Recensie Devil’s Pie – D’Angelo

Carine Bijlsma’s eerste lange documentaire over soulicoon D’Angelo, is een fraai, intiem portret van de man en zijn kunst ★★★★☆

De zanger praat opmerkelijk ontspannen over de momenten waarop zijn roem hem opbrak.

Het lijkt een verwaarloosbaar detail uit de muziekdocumentaire Devil’s Pie – D’Angelo, maar toch: het moment dat soulicoon D’Angelo, na een enerverende show in Atlanta, naar zijn kleedkamer loopt en onderweg de gangdeuren openhoudt voor documentairemaker Carine Bijlsma, is veelzeggend.

D’Angelo (45) mag een wereldster zijn die door zijn naasten als een halve heilige wordt omgeschreven – zij het een onberekenbare en kwetsbare heilige – hij is ook gewoon iemand die voor een ander de deur openhoudt. Bovendien is het gebaar een mooie, vanzelfsprekende illustratie van de vertrouwensband die cineast Bijlsma opbouwde met D’Angelo en diens gevolg. ‘Tussen de groep en mij zat het meteen goed’, zei ze tegen de Volkskrant, en dat voel je iedere minuut van Devil’s Pie.

Bijlsma heeft dan ook muziek in de genen. Ze is de dochter van violist Vera Beths en cellist Anner Bijlsma; die laatste figureerde in Het geheim van Boccherini (2008), haar afstudeerproject aan de Filmacademie, waarna ze onder meer middellange documentaires regisseerde over dirigent en pianist Reinbert de Leeuw en componist Louis Andriessen.

In Bijlsma’s eerste lange film is het de beurt aan haar jeugdidool. Nadat ze in 2012 drie Amsterdamse concerten van D’Angelo had bijgewoond, wilde Bijlsma weten waarom hij zo zelden optrad en na Brown Sugar (1995) en Voodoo (2000) geen plateCn meer had uitgebracht. Hoe kon een icoon als D’Angelo in het niets verdwijnen? De brief die Bijlsma hem via via stuurde, leidde er uiteindelijk toe dat ze in 2014 aanwezig mocht zijn bij de repetities voor D’Angelo’s derde album Black Messiah en vervolgens meeging op wereldtournee. De film bevat ook rake archiefopnamen van eerdere optredens – zoals tijdens North Sea Jazz in 2000 – en bovendien kon Bijlsma putten uit D’Angelo’s homevideo’s: als jonge gospelmuzikant zien we hem stralen in de pinkstergemeente van zijn familie.

Het eindresultaat is een fraai, intiem portret van de man en zijn kunst. D’Angelo’s muziek – een nog altijd onderscheidende versmelting van klassieke soul en funk met moderne, vernieuwende r&b en hiphopbeats – krijgt alle kans om te sprankelen.

Tegelijkertijd maken de vele gesprekken – met medemusici, met tourmanager Alan Leeds en vooral ook met D’Angelo zelf – duidelijk hoe zwaar zijn genie op hem drukt. D’Angelo (eigenlijke naam: Michael Eugene Archer) geeft zelden interviews, maar praat hier opmerkelijk ontspannen over de momenten waarop zijn roem hem opbrak, zijn worsteling met zijn seksimago, zijn voormalige drugsverslaving en hoe hij ermee omgaat dat hij duizenden concertbezoekers kan hypnotiseren, terwijl hij zelf gemakkelijk wegzakt in angst en twijfel.

‘Muziek is een contactsport’, aldus D’Angelo, in een lang close-up dat je makkelijk verslingerd maakt aan zijn ietwat melancholieke oogopslag. ‘Het is een dunne lijn tussen de man die hier zit, Michael, en de man op het podium, D’Angelo. Ik vind het lastig om hem daar op het podium achter te laten.’ 

Twee verschijningsvormen van één man zijn het, die in Devil’s Pie evenveel bewondering als ontroering wekken.

Devil’s Pie – D’Angelo

Documentaire

Regie Carine Bijlsma

84 min., in 18 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden