind schrijft, blijft uw taal haast kinderlijk.

‘Ja, ik groei op, ook in de taal. Als ik puber ben, worden mijn zinnen puberaler.’

De zin over die ketting laat zien dat het kind liever wegblijft van de dramatische situatie rond haar ouders. Ze wil spelen.

‘En dat hoef ik gelukkig niet toe te lichten. Je vóélt het, als het goed is. Dát is zo interessant van je herinnering: die ketting kwam boven. Waarom? En ik kan die ketting gebruiken bij het schrijven, in de laatste zinnen van het hoofdstukje.’

Het kind heeft iets van de eigen wereld behouden.

‘Die ketting, dat is goed, dat is een wereld, denk ik dan.’

Toen u na een jaar psychologie studeren aan de universiteit in Nijmegen besloot om naar de Toneelacademie Maastricht te gaan, vond uw vader dat in tweede instantie prima, maar uw moeder was meteen echt blij.

‘Mijn moeder kon goed zingen, had gevoel voor drama, kon geestig vertellen. Maar ze zat thuis en zei later tegen me: ‘Wat jij doet, had ik nooit gedurfd.’ Misschien dat frustratie haar depressiviteit heeft beïnvloed, hoewel de aanleg daarvoor in het dna zit, zoals ik zelf ook weet; als twintiger, na de toneelschool, was ik vier jaar depressief. Met mijn moeder kon ik daar wel over praten, en ze begreep het ook wel, maar naar verdriet kon ze niet echt luisteren. Ze wilde niet dat haar kind depressief was. Veeleisend was ze, had altijd kritiek. Tegelijkertijd waren we dol op elkaar. Een klassieke, complexe moeder-dochterrelatie.’

Wat zou uw moeder van dit boek vinden?

‘Om sommige passages zou ze moeten lachen. Andere zou ze mooi vinden, denk ik. En af en toe zou ze zeggen: ‘Moet je dat nou allemaal opschrijven?!’ Die stem heb ik in mij gehoord, tijdens het schrijven. En dan antwoordde ik: ‘Ja mam, sorry, maar ik schrijf het toch op.’’

Carine Crutzen. Beeld Els Zweerink

U beschrijft ook uw vader, die vanaf zijn 60ste door de ziekte van Parkinson werd geteisterd, dementeerde en twintig jaar later stierf: ‘Oude man met looprek. Oude man vergeet dat hij zonder niet kan lopen. In zijn herinnering loopt hij, geleerd als kind, fluitje van een cent. Oude man ligt op de grond, weet niet hoe dat kan, net liep hij nog.’

‘Ik probeer me voor te stellen hoe dat in zijn hoofd ging. Hoe het is als je dement bent en iets niet meer kan. Ik heb eindeloos naar hem gekeken, pijnlijk was dat, een slopend proces waarin elke keer weer iets van hem werd afgenomen.’

Al veel eerder is er de korte scène waarin u naar uw vader kijkt, die voor het raam staat en naar de tuin kijkt. ‘Hij kijkt naar buiten, ik kijk naar hem. Papa, mijn vader, ik hou van je rust.’

‘Dat wás zijn aard al, rust, kijken, bedachtzaam, dat ik vaak dacht; waar dénkt hij nou aan? Veel later kun je daarin een aanwijzing zien: was dat soms ook het begin van zijn desoriëntatie? Het klopt dat ik die situatie niet voor niets op die plek in het boek heb gezet.’

Omdat bekend was dat u een boek ging schrijven, onder meer op Facebook, kan ik me voorstellen dat zich al vroeg uitgevers hebben gemeld.

‘Dat was ook zo. Maar eerst wilde ik dat boek voltooien. In november vorig jaar dacht ik: nu mogen ze het lezen, en heb ik zeven uitgevers benaderd. Voor mij een nieuwe wereld. Bij De Geus sprak ik met uitgever Frits van der Meij en redacteur Ad van den Kieboom, en die verwoordden zo precies wat ik met het boek beoogde dat ik besloot het bij hun uitgeverij te brengen. Ik voel me thuis bij De Geus. Het was Frits die zei: ‘Het is een roman.’ Dat wist ik niet. Hoezo, vroeg ik. ‘Het zijn personages, in jouw verhaal, met wie je gaat leven.’

Een roman waarin niets is verzonnen.

‘Dat wil zeggen: niemand herinnert zich de exacte dialogen van toen je 6 of 7 jaar was. Dus daar heb ik wel iets ingevuld. Maar ook dat is wel zoals ík denk dat het is geweest. Het is geen fictie. Geen enkele situatie heb ik verzonnen.’

En uw intrigerende, zeven jaar oudere halfbroer uit het eerste huwelijk van uw vader, die de priesteropleiding doet op Rolduc en in Maastricht een tijdje in een klooster woont, die nooit naar uw ouders komt en als hij uw vader bedient op diens sterfbed, bij het weggaan alleen maar zegt: ‘Ik hoor het wel’?

‘Ja, zo is het gegaan. Het raadsel wie die man is in het boek, is ook een raadsel in mijn leven. Dit is wat het is, ik heb hem niet kunnen ontraadselen. Wij kennen elkaar niet. Het zou kunnen dat hij op dit boek niets laat horen. Ik heb ook compassie met hem: hij was 3 toen zijn moeder overleed, kwam in een ander gezin terecht. Hij beweert altijd dat hij toen hij 4 was al wist dat hij priester wilde worden.’

Een vroege roeping.

‘Volgens mij kán het niet. Wel dat je je vroeg aangetrokken voelt tot de kerk, of de rituelen. Maar het is echt zijn overtuiging dat hij toen al priester wilde worden. Ook daar heb ik geen sluitende psychologische verklaring voor. Ik beschrijf alleen zoals het was, en is. Zo eerlijk mogelijk.’

Waarom is dat belangrijk?

‘Omdat ik meteen wist: dit schrijf ik niet voor mezelf, maar voor lezers. Die kunnen in dit verhaal dingen herkennen, omdat ze óók mens zijn – maar dat gebeurt alleen als het niet vals is, of mooier gemaakt, of ijdeler. Bij het spelen ken ik het, dat je even denkt: o, dit is een lekker effect. Maar dat zijn dan júíst de momenten die averechts werken. Die moet je uitbannen.’

Nadat uw jeugd is beschreven en u naar de toneelschool bent geweest, verwacht de lezer dat u gaat uitpakken over de carrière.

‘Het meeslepende leven! Dat doe ik niet. Dit zijn geen memoires van een diva. Ook geen scènes uit een huwelijk. De eerste twee exemplaren van Uit het Zuiden ga ik overhandigen aan mijn twee zonen Vincent en Sebastiaan, maar ook zij spelen er maar een kleine rol in. Net als mijn man, hoe belangrijk hij ook voor me is.

‘Dit boek gaat over het nest waaruit ik kom en de consequenties die dat heeft, hoe je op een bepaalde manier gevangen blijft zitten in de relatie die je van kinds af aan hebt gehad met je ouders, zelfs als die oud en ziek zijn.

‘Die jeugd, dat nest, is zo bepalend. Door de beelden uit die jaren op te schrijven, is mijn voorbije jeugd niet gestorven. Ze blijft bestaan. Ik ben nog steeds hetzelfde meisje dat op school zit, ’s avonds bij haar moeder op schoot ligt en speldjes in haar haar krijgt. Dat doet alsof ze slaapt, pyjama al aan, met haar rechteroor op haar buik. Als moeder praat, dan trilt het oor.

‘En dat meisje denkt: als ik morgen wakker word, haal ik de speldjes eruit, dan golft mijn haar.’

Carine Crutzen. Beeld Els Zweerink
Carine Crutzen: Uit het Zuiden Beeld De Geus

Carine Crutzen: Uit het Zuiden 

De Geus; 235 pagina’s; € 19,99.

Carine Crutzen

1961: geboren op 4 februari

1984: voltooit opleiding Toneelacademie Maastricht

1990: De Brug (tv-serie)

1993: Pleidooi (tv-serie)

1998: Oud geld (tv-serie)

1999: De Daltons (tv-serie)

2002: De dans van de reiger (toneel)

2003: Tantalus (toneel)

2005: Vuurzee (tv-serie)

2006: Het belang van Ernst (toneel)

2007: De geschiedenis van de familie Avenier

2009: Zout op mijn huid (luisterboek)

2010: Majesteit (film, rol van Beatrix)

2011: Gijsbrecht van Amstel (toneel) en De kus (toneel)

2012: De kersentuin (toneel)

2016: De zaak Menten (tv-serie)

2017: Neelie! (toneel, rol van Neelie Kroes) en Wie is er bang voor Virginia Woolf? (toneel)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden